Vrouwen in de top? Da's iets voor anderen

Hoe slecht is het gesteld met het bestuur van en het toezicht op grote Nederlandse ondernemingen en welke rol spelen vrouwen daarin? Ja, de vraag is met opzet negatief geformuleerd. Falend bestuur en toezicht kosten bedrijven de kop. Schuldeisers worden gedupeerd. Kapitaalvernietiging en banenverlies zijn het trieste resultaat.

Het is overigens een misvatting dat goed bestuur de teloorgang van bedrijven vanzelfsprekend kan uitbannen. Technologische vernieuwing, concurrentie en andermans superieure ondernemerschap slaan soms genadeloos toe.

Goed ondernemingsbestuur moet de norm zijn, maar trekt weinig aandacht. Het zijn de afwijkingen die opvallen en tot correcties leiden, zoals een grote wetswijziging per 2013. Toen voerde het parlement een limiet in voor het aantal commissariaten dat iemand bij grote bedrijven en organisaties in de semi-publieke wereld, zoals scholen en zorginstellingen, mag vervullen. Vijf. Bedrijven moeten sindsdien ook streven naar meer vrouwen in raden van bestuur en raden van commissarissen. Minimaal 30 procent.

En, werkt het? Nee, zegt de vereniging van directeuren en commissarissen NCD. Zij keerde zich deze week tegen de limiet van vijf, waarbij de functie van president-commissaris dubbel telt. Kwaliteit, niet kwantiteit moet de norm zijn.

De NCD kan naar een deze week verschenen rapport verwijzen van het Nationaal Register, dat toezichthouders en commissarissen rekruteert. In het rapport geven 500 ondervraagde toezichthouders hun mening.

De uitkomst verbaast niet. Zij willen meer ruimte om van de norm af te wijken, met name voor voorzitters en beroepscommissarissen die van toezicht een dagtaak hebben gemaakt. Deze beroepscontroleurs worden geacht hun tijd efficiënt in te delen, zodat zij meer werk kunnen verzetten dan een topmanager die een commissariaat ‘erbij doet’. De uitkomst van de enquête riekt naar ‘Wij van WC-eend adviseren WC-eend’. Ervaren voorzitters en beroepscommissarissen liggen altijd beter in de markt dan nieuwkomers. Die laatste groep is een risico. Zijn zij rijp genoeg? Passen zij in het team? Zijn zij veelzijdig?

Maar dat ervaren toezichthouders óók een risico zijn, wil er bij menigeen niet in. Ze bergen het risico in zich van routine, vastroesten en van een rol als boegbeeld dat anderen niet durven tegenspreken.

En de vrouwen? Bij beursgenoteerde ondernemingen wordt de wettelijk aanbevolen diversiteit niet gehaald. De vooruitgang de afgelopen jaren is teleurstellend. Van de 84 onderzochte bedrijven voldoet geen enkel bedrijf aan het streefgetal van 30 procent vrouwen in de raad van bestuur én de raad van commissarissen, zo bleek deze week uit de Female Board Index die hoogleraar corporate governance Mijntje Lückerath (Tias Tilburg) jaarlijks publiceert. (Volledige openheid: Lückerath is commissaris bij NRC Media)

De kans groeit dat het streefcijfer, na evaluatie van de wet dit najaar, wordt vervangen door quota. In Het Financieele Dagblad nam Lückerath gisteren afstand van quota voor vrouwen, maar hamerde ze op het eigen belang van ondernemingen. Diversiteit moet minder een emancipatie-onderwerp zijn, maar is juist essentieel voor de continuïteit van een onderneming op lange termijn.

Tel de twee onderzoeken bij elkaar op en je ziet iets onrustbarends. De top van het bedrijfsleven is bang voor vrouwen en andere nieuwkomers, maar wil graag meer ruimte voor de gebaande paden met ervaren commissarissen. Precies het tegenovergestelde dat je van ondernemers verwacht.

    • Menno Tamminga