Vingerkunde

S. Montag

Je wilt weten hoe ver Melbourne van Amsterdam verwijderd is, of hoeveel poten een duizendpoot werkelijk heeft. Nog niet zo lang geleden pakte je dan de encyclopedie, altijd een loodzwaar boek, en het was een meevaller als je vond wat je zocht. Sinds de oppermacht van de digitale techniek hoort de encyclopedie tot de voorwereldlijke boeken. Je pakt je laptop, tikt de Google in met het woord ‘duizendpoot’, en dan lees je dat er 3.000 soorten zijn, het lichaam opgebouwd uit 15 tot 83 segmenten met aan ieder segment links en rechts een poot.

Er staan ook plaatjes bij. Op je scherm heb je een pijltje en een handje met een gestrekt wijsvingertje. Met behulp van je muis kun je ze allebei naar het object van je nieuwsgierigheid bewegen en dan krijg je een zee van bijzonderheden.

Mij ging het niet om de duizendpoot – dat was mijn proefkonijn – maar om dat handje. Sinds de opkomst van de digitale beschaving is het tot een van de meest gebruikte symbolen ter wereld geworden.

Het is een vriendelijk handje, de wijsvinger is welwillend, hulpvaardig gestrekt. Wie heeft het ontworpen? En heeft dit bescheiden genie er copyright voor in rekening gebracht? Wordt het gebruik geregistreerd? Dat kan met de modernste technieken. Dan moet deze tekenaar langzamerhand een van de rijkste mensen op aarde zijn.

Ik wilde er meer van weten. Google erbij gehaald en ingetikt: computerwijsvinger. Die zoekmachine stelt nooit teleur. Ik kreeg niet één maar minstens tien handjes met wijsvingers, allemaal anders. De wijsvinger die ik bedoelde is in een realistische stijl getekend, zou van Willink kunnen zijn. In deze verzameling zag ik creaties die je aan Mondriaan of Picasso zou kunnen toeschrijven. Gevormd uit blokjes, half achterstevoren, in een soort kurkentrekkerversie. Wat een scheppingsdrang!

Gelukkig blijft het creatief vermogen van Google beperkt tot de voorstelling van deze zes letters die op bijzondere dagen op een leuke manier vervormd worden. Let op wat er met Kerstmis of op Valentijnsdag weer zal gebeuren.

De vingers staan in onze cultuur niet in hoog aanzien. Je hebt het kinderrijmpje ‘Naar bed, naar bed, zei Duimelot’. Er volgt een gedachtenwisseling, ze besluiten iets lekkers uit grootmoeders kastje te halen en dan eindigt het met verraad van het Kleine Ding, de pink.

En dan hebben we het praktisch gebruik. De duim gebruikte je vroeger om te liften. Je ging langs de snelweg staan, stak je duim op in de rijrichting van het verkeer, er stopte een auto en je mocht meerijden. Dat was een idealistische tijd. Als je dat nu doet, word je door de politie meegenomen. In deze tijd steek je je duim op om te laten weten dat je je geweldig voelt of als je een wedstrijd hebt gewonnen. Je middelvinger steek je op als je de hele wereld wilt laten weten dat je een diepe minachting voor alles hebt. De pink gebruik je om je oor schoon te maken.

Tenslotte hebben we het historisch gebruik. Volgens mij zijn in de oorlog de Duitsers met het V-teken begonnen, de opgestoken wijsvinger en middelvinger. Er hoorde een leuze bij: ‘V is Victorie want Duitsland wint op alle fronten’. Wij maakten daarvan: ‘V is Victorie want Karel heeft een fiets met een bel’.

Leuk? Beschouw het als een verzetsdaadje. Later heeft Churchill het V-teken voor de Geallieerden geannexeerd en zo is het gebleven.

    • S. Montag