‘In Konya wacht de hel’ - het Nederlands elftal in Turkije

Het Nederlands elftal vloog dit weekend naar Turkije voor de cruciale kwalificatiewedstrijd tegen dat land. NRC-verslaggever Fabian van der Poll reisde mee en beschrijft de aanloop naar het duel.

Bondscoach Danny Blind staat samen met Wesley Sneijder (links) de pers te woord in aanloop naar de EK-kwalificatiewedstrijd tegen Turkije. Foto ANP / Koen van Weel

Aan boord van vlucht TK3412 naar Konya speelde Memphis Depay vrijdag een kaartspel. Hij zat op de armleuning van zijn stoel en had zijn lichaam zo gedraaid dat hij zijn kaarten kwijt kon op het tafeltje van Quincy Promes, die schuin achter hem zat. Wesley Sneijder speelde ook mee. Plezier alom. Vooral bij Depay. De aanvaller die de buitenwereld met een norse, argwanende blik tegemoet kan treden, was hier zijn spontane ik in de vertrouwelijke binnenwereld van een voetbalteam.

Andere internationals oogden al net zo ontspannen. Geen van hen wekte de indruk dat ze de avond ervoor een nederlaag hadden geleden met mogelijk ernstige gevolgen voor het Nederlandse voetbal. Verliezen van het ooit zo nietige IJsland (0-1) was niet alleen een drama op zichzelf. De uitslag betekende vooral dat plaatsing voor het EK 2016 verder weg was dan ooit. Een pijnlijk gegeven, om niet te zeggen verontrustend.

Journalisten die naar Turkije meereisden in de staart van het vliegtuig, zagen er het totale demasqué van het Nederlandse voetbal in. Hun verslagen in de ochtendkranten waren uiterst kritisch, maar ze hoefden niet te vrezen voor een speler die verhaal kwam halen over een onvoldoende. Zoals de explosieve speler Gary Neville van Manchester United eens deed bij een journalist van The Daily Mirror. “Wat heb je dat verdomme geschreven”, zei Neville toen hij de verslaggever na de wedstrijd aantrof op de terugvlucht richting Engeland. “Don’t ever f*cking do that again.”

Nauwelijks cafés, veel moskeeën en bekend om nationaal erfgoed

Zo scherp was de sfeer op weg naar Turkije-Nederland niet. Mede door aanwezigheid van een groep sponsoren van de KNVB, voor wie dit een snoepreis is. Voor de spelers daarentegen is het meer een missie naar een warzone. In het land van licht ontvlambare stadions telt maar één ding, en dat is overleven. Helemaal nu Oranje Turkije achter zich moet houden om via de derde plek nog de play-offs om een EK-ticket te bereiken. “In Konya wacht de hel”, voorspelde Wesley Sneijder donderdag al.

Daarmee doelde hij op het stadion. De stad zelf geldt als het baken van de Islamitische cultuur in Turkije, een stad met 1,2 miljoen inwoners naar model van de conservatieve partij van premier Erdogan. Nauwelijks cafés (ofwel geen alcohol), veel moskeeën en bekend om nationaal erfgoed zoals de vermeende baard van de profeet Mohammed in het Mevlanamuseum. Ook vind je er de dansende derwisjen, een groep monniken die in het openbaar rituele dansen uitvoert, met de armen wijd draaiend om hun as. Tegen middernacht, als de straten zijn uitgestorven, komen de zwerfhonden tevoorschijn. Struinend tussen de uitgestrekte lanen en parken.

De ochtend na de vlucht werd bondscoach Danny Blind geconfronteerd met een onaangename verrassing. Drie verslaggevers van De Telegraaf bleken in hetzelfde hotel te verblijven als het team. Hun aanwezigheid was tegen de regels, die voorschrijven dat pers en spelers gescheiden blijven, maar de krant had het vijfsterrenhotel al een tijd geleden geboekt. De KNVB nam maatregelen en bracht de verslaggevers op zijn kosten onder in een Hilton-hotel verderop. Oranje boven alles.

Blind: wij moeten niet meegaan in de emotie

Zo kon Blind ongestoord toewerken naar de training en persconferentie van later die avond. Toen hij aanschoof in de splinternieuwe Torku Arena, wilde Blind bij de feiten blijven.

“De wedstrijd tegen IJsland is iets wat we hebben moeten verwerken. Maar ik ben ervan overtuigd dat we met 11 tegen 11 een grote kansen hadden gehad om te winnen. Wij moeten niet meegaan in de emotie. Dat doen jullie.”

Blind wilde zijn opstelling nog niet prijsgeven. “Dat doe ik nooit.” Wie de geblesseerde Arjen Robben en de geschorste Bruno Martins Indi vervangen, is daarom nog de vraag.

Wesley Sneijder, die naast hem zat, werd door een Turkse journalist gevraagd of hij zal juichen bij een doelpunt. De middenvelder is immers geliefd bij de aanhang van zijn Turkse werkgever Galatarasay en een doelpunt zou de liefde mogelijk doen bekoelen. Sneijder met gefronste wenkbrauwen:

“Deze vraag krijg ik altijd. Ik speel nu voor het nationale team. Morgen zullen jullie zien of ik juich.”

Het laatste woord was aan Danny Blind.

“Wij moeten er gebruik van maken dat Turkije met emotie zal spelen. Dat ze daardoor niet altijd even georganiseerd zullen zijn.”