Opinie

    • Frits Abrahams

De bovengrens

Zalig zijn de rechtlijnigen van geest; zij hebben het in het vluchtelingendebat het gemakkelijkst. Ze hebben zich verenigd in kampen die diametraal tegenover elkaar staan. Het ene kamp zegt: laat die vluchtelingen maar komen, aantallen doen er niet toe, we vinden altijd wel een plekje. Het andere kamp briest: weg met alle asielzoekers, het zijn gelukszoekers.

Mijn sympathie ligt bij het eerste kamp, maar niet onvoorwaardelijk. Het is prachtig en ontroerend wat er in Duitsland en nu ook in Nederland gebeurt, solidariteit – het was een bijna verdacht begrip geworden – blijkt toch nog bestaansrecht te hebben. Maar we moeten ook praktisch zijn: kunnen we onbeperkt vluchtelingen blijven opnemen of is er een kritische grens waarboven je kunt verwachten dat die solidariteit drastisch zal afnemen?

Het is de ‘getallenkwestie’. Geen politicus durft er zijn vingers aan te branden. Angela Merkel ging het verst, ze wilde alle Syrische vluchtelingen welkom heten, maar zaterdag liet ze toch maar weten dat de doorlating vanuit Hongarije een ‘uitzondering’ was.

Wil Nederland eventueel 8.000 vluchtelingen opnemen? Minister Koenders durfde het niet te bevestigen. Alexander Pechtold vond in WNL Op Zondag dat we „onze waardigheid overtuigend moeten uitdragen’’. 20.000? vroeg de gespreksleider. „Het mogen er ook meer zijn…’’, zei hij aarzelend.

Op diezelfde bewolkte zondagmorgen was bij de ARD het programma Presseclub gewijd aan de vluchtelingencrisis. Is er een bovengrens, wilde ook hier de gespreksleider weten. Christiane Hoffmann van Der Spiegel had toen al gezegd: „We kunnen niet iedereen uitnodigen – dat is het dilemma.’’ „Die bovengrens is nog lang niet bereikt’’, vond Daniel Brössler van de Süddeutsche Zeitung, „kijk naar landen als Jordanië, waar ze al veel meer vluchtelingen herbergen, maar je kunt niet iedereen opnemen.”

Je voelde ook bij deze welwillende Duitse intellectuelen de ongerustheid over de omvang, die de vluchtelingenstroom kan aannemen. Ze hekelden de houding van de meeste andere Europese landen, Hongarije en Polen vooral, omdat zij geen moslims willen.

De schrijver Thomas Schmid: „De Europese naties moeten tot de conclusie komen dat het een gemeenschappelijk probleem is.’’ Hij vond het trouwens ook een Amerikaans probleem, omdat dat land het mede heeft veroorzaakt.

Maar vooralsnog is de vluchtelingenstroom vooral een Duits probleem. Hoffmann verwoordde treffend de wortels van de opvallende Duitse opofferingsgezindheid: „Het is een historische Wiedergutmachung. Wij die ooit een volk wilden vernietigen, vangen nu een volk op.’’

Toen zapte ik terug naar Nederland, waar Buitenhof was begonnen, en ik tot aan mijn liezen in een typisch Hollands slootje belandde met veel kroos en stilstaand water. De spreker was Ronald Sørensen, oprichter van Leefbaar Rotterdam, die met een chagrijnig gezicht bitste: „Rotterdam moet helemaal geen vluchtelingen opnemen. Rotterdam heeft al problemen genoeg.”

Daarop heb ik me meteen persoonlijk telefonisch in verbinding gesteld met Merkel. „Reken niet op Rotterdam’’, riep ik geschokt, „de oprichter van Leefbaar Rotterdam vindt dat Rotterdam het al moeilijk genoeg heeft.’’ Het bleef even stil, toen zei ze opmerkelijk kalm: ,,Wij hebben ooit Rotterdam bijna vernietigd, wij zullen nu de vluchtelingen opvangen die zij niet willen.’’

Deutschland über Rotterdam?

    • Frits Abrahams