Economie koloniseert onze geest

Cambridge-hoogleraar houdt hartstochtelijk pleidooi voor vrije intellectuele ruimte.

Stefan Collini, hoogleraar intellectuele geschiedenis: ‘we worden ingesloten in de taal van internationale competitie’. Foto Olivier Middendorp

Koffiebekers! Daarmee zou je óók best de maatschappelijke impact van de faculteit Engels van de universiteit van Cambridge kunnen aantonen. Dit was een dwars idee van de hoogleraar intellectuele geschiedenis en Engelse literatuur Stefan Collini. Maatschappelijke impact, dat was een nieuwe eis van de overheid bij de zware assessments die Collini elke vijf jaar voor zijn faculteit moest begeleiden.

Op de koffiekoppen stond een grappig diagram van de Shakespeare-karakters, geprojecteerd op een kaart van de Londense underground. Het sloeg commercieel goed aan. Ontworpen door een onderzoeker van de faculteit, met Henry V op de kruising van Helden en Krijgers, Gertrude (moeder van Hamlet) tussen Moeders en Moeilijke Vrouwen. Collini onderhandelde met de museumwinkel van de Royal Shakespeare Company over het aantal te verkopen bekers. Maar uiteindelijk belandden de koppen toch niet op de lijst voor ‘impact’. Dit zou al te gek worden. Collini gebruikt de koppen nu om te laten zien welke absurde gevolgen de evaluatiecultuur in het hoger onderwijs heeft.

Collini vindt deze visie op impact van academisch onderzoek kortzichtig: ,,Informatie verzamelen om te laten zien dat dankzij ons onderzoek een museum een tentoonstelling kan verbeteren, kost best veel tijd’’, zegt hij bij een interview in de faculteitsclub van de Universiteit Leiden. ,,Wij maken dan vragenlijsten onder schoolklassen die er komen kijken. Leerlingen zeiden dat het prachtig was en dus had het onderzoek ‘impact’. We moesten ook aan een radiozender vragen hoeveel luisteraars hoogleraar X had. De Britse overheid vindt verspreiding van ideeën en kennis niet genoeg, ze moeten ook het sociale en economische gedrag veranderen’’.

Die eis tot direct resultaat inspireerde Collini tot zijn grote essay over de werkelijke functie van de universiteit: ,,Waar is de universiteit voor nodig?’’ Vorige week verscheen het in het Nederlands. Hij opende vorige week het academische jaar in de Universiteit Leiden en debatteerde nog eens daar en in het Amsterdamse Maagdenhuis. Collini beschrijft wat universiteiten in hun hele geschiedenis zijn geweest: „een ruimte waar intellectueel autonoom onderzoek kan worden gedaan zonder direct praktisch belang. Waar grenzen worden opgezocht.”

,,Nu is er spanning ontstaan tussen intellectuele autonomie en sociale eisen van de samenleving’’, zegt hij. ,,Maar het is nu eenmaal heel moeilijk tot in de details het maatschappelijke effect te voorspellen van intellectueel onderzoek. We weten uit de geschiedenis dat de echte grote bijdragen aan de samenleving via een omweg kwamen. Toch wil het publiek nu dat onderwijs en onderzoek een direct effect hebben op economische groei en werkgelegenheid. Die doelen zijn zeker de moeite waard maar ze kunnen niet de enige zijn. Toch beginnen we aan de universiteit zelf te denken in die begrippen. Ze koloniseren onze geest.’’

Het hoger onderwijs moet toch vooral efficiënter worden, na de enorme groei van de aantallen studenten?

,,Er is inderdaad enorme groei geweest en dat is goed. In het Verenigd Koninkrijk verdubbelde het aantal studenten sinds de jaren negentig toen professionele polytechnische scholen universiteit werden. Er werden nieuwe universiteiten opgericht. Ik was erg voor die uitbreiding. Dat heeft veel nieuwe groepen in het hoger onderwijs gebracht. Er kwamen ook steeds meer vrouwen in het hoger onderwijs.

,,In de VS groeide het aantal studenten harder eerder dan in welk land dan ook. De deelstaat Californië heeft onder leiding van Clark Kerr goed laten zien hoe je daar op kunt inspelen. Je had de community colleges met beroepsopleidingen. Daarboven waren de state universities met wat onderzoek en een lokale functie. En op het hoogste niveau had je de onderzoeksuniversiteiten, zoals Berkeley en de University of California Los Angeles die wereldberoemd werden. Dit stelsel gaf aan veel mensen een tweede kans.

„Maar dit prachtige systeem kwam onder druk te staan door de stemming onder het publiek dat minder belasting wilde betalen. De nieuwe generatie zal niet meer in deze mate toegang krijgen tot onderzoek en onderwijs voor verbreding van de eigen horizon. De universiteit wordt dan vaker instrumenteel gebruikt, alleen voor de arbeidsmarkt en dat is niet de bedoeling.”

Waar komt die nadruk op de economie vandaan? We zijn toch niet armer geworden?

,,Al onze samenlevingen zijn meer gevormd door de werking van wereldwijd kapitaal. Dus de opbrengst van kapitaal is belangrijk geworden. Alle westerse landen zijn ingesloten in die taal van internationale competitie. Maar in het echt werken universiteiten juist veel samen.

Maar dan wel met een steeds bedrijfsmatiger management.

,,In het Verenigd Koninkrijk wordt het besturen van een universiteit steeds meer een beroep op zich. In Nederland zie ik nog een roulatie van hoogleraren die tijdelijk dekaan worden en daarna terugkeren naar hun vak. Wat de beroepsmanagers niet kunnen, is zelf goed onderwijs en onderzoek produceren. Dus beginnen ze met ingewikkelde procedures. Maar uiteindelijk zal iemand een universiteit kiezen op grond van reputatie en niet op grond van een excellente afdeling voor de kwaliteitscontrole.

,,De term ‘excellent’ is nu universeel. Een brochure van de Universiteit Leiden begint er ook mee. Maar wat is de tegenovergestelde bewering? ‘Onze universiteit streeft naar middelmatigheid? Het is lege retoriek.’’

Al die ‘excellentie’ is toch nodig voor de internationale ranglijsten?

,,Onze samenleving zou sceptisch moeten zijn over die internationale ranglijsten. Er is niet één manier om de verschillende elementen tegen elkaar af te wegen. Als het ene systeem ‘studenttevredenheid’ voor 15 procent meeweegt en het andere voor 20 procent, dan krijg je dramatisch verschillende uitkomsten. Iedere lijst weegt de elementen anders. Er is ook geen enkele rechtvaardiging om die in één lijst te verzamelen. Je kunt zeggen: sommige universiteiten zijn goed in Nederlandse geschiedenis, andere in biochemie. Sommige hebben geweldige campussen met mooie voorzieningen. Andere bieden meer kans op de arbeidsmarkt.

,,Verscheidene ranglijsten gebruiken de algehele indruk die een universiteit wekt als norm. Dat wordt een lege cirkelredenering. Wetenschappers weten echt niet wat er in al die 100 universiteiten gebeurt. Ze gaan af op de vorige ranglijst. Als Harvard daar hoog op scoorde, dan is het niet verwonderlijk dat 90 procent van de hoogleraren het jaar daarop antwoordt dat Harvard een van de beste universiteiten is.”

Collini begrijpt goed dat het bestuur van de Universiteit van Amsterdam vorige week niet een twintigtal blokkerende studenten liet weghalen door de politie, bij de opening van het academische jaar. ,,Er zijn gevallen, in de VS, waar dat escaleerde. Dat wil je vermijden. Aan de andere kant is de spreker gast van universiteit. Dat is een conflict van rechten. Wat zijn de grenzen van vreedzaam protest? Universiteiten zijn heel gevoelig voor deze vragen. Want niemand is eigenaar van de universiteit, de studenten niet, de docenten niet, het college van bestuur niet. En de overheid niet.’’