Een vrolijke en verdrietige Acht

Mannenacht wint brons een plaatste zich voor 'Rio’, de vrouwenacht is aangewezen op de herkansing

De Holland Acht is met Nieuw-Zeeland in hevige strijd gewikkeld om de derde plaats. Roeier Mechiel Versluis: „Er kwam me toch een bak energie vrij.” Foto Merijn Soeters

Het contrast in de Nederlandse roeiploeg kan niet groter zijn op de slotdag van de WK in Frankrijk. Terwijl bij de hoofdtribune de mannenacht baadt in feestvreugde verbijten hun vrouwelijke collega’s hun verdriet in stilte bij het strandje, een ondiepe plek langs de kant van het meer waar recreanten tot hun middel veilig het water in kunnen. Daar, bij dat strandje, in de buurt van botenopslag en teamtenten, wellen nog de tranen op bij Aletta Jorritsma. „We hebben alles gedaan, maar we konden niet meer versnellen. We weten niet hoe het komt. Onze trainingen staan als een huis.”

Zesde en laatste in de finale van de WK, in een race die wordt gewonnen door titelverdediger de Verenigde Staten. Het is voor de Nederlandse vrouwen niet genoeg om zich rechtstreeks voor de Spelen in Rio te kwalificeren. In het voorjaar moeten ze het in Luzern nog maar eens proberen in het olympisch kwalificatietoernooi (OKT). „Heel vervelend, dan moet je je eerst daar weer op focussen, terwijl de anderen zich helemaal op Rio kunnen richten”, zegt Jorritsma. „Maar ik heb er alle vertrouwen in dat we ons alsnog plaatsen.”

Nee, dan de mannenacht, die is weer helemaal terug op het internationale podium. Ze hebben zojuist WK-brons gewonnen en poseren trots op de foto met de twee andere grootmachten in het koningsnummer, winnaar Groot-Brittannië en nummer twee Duitsland. „Wat een eindsprint, er kwam me toch een bak energie vrij”, kraait roeier Mechiel Versluis. Het was juist in de laatste paar honderd meter geweest dat de acht vanuit de vierde positie – met de naverbrander aan – Nieuw- Zeeland passeerde. Met een pieksnelheid van 43, 44 slagen per minuut, terwijl die de eerste duizend meter zo’n 39 slagen was geweest, vertelt stuurman Peter Wiersum. „Ik riep maar : het is nog mogelijk, het verschil wordt kleiner!”

Kortom, blije gezichten na zo’n bekeken race waarin de acht zich op de eerste duizend meter niet laat forceren en in vijfde positie zicht blijft houden op de derde plek. „Die eindsprint is misschien wel een beetje de Hollandse school. Hoewel we in het begin van het toernooi hebben laten zien dat we ook vanaf de start er direct vol in kunnen gaan”, zegt Kaj Hendriks, de krachtroeier die in de ‘machinekamer’ zit, in het midden van de boot.

Daar waar de mannen op het einde genoeg adem en vermogen over hebben om een medaille te winnen en zich ruimschoots te kwalificeren voor de Spelen in 2016, komen de vrouwen tekort. En waar dat in zit? In de ‘dubbele plaatsing’ van Olivia van Rooijen en Ellen Hogerwerf, die ook al aan de twee zonder meededen? Is het toch te zwaar geweest? „Ik had niet het gevoel dat ik dingen niet kon”, zegt Van Rooijen.

De mannenacht, vorig jaar nog pijnlijk afwezig in de finale van de WK in Amstelveen, is nu weer in de buurt van de wereldtop. De ploeg is ten opzichte van 2014 drastisch veranderd, en heeft er noeste trainingsarbeid opzitten met ergometers, gewichten, veel kilometers op het water en een hoogtestage in Oostenrijk. Technisch directeur Hessel Evertse, is tevreden. Op de WK in Amstelveen zat Nederland zonder prijzen (alleen goud in de lichte vrouwen dubbel vier- niet olympisch), nu heeft de equipe drie bronzen medailles (twee in olympische nummers) en vijf kwalificaties voor ‘Rio’. Evertse: „Een zeven.”