Volks- republiek Islington

De Londense wijk Islington was de bakermat van Blairs ‘nieuwe Labour’ dat de markt omarmde. Maar óók het kiesdistrict van de oud-linkse Jeremy Corbyn, de mogelijke nieuwe partijleider.

De kersverse premier Tony Blair en zijn gezin in Islington, 1997 Foto Rex Features/Mark Large

In het midden van de Londense wijk Islington ligt een rozenparkje. Met aan de ene kant een pub die zo beroemd is om zijn zondagse roast lunch, dat het eerder een restaurant dan een lokaal café is. Aan de overkant een huis van 17,5 vierkante meter, dat vorig jaar werd verkocht voor 275.000 pond (375.000 euro). Een trappetje op het aanrecht leidde naar de ‘slaapkamer’. Om het parkje staan grote statige huizen, sommige met sfinxen aan weerzijden van de voordeur. In een ervan woonde, tot hij in 1997 premier werd, Tony Blair. In het parkje liep hij regelmatig op en neer met de andere architecten van New Labour. De arbeiderspartij die nu de markteconomie omarmde, een ‘Derde Weg’ tussen kapitalisme en socialisme wilde vinden – en daarmee driemaal de verkiezingen won. Islington, zei hij eens, is „het spirituele thuis van de linkse intelligentsia”.

Van champagnesocialisten, wordt door (conservatieve) columnisten ook wel spottend gezegd. „Het spirituele thuis van de zongedroogde tomaat”, schreef The Daily Telegraph eens. Bevolkt door een cappuccino drinkende, quinoa etende, goedbedoelende middenklasse, die pretendeert niet rijk en eeuwig hip te zijn. Denk Hugh Grant in de film About A Boy, de verfilming van het boek van Islingtonian Nick Hornby.

Als je buurtbewoners razend wil krijgen, omschrijf je de wijk zo.

Want Islington is ook het kiesdistrict van Jeremy Corbyn. Het radicaal-linkse Lagerhuislid dat, zoals het er nu naar uitziet, volgende week de leider van de Labour-partij wordt. Sinds 1983 is hij een van de twee Lagerhuisleden die Islington vertegenwoordigen in het parlement. De partij moet volgens hem juist terug naar de wortels van ‘Old Labour’: strijd voeren tegen bezuinigingen, tegen privatisering, vóór het belasten van de rijken. En met die boodschap trekt hij al de hele zomer volle zalen.

Wie Islington kent, ziet hoe Blairs New Labour tot Corbyns opmars heeft kunnen leiden. De verf op de deuren tussen de sfinxen is schone schijn. De zongedroogde tomaten en cappuccino’s façades die beperkt blijven tot de hoofdstraat, Upper Street. Symbolisch voor de ontwikkeling van de wijk: in Granita, het restaurant waar Blair het beroemde pact over zijn opvolging sloot met Gordon Brown, zat vervolgens de goedkope Mexicaanse restaurantketen Desperados (bandieten), en daarna een exclusieve makelaar.

Islington is namelijk zowel een van de welvarendste als een van de armste wijken van Engeland. Tegenstellingen die elders in het land ook gelden, zijn hier op vijftien vierkante kilometer geconcentreerd. Arm (15.000 pond per jaar) en rijk (78.000 pond per jaar) wonen dicht opeen. Van de kinderen in de wijk groeit 40 procent op in een gezin waarin nooit iemand werk had, ruim eenderde in armoede. En 42 procent van de huishoudens woont in een sociale woning – een van de hoogste percentages in het land.

Daklozentehuis

Intussen is de gemiddelde huizenprijs in Islington gestegen naar 685.000 pond. Een van Blairs oude buren verkoopt zijn huis voor 3,3 miljoen pond. Maar om de hoek wonen Somalische asielzoekers, en staat een tehuis voor daklozen. Aan de Victoriaanse gevels is niet te zien welk huis van de miljonairs is, en wat sociale woningbouw.

Dat is het bijzondere aan de wijk, zegt acteur en cabaretier Paul Whitehouse, die er al 22 jaar woont en zichzelf „een echte leftie” noemt. „In andere Londense wijken als Kensington heerst een vreemde polarisatie: getto’s waar zo veel tweede huizen zijn dat het er doodstil is, en enclaves van armoede. De middenklasse en zelfstandige ondernemers kunnen het zich niet veroorloven te blijven. Hier woont men naast elkaar, en op de een of andere manier blijft dat de status quo.”

Alleen leidt de extreme rijkdom sinds de crisis tot steeds meer scheve ogen. Diegenen die niet profiteerden van de economische bloei onder Blair, worden ook geraakt door de bezuinigingen die de Conservatieven invoerden om het begrotingstekort te verkleinen. Ze voelen zich niet thuis in de wereld van chef-kok Ottolenghi – die een restaurant heeft in Islington – en de glazen kantoren die Google en The Guardian bouwden. Zelfs voor de ambitieuze middenklasse – Blairs achterban – dreigt Islington nu te duur te worden.

„De ‘doordruppeleconomie’, het idee dat uiteindelijk iedereen rijker wordt bij economische groei, heeft niet gewerkt. Blairs kapitalisme-met-een-menselijk-gezicht is in diskrediet geraakt, en nu zoekt men naar een alternatief. En dat is ter linkerzijde Jeremy Corbyn”, zegt Paul Whitely, hoogleraar politicologie aan de University of Essex. Hij doet al sinds begin jaren negentig onderzoek naar Labour-stemmers en -leden.

„Veel kiezers, maar vooral partijleden zijn achteraf teleurgesteld over wat Labour heeft bereikt”, zegt ook Tim Bale, hoogleraar politicologie aan de Queen Mary University of London, en auteur van een boek over Labour in de afgelopen vijf jaar. Volgens hem wordt de herinnering deels besmet door Blairs controversiële beslissing mee te doen aan de oorlog in Irak. Maar deels ook „door de mythe dat Blair te veel heeft toegegeven aan een neoliberale agenda”.

Volksrepubliek Islington

Een van de redenen dat Ed Miliband in 2010 de strijd om het Labour-leiderschap won, was zijn belofte zich van het centrum-linkse beleid van Blair (en Brown) te distantiëren. Maar ook ‘Red Ed’ stelde teleur: het leek alsof hij een light-versie van de Conservatieve bezuinigingen voorstelde. De middenmoot onder de kiezers vond zijn economische ideeën te vaag en te weinig streng; zij stemden in mei Conservatief. Labours achterban lijkt nu met de keuze voor Corbyn echter te zeggen dat het nóg linkser moet.

De partijleden, die nu de leider kiezen, waren altijd al linkser dan de gemiddelde Labour-stemmer en zeker dan Blair, zeggen hoogleraren Whitely en Bale. Helemaal in Islington, waar tot in de jaren tachtig een buste van Lenin – tijdens zijn ballingschap van 1902-’03 ook een buurtgenoot – in het door Labour gerunde gemeentehuis stond, en dat bekend stond als de People’s Republic of Islington.

Bale: „Maar na anderhalf decennium in de oppositie was men in de jaren negentig wanhopig, en bereid alles te doen om aan de macht te komen. Nu is het verlies pas vijf jaar oud.” En, zeggen beiden, het electorale succes van de SNP in Schotland, Podemos in Spanje, en Syriza in Griekenland geeft hoop. Corbyns politiek past bij de antibezuinigingsretoriek van die partijen.

Corbyns deel van Islington ligt noordelijker dan Blairs rozenparkje. In een deel dat op het eerste oog armer lijkt. Maar ook dat is schijn: de stadsvernieuwing is hier later op gang gekomen, het zuiden ligt aan tegen het district waar vroeger de kranten zaten en nog altijd rechtbanken zitten, en de City, het financiële centrum van Londen. In de jaren tachtig gingen de eerste journalisten, advocaten en bankiers eerst in het zuiden van de wijk wonen.

Maar sla de hoek om bij Corbyns kantoor en je ziet de vernieuwing aan het werk. Klusjesman Joe Conquest, bezig andermans huis op te knappen, vertelt hoe het zijne twaalf jaar geleden 360.000 pond waard was. „Vorige maand heb ik het laten taxeren: 1,2 miljoen.”

Bonen, worstjes en eieren

Holloway Road, de traditionele scheiding tussen het zuiden en noorden van Islington, was eind jaren negentig nog vol workmen’s cafés, waar de hele dag een fry-up van eieren met worstjes en witte bonen werd geserveerd. Tussen de minisupermarkten met hun smoezelige luifels, de winkeltjes met plastic huishoudbenodigdheden op de stoep en afhaalrestaurants, zitten nu koffietentjes. Het lokale radiostation maakte plaats voor een yogaschool.

„Er zijn minder bankjesmensen, alcoholisten, dan twintig jaar geleden. Dat is een grote verbetering”, zegt Robbie Shaerf, eigenaar van een antiekwinkel. Trots vertelt hij dat zijn beroemdste klant een politicus is. Nee, niet Blair of Corbyn, maar Boris Johnson, de burgemeester van Londen en eveneens een Islingtonian.

Shaerf ziet met lede ogen toe hoe „miljonairs naast shithole bijstandswoningen” zijn komen wonen. In zijn eigen bijstandsflat, om de hoek van de gevangenis, worden nu appartementen verkocht, vertelt hij. En met ongeloof in zijn stem: „Ik zag ze te koop staan: één slaapkamer voor 419.000 pond.”

De hoop ooit nog zelf huiseigenaar te zijn, is verdwenen – zeker voor jongeren. Onder Blair was het juist die ambitie, gekoppeld aan goedkope kredieten, die zorgde voor een koophausse. Het probleem was dat New Labour te laat voldoende woningen bij ging bouwen.

„In de jaren zestig werden de meeste huizen hier door meerdere families bewoond. Toen trok de middenklasse erin, en maakte er hele panden van. Nu is er zo’n tekort aan woningen dat je overal weer meerdere deurbellen ziet”, vertelt buurtbewoner William Keegan, columnist van zondagskrant The Observer, en auteur van twee boeken over Gordon Browns economische beleid.

Authentiek

Ook Keegan gromt bij het woord ‘zongedroogde tomaten’: „Ik weet precies waar het vandaan kwam. Er werd begin jaren negentig een Islington Cookbook gemaakt ten bate van de Kinderbescherming, met recepten van bekende buurtbewoners. Ik maakte iets met lamskoteletjes. Blair pasta met zongedroogde tomaten.”

Corbyns populariteit noemt hij een reactie op Labours onvermogen de afgelopen vijf jaar over bezuinigingen te praten. „Corbyn is erin geslaagd de ellende – die verergerd wordt door de Conservatieve plannen – te benoemen.” De andere drie kandidaten waren in de eerste maand van de campagne voor het leiderschap „konijnen die in de koplampen keken”, schreef Keegan in een column.

Vraag is of Corbyn, mocht hij volgende week Leader of Her Majesty's Most Loyal Opposition worden, ook met oplossingen kan komen. Rondom zijn kantoor, op het Andover Estate, een rode sociale woningbouwflat, en de markt bij Nag’s Head zijn ze overtuigd van wel. Blair was een pr-man, zeggen ze hier. Corbyn is authentiek. De schone schijn van Islington versus de werkelijkheid.

    • Titia Ketelaar