Akoestiek lijkt hier gunstig

Met een druk bezochte Open Dag en een ‘Grand Opening’ met attractieve Amerikaanse muziek nam het Residentie Orkest zaterdag het Zuiderstrandtheater in Scheveningen in gebruik als tijdelijke concertzaal voor vier jaar. Sinds 1904 speelde het orkest in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, de Kurzaal, de Prins Willem Alexanderzaal in het Nederlands Congrescentrum en de Dr. Anton Philipszaal op het Spui, die wordt vervangen door een nieuw zalencomplex voor het orkest, het Nederlands Danstheater en het Koninklijk Conservatorium.

De foyers van het Zuiderstrandtheater – een strikt functioneel gebouw van 14 miljoen euro – bieden uitzicht op zee, duinen en de schepen van de Kustwacht in de Scheveningse haven. De zaal is bijna een replica van het voortreffelijke Lucent Danstheater aan het Spui. De opstelling van de 1009 stoelen vormt een sectie uit het antieke Griekse amfitheater, zoals Richard Wagner dat ook kopieerde in zijn theater in Bayreuth. Voor voorstellingen van het Nederlands Danstheater is er een hydraulisch verstelbare orkestbak, de zaalcapaciteit is dan 903.

Voor een goede akoestiek wordt het geluid gereflecteerd door acht grote panelen in de zaal en 35 kleinere rond het orkest op het podium. Het orkestgeluid wordt licht versterkt via microfoons boven het orkest. De eerste indruk nu, in muziek van Copland, Gershwin, Barber en Bernstein, was redelijk gunstig. Het klankbeeld is transparant en evenwichtig, wel zou het volume wat groter kunnen.

Dat kon ook liggen aan de jonge Britse dirigent Duncan Ward, die in de Rhapsody in Blue van Gershwin en Bernsteins Symphonic Dances uit West Side Story niet altijd het maximaal explosieve effect realiseerde. In de Rhapsody ontbrak een goede balans tussen orkest en pianist Ralph van Raat. Wellicht werd door de klep van vleugel het geluid van de solist onvoldoende opgepikt en versterkt.

Het Residentie Orkest, dat al tien procent meer abonnementen verkocht dan vorig jaar, richt zich op nieuw publiek, ook met projecties. Het Adagio for strings (1938) van Barber kreeg een nieuwe betekenis met beelden van de begrafenis van John F. Kennedy (1963).