Vanaf

Tijdens mijn ouderschapsverlof had ik een semantische discussie met een meneer die mijn type niet was. Niemand werd gelukkig van deze discussie. Goed, kort verhaal lang: er was een pakket bezorgd dat ik vanaf één uur op de volgende werkdag kon ophalen bij het postagentschap bij mij in de buurt. Ik daarheen. En zoals het een lang verhaal betaamt: geen pakket. Ik: „O, wat gek, want ik dacht, er staat ‘vanaf één uur’, en het is nu twee uur.” De man van het postagentschap: „Vanaf één uur. Dat kan dus ook twee uur zijn.” Ik: „Maar wat heb je er dan aan dat er staat: vanaf één uur?” De man: „Dat moet u niet aan mij vragen, wij drukken dat formulier niet, wij zijn niet de Post NL, dient u maar een klacht in als het u niet bevalt.” Ik: „Ik bedoelde het niet als aanval, ik vind het alleen merkwaardig dat ‘vanaf één uur’ niet betekent dat het er vanaf één uur ligt.” Hij: „Ja, onhandig hè? Had u maar thuis moeten zijn.”

Na nog wat woorden over en weer verliet ik in overspannen toestand het postagentschap en gleed tegelijkertijd mijn verlof uit. De roze wolk bestaat (anders dan vaak wordt beweerd) wel degelijk – maar tegen de wereld van de postagentschappen is zij niet opgewassen. Ik belde vanuit hormonale agressie met Post NL, die mij in het gelijk stelde. Zij vonden ook dat ‘vanaf één uur’ betekende dat het er om één uur lag, en niet op een willekeurig moment daarna. Ze zochten het na, en sterker nog: het pakket lag er ook. Maar de enge man van het postagentschap had niet goed gekeken.

Terug kon ik natuurlijk niet meer. Uiteindelijk heb ik mijn vriend gestuurd. Die vertelde dat de man zichzelf had laten vervangen, door een zachtaardige collega. Hij was dus ook bang voor mij; of waren we vooral bang voor onszelf? Waartoe wij in staat zouden zijn, als we tot het uiterste werden gedreven rondom een postpakket? Vragen, vragen.

Vanaf vandaag kunt u mij weer elke week lezen op deze plek.