Straathoekwerker voor levensvragen

illustratie tomas schats

De publieksfilosoof doet het goed in Nederland. Cursussen praktische filosofie, De Maand van de Filosofie, The School of Life en Filosofie Magazine – in de afgelopen twintig jaar zijn talloze uiteenlopende initiatieven ontstaan om filosofie toegankelijk te maken voor een breed publiek. Het is daarom hoog tijd voor een afstudeerrichting Publieksfilosofie aan de universiteit, een volledige „opleiding voor mensen die ingewikkelde ideeën en kwesties kunnen omzetten in begrijpelijke taal”, met de bijbehorende leerstoel.

Dit oppert René Gude, de in maart overleden filosoof en Denker des Vaderlands, in het postume interviewboek ‘Ik blijf nog even kletsen’. De laatste gesprekken met René Gude, dat deze week verschijnt. Gude noemt de academische filosofie „een bron voor levende filosofiebeoefening”, maar zegt dat er in Nederland ook plek moet zijn voor een „backoffice van publieksfilosofen” die de resultaten van de geesteswetenschap op een begrijpelijke manier met de samenleving delen, en daarvoor worden opgeleid aan diezelfde universiteit.

Hoe reageren andere filosofen op zijn voorstel? „Een goed idee”, zegt Daan Roovers, oud-hoofdredacteur van Filosofie Magazine. Ze doceert sinds drie jaar het vak publieksfilosofie aan bachelorstudenten van de Universiteit van Amsterdam. „Publieksfilosofie is een ambacht. Het vereist didactische vaardigheden. Maar het is nu alleen een keuzemodule van vier weken. Dat is veel te weinig. Ik zou er dolgraag een hele master van maken.”

Menno Lievers, docent theoretische filosofie aan het departement wijsbegeerte en religiewetenschappen van de Universiteit Utrecht, zet daarentegen vraagtekens bij het opzetten van zo’n afstudeerrichting. „Waarom zou zo’n opleiding op de universiteit moeten plaatsvinden? Als je als publieksfilosoof al vindt dat de academici in een ivoren toren leven en zich niet in begrijpelijke taal uiten, waarom zou je dan juist op de universiteit zo’n leerstoel willen opzetten? Dan kan je het beter bij cursussen levenskunst buiten de academie houden.”

Levensvragen

Volgens Lievers is niet duidelijk „welk idee van filosofie publieksfilosofen uitdragen”. Heeft filosofie iets te maken met literatuur? Gaat het om levensvragen? „Zonder afbakening kenmerkt publieksfilosofie zich vooral door de vorm, niet door de inhoud”, aldus Lievers.

Hij vindt dat de academische filosofie de publieksfilosofie niet nodig heeft. Anderen denken dat de publieksfilosofie de academische filosofie uit het isolement kan halen. „De teksten van Locke of Rousseau kan iedereen lezen”, zegt Roovers. „Maar in de achttiende eeuw, na Kant, werd filosofie vooral iets tussen professoren.”

Ook Machiel Karskens, emeritus hoogleraar sociale en politieke wetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen, vindt dat de academische filosofie zich sinds de jaren zestig steeds meer heeft teruggetrokken binnen de muren van de universiteit. „In Nederland is het doceren van wijsbegeerte verengd tot hapklare brokken collegestof binnen een studierooster. Daar zou een opleiding tot publieksfilosofie verandering in kunnen aanbrengen.” Hij wijst erop dat filosofen in het verleden vaak een publieke rol hadden als opinieleider. „Neem Heidegger of Bergson. Zij schreven ingewikkelde filosofische teksten maar trokken met hun colleges een groot publiek. Jean-Paul Sartre presenteerde zijn filosofische ideeën zelfs bewust buiten de academische wereld. Zijn existentialisme was overduidelijk een vorm van publieksfilosofie.”

Populariseren

De specialisatie praktische of toegepaste filosofie bestaat al langer op de Nederlandse universiteiten maar een officiële leerstoel Publieksfilosofie lijkt Karskens geen slecht idee. „Alleen heeft een universitair onderzoeker wel een andere taak dan de publieksfilosoof. De laatste wordt opgeleid om als leraar of journalist filosofie buiten de universiteit te brengen.”

Lievers heeft daar twijfels bij. „Hoe filosofie te populariseren zonder te vulgariseren? Ik had veel waardering voor de mens Gude, maar als filosoof legde hij de problemen te vaak op een slordige manier uit. Dat is helemaal niet nodig. Je kunt ingewikkelde gedachten van Aristoteles precies uitleggen.”

Volgens Karskens moet het verschil tussen de publieksfilosoof en de academicus niet te zwaar worden aangezet. „Er zijn ook filosofen op de universiteit die goed kunnen schrijven en een breed publiek trekken en er zijn er die liever hechten aan precisie en het vakjargon.”

Hij benadrukt dat de publieksfilosoof én moet weten waar hij het over heeft én het ambachtelijke werk moet beheersen om helder te kunnen uitleggen. Dat is ook waar Roovers op uit is. Ze leert haar studenten vooral de kunst van het schrijven, spreken en debatteren. „Ze moeten leren hoe ze iets helder en opiniërend uitleggen aan een breed publiek.”

Ze wijst erop dat een publieksfilosoof wordt opgeleid om andere, meer maatschappelijke vragen te stellen. „Hoe sta ik in de wereld? Hoe begrijpen we elkaar? De vraag naar reflectie wordt in onze samenleving alleen maar sterker.”