Tellen met camera’s, sensoren, trackers en chips

Drukte bij de pont over het IJ tijdens de opening van de negende editie van Amsterdam Sail. Foto ANP

Een GOP is een geregelde voetgangersoversteekplaats. Het verschil met de VOP, de gewone voetgangersoversteekplaats, zit hem in de groene en rode lichten die laten zien wanneer de voetganger mag oversteken. De VOP heeft geen lichten, die heeft alleen zebrastrepen.

Veel Amsterdamse GOPs zijn voorzien van een tikker/teller die de restwachttijd van de voetganger nauwkeurig aangeeft. Vaak is er een 48-12 schema: 48 seconden wachten, 12 seconden oversteken, maar op plaatsen waar de automobiele doorstroming hoge prioriteit heeft is de wachttijd soms wel 60 seconden. 60 hele tikken. Dat valt niet mee, een hele minuut kijken naar een teller die langzaam van 60 terugtikt naar 0. Maar de meeste Amsterdammers brengen het op.

Vlak voor de IJ-tunnel is in de Valkenburgerstraat een tikker/teller gemonteerd die voetgangers en fietsers anderhalve minuut laat wachten. 90 volle seconden! 90 tikken lang naar een teller kijken, dat gaat niet, het is te veel, het leidt tot burgerlijke ongehoorzaamheid, er komen ongelukken van. Dat is uitgezocht. Maar de gemeente heeft er iets op gevonden, zij laat de intervallen tussen de tellertikken gewoon anderhalf keer zo lang duren als verderop in de stad. Ook de 90-seconden-GOP-tikker telt terug van 60 naar nul. Geen hond die het merkt en iedereen is tevreden.

Dat is de Amsterdamse geest: handig en verstandig, met een open oog voor ieders belang. Het is het referentiekader voor de rest van dit stukje dat weer eens de bezoekersaantallen van grote evenementen onder de loep neemt. Het nautisch evenement Sail trok dit jaar volgens de gemeente 2,3 miljoen bezoekers, in opeenvolgende dagen 350, 400, 500, 600 en 450 duizend. Zou het waar zijn?

Vijf jaar geleden werd de vraag hier ook gesteld omdat bij eerdere Sails was gesjoemeld. Amsterdam wil nu eenmaal de evenementenhoofdstad van Europa worden, de sponsors moeten tevreden blijven en dan gaat dat bijna vanzelf. Bij de Love Parade in het Duitse Duisburg, waar 21 feestgangers stikten, was hetzelfde gebeurd. Er waren maar 250.000 bezoekers geweest maar de organisatie had dat marketingtechnisch afgerond tot 1,5 miljoen. Later bleek dat de belangstelling voor de Amsterdamse Canal Parade en het Rotterdamse Zomercarnaval ook flink was opgeplust.

Juist afgelopen week kwam Maarten van Rijn, docent evenementenlogistiek van NHTV internationaal hoger onderwijs in Breda, op de radio met zijn conclusie dat de belangstelling voor grote evenementen stelselmatig wordt overdreven. De sponsorbelangen prevaleren, structureel gaat er 30 tot 40 procent bovenop. „Het is niet altijd kwade wil”, zegt Van Rijn, „soms is het onvermogen. Politie en beveiligers kùnnen niet schatten, ik heb er bij gestaan en gezien hoe ver ze er naast zaten.”

Overigens is, zegt Van Rijn, de veiligheid vaak meer gediend met inzicht in bezoekersstromen en bezoekersdichtheden dan inzicht in totale aantallen. En gelukkig zijn er steeds meer technische mogelijkheden. Op kritische punten kun je passanten laten tellen door sensoren die de wifi-signalen van de smartphones opvangen, vooropgesteld dat de methode is gekalibreerd, bijvoorbeeld met tel-camera’s. Op de laatste koningsdag in Breda bleek ongeveer 50 procent van de passanten een wifi-signaal af te geven.

Voor het schatten van totale bezoekersaantallen is het gsm-signaal dat èlke mobiele telefoon afgeeft te gebruiken. Dat is aangetoond door het Amsterdamse onderzoeksbureau Decisio bij manifestaties in IJmuiden en de Amsterdamse Arena die 16.000 en 60.000 bezoekers trokken. Allemaal met een mobiel op zak. „Je meet het totaal aantal telefoons binnen een gebied en trekt er de telefoons vanaf die er altijd al zijn, daar komt het op neer”, zegt onderzoeker Menno de Pater. Decisio zat er maar 1 à 2.000 gasten naast. Met de methode is aangetoond dat het festival ‘Deventer op Stelten’ in 2014 niet 140.000 feestgangers trok maar hooguit 85.000.

En nu die rare mooie getallen van Sail 2015, die samen op 2,3 miljoen uitkwamen. Hoe betrouwbaar is dat? „Ik denk”, zegt evenementenmanager Daniël Schipper, „ik denk dat de nauwkeurigheid wel eens 10 procent kan zijn.” Hij heeft uitgelegd dat er nog steeds geschat wordt door politie, vervoerders en havenautoriteiten, en dat het schatten lang zo slecht niet gaat als Van Rijn denkt. En dat er in samenwerking met de TU Delft een keur aan nieuwe hulpmiddelen aan was toegevoegd. Er zijn tel-camera’s en wifi-sensoren ingezet, bezoekers waren uitgerust met GPS-trackers zodat hun route te volgen was, in vlaggetjes waren RFID-chips genaaid die op afstand werden waargenomen en er zijn 800 straatinterviews gehouden. „Elke keer worden onze schattingen beter.”

Het kernprobleem zit hem in de dubbeltellingen, er is een verschil tussen ‘bezoekers’ en ‘unieke bezoekers’, veel Amsterdammers zullen de Sail meer dan één keer aandoen. In principe is het percentage dubbeltelling af te leiden uit de unieke mac-adressen van het wifi-systeem. Maar het kan ook simpel aan de hand van een grote landelijke steekproef: bezocht u de Sail of niet. Als 10 procent van de Nederlanders de Sail bezochten en je belt er 1000 at random op dan moet je minstens 83 ex-bezoekers treffen. In 2010 werd het geschatte bezoekersaantal van 2,3 miljoen na de landelijke telefonische enquête teruggebracht tot 1,7 miljoen. Dat is het mooie van de ontwikkelingen: hoe hoger de bezoekersaantallen, hoe makkelijker de amateuronderzoeker nagaat of ze ook kloppen.