Rood haar is net zo oud als de mens en zal helemaal niet uitsterven

De archetypische clown heeft niet toevallig rood haar. Zijn rosse krullen benadrukken dat hij anders is, en misschien wel een beetje gewantrouwd moet worden. Dit haast onbewuste gevoel zit diep geworteld in onze cultuur. Het zijn dit soort vooroordelen waar roodharigen dagelijks mee geconfronteerd worden.

„Als je wilt weten hoe het is om tegenwoordig rood haar te hebben moet je verder kijken dan de harde feiten van de wetenschap”, schrijft de Britse Jacky Colliss Harvey in haar boek Ginger. Ze spreekt uit ervaring, want haar jeugd en ook haar volwassen leven is getekend door haar rossige haardos. Colliss Harvey was bovendien de enige roodharige in haar familie. Het bleek een onuitputtelijke bron van plagerij, pesterij, discriminatie en vooroordelen.

Het boek is een pleidooi voor de emancipatie van roodharigen, een variant op James Browns vermaarde ‘Say it out loud, I’m black and I’m proud!’: rood en trots. Er gaat ook een bijzondere natuurlijke schoonheid uit van roodharigen, vanwege de contrasterende vuurkleur van hun haar op de vaak bleke huid eronder. Niet voor niets zijn de gingers heel gewild als model voor schilders of fotografen. Zelf is Colliss Harvey ook model geweest.

Colliss Harvey belooft de lezer dat zij in het boek de informatie en de onformatie van elkaar zal scheiden. In volksverhalen, en tegenwoordig op internet, circuleren tal van feitjes die alleen al door de herhaling waar lijken te worden. „Er wordt tegenwoordig net zoveel misplaatste onzin over rood haar geschreven als 100 of 200 of zelfs 500 jaar geleden”, merkt zij op.

Een moderne mythe is dat roodharigen gedoemd zijn uit te sterven, omdat het gen daarvan recessief is en ten onder zal gaan in de dominantie van andere haarkleuren. Maar daarvoor is geen enkel bewijs, voert Colliss Harvey aan. In Schotland en Ierland zijn de meeste roodharigen (respectievelijk 13 en 10 procent) en dat zijn er zeker niet minder dan historische bronnen vermelden. Sterker nog, het gen voor rood haar is waarschijnlijk al met de migratie van de eerste moderne mens vanuit Afrika meegereisd in het DNA. In de grote massa ging dit vrij zeldzame rode gen verloren, maar in kleine, geïsoleerde populaties kwam het bovendrijven. En genetisch onderzoek heeft aannemelijk gemaakt dat neanderthalers in Spanje soms ook rood haar hadden, zij het in een iets andere genetische variant dan die bij de moderne mens.

De relatieve zeldzaamheid van een rode haardos en de opvallendheid ervan heeft bijgedragen aan de mythevorming. Ze zijn ongewoon en exotisch, en vaak worden er aan dit uiterlijk in volksverhalen criminele of seksuele eigenschappen toegedicht. „Een van de oudste verdachtmakingen tegen roodharigen is dat ze het resultaat zijn van seks tijdens de menstruatie, tevens een van de oudste seksuele taboes”, schrijft Colliss Harvey.

De auteur werkte als kunsthistorica voor musea en was uitgever van kunstcatalogi. Aan de hand van bekende en minder bekende schilderijen die geschiedenis van de roodharige induikt. De Oude Grieken kenden roodharigen als het ongetemde volk van de Thraciërs. De kiem van de vooroordelen werd hier gelegd: roodharige mannen zijn onbetrouwbaar en roodharige vrouwen zijn onverzadigbare seksbeesten.

Ginger is vol vuur en vlot geschreven, maar Colliss Harvey blijft te lang hangen in de kunstgeschiedenis. Het vreemde effect daarvan is dat ze de mythes benadrukt die ze nou juist wil ontzenuwen.