Opinie

    • Rosanne Hertzberger

Hoe voelt de weerman zich?

De media interviewen mensen uit de media alsof iedereen een verhaal heeft. Rosanne Hertzberger constateert dat dat tegenvalt.

Ik was deze zomer in Nederland, scheurde een paar dagen onbezorgd van verjaardag naar kraambezoek naar huwelijk. De wegen waren leeg en NPO Radio 1 stond aan. Woensdagochtend. Charles Groenhuijsen en Max van Weezel nemen plaats in het ‘mediaforum’ van het KRO-NCRV programma De Ochtend. Het onderwerp vandaag is de uitzending van het tv-programma Medialogica, over de indringer bij het NOS Journaal. Jawel, ik luisterde naar een mediaprogramma, over een mediaprogramma, over de berichtgeving over een incident in een mediaprogramma. U denkt, dat moet een uitzondering zijn. Maar nee, het mediaforum wordt elke werkdag uitgezonden. Zoveel behoefte is er aan journalistiek over journalistiek. En voor wie niet het hele weekend zonder kan, is er ook nog De Perstribune op zondag, waar die week eens extra lang zou worden stilgestaan bij alle leuke weetjes en inzichten rond nieuwslezer Rob Trip. (Is hij weleens bang om zich te verspreken? Is hij nog weleens nerveus?)

Donderdagavond, presentatrice Margje Fikse van het EO-programma Dit is de dag interviewt weerman Marco Verhoef. Na een paar korte vragen over Marco’s favoriete klimaat (niet te warm) en vakantiebestemming (Oostenrijk) duikt Margje meteen de diepte in. „Marco, zou jij jezelf kunnen beschrijven in weertermen?” Marco hoeft niet lang na te denken over die vraag. „Perioden met zon en af en toe een onweersbui.” U denkt: zo weten we wel weer genoeg over onze weerman. Maar nee, er volgt een diepgaand gesprek over waarom de weerman weleens chagrijnig is (meestal omdat hij moe is), en hoe hij zich dan precies gedraagt als hij chagrijnig is (dan wordt hij stil).

Maar de week is nog niet voorbij. Zaterdagochtend, het programma De Taalstaat met Frits Spits, over de Nederlandse taal. Willem Vissers is te gast, chef sport van de Volkskrant. Het hemd wordt hem van het lijf gevraagd. Wanneer ontdekte hij eigenlijk dat hij sportverslaggever wilde worden? En waarom? Mulisch, Reve of Hermans? Is hij meer een lezer of meer een schrijver? Wie was zijn leermeester? Of hij een stukje wil voorlezen uit eigen werk. In wat voor stemming schreef je dit? Welke gemoedstoestand?

Dit had een moment kunnen zijn waarop Willem Vissers heel hard Frits Spits uit had gelachen. Hoe bedoel je, gemoedstoestand? Ik deed gewoon mijn werk. Net zoals jij hier je werk zit te doen. En de technicus ook en de koffiejuffrouw ook. Vissers had kunnen weigeren om nog verder mee te werken aan dat eigengeilerige navelstaarderige theatertje dat deze radiostudio geworden is. „Hoe voel jij je op dit moment Frits Spits?” had hij kunnen vragen. Zit jij nou echt te wachten op de dertien-in-een-dozijn gevoelentjes van de zoveelste stukjestikker?

Maar Vissers gaf keurig antwoord op de vraag. Beschreef het stadion, de wedstrijd, de stemming op die dag. Ook nog eens zijn vijftigste verjaardag. Die informatie kan ik dus nooit meer uit mijn hoofd wissen.

Ooit was ik ervan overtuigd dat in elk mens een boeiend verhaal zat. Dat ieders geschiedenis de moeite van het vertellen waard was. Maar het is niet waar. Er zijn niet zo bijster veel bijzondere verhalen te vertellen. Ook die man, die heus prachtige voetbalstukjes schrijft, is gewoon maar een meneer, met een buurman en een auto en gevoelens en een identiteit. Iedereen heeft een identiteit. Ik vind het een beetje ordinair om mensen daarmee te pas en te onpas in het gezicht te zwiepen.

Ik geloof niet dat de media zichzelf interviewen omdat ze een in zichzelf gekeerde wereld zijn. Ik geloof dat ze onderdeel zijn van de deeleconomie. Niemand is anoniem, er is ruimte voor ieders persoonlijkheid, voor ieders authentieke zelf, hoe gezapig ook. We zitten braaf in de kring en iedereen krijgt de beurt, de weerman, de sportverslaggever, de nieuwslezer, en straks wil iemand ook heus weten hoe Margje Fikse zichzelf in weertermen zou beschrijven. We luisteren en liken braaf naar ieders überindividuele unieke verhaal. Het idee is dat het op een gegeven moment jouw beurt is.

    • Rosanne Hertzberger