Pakadvies student: reis licht

Deze week zijn veel studenten vol spanning begonnen aan het nieuwe academische jaar. Geïntimideerd door alle in bibliotheken en laboratoria gestolde kennis, pijnigen ze hun hersenen over existentiële vragen: Hoe vind ik mijn weg in het academisch labyrint? Is er nog wel een plek voor een jonge onderzoeker? En wat neem ik mee in mijn rugzak op deze lange reis?

Mijn pakadvies is eenvoudig. Reis licht. Een kompas, een stemvork, een loep en een dobbelsteen zijn voldoende.

Allereerst het kompas. Albert Einstein beleefde zijn eerste wetenschappelijke ervaring toen hij op vierjarige leeftijd van zijn vader een kompas kreeg. Hij herinnerde zich later helder hoe hij gefascineerd was door de kompasnaald, die altijd in dezelfde richting wees. Maar Einstein zag nog iets anders. Als hij met zijn kompas door de kamer liep, bleef de naald naar het noorden wijzen. Blijkbaar was er iets dat de ruimte vulde en het kompas aanstuurde. Het was de gewaarwording van dit onzichtbare magnetische veld dat hem voor altijd bijbleef.

Zo hebben jonge onderzoekers een interne kompas die de richting van de tijdgeest oppakt. Niet gehinderd door de vooringenomen ideeën van meer ervaren wetenschappers, voorvoelen ze waar de interessante ontwikkelingen naartoe leiden. Het subtiel signaal van verbeelding en intuïtie kan gemakkelijk overstemd worden. Zoals Einstein later zei: ‘Verbeelding is belangrijker dan kennis. Want kennis is beperkt tot alles wat we kennen en begrijpen, terwijl de verbeelding de gehele wereld omvat.’

Dan de stemvork. Belangstelling is een fijn afgestemd instrument. Je trilt mee met een onderwerp of niet, en bent de enige die deze innerlijke stemvork kan horen. Ga naar een voordracht, lees een boek, bekijk een documentaire en luister daarna of de stemvork harder is gaan trillen of juist is gedempt. Ben je geprikkeld om je er verder in te verdiepen, doe dat dan. Maar als er geen resonantie plaatsvindt, zoek dan verder.

Daarom is het derde voorwerp in de rugzak zo belangrijk: de loep. Want in de wetenschap zijn details belangrijk. Zeker aan het begin van je carrière is het verleidelijk alles tegelijk te willen doen. Maar dat is onverstandig. Dus, focus op iets dat je aantrekt en graaf dieper. Vergeet de big picture even en verlies je in de details, waar het vakgebied pas echt tot leven komt. Heb je meerdere interesses, probeer deze dan eens na elkaar in plaats van tegelijkertijd te doen. Ongetwijfeld komt alles ooit prachtig bijeen, maar niet per se aan het begin van je loopbaan.

Ten slotte, het tegenwicht van de loep: de dobbelsteen. Iedereen kent de verhalen van dolfijnen die drenkelingen naar de kust duwen. De ene theorie zegt dat dolfijnen dat doen vanuit een hoge morele standaard. De tweede optie is dat ze gewoon spelen en de drenkelingen willekeurig verder duwen. Alleen degenen die de goede kant worden opgeduwd kunnen dit navertellen. Spel en kans zijn cruciale succesfactoren, ook in een academische carrière. Zo nu en dan moet je jezelf uit je comfortzone duwen. Het toeval helpt daarbij. Kijk eens over de schutting met een boek, college of conferentie ver buiten het vertrouwde domein.

Wat zeker niet in de rugzak zit, is een kaart. Het is onmogelijk een pad naar succes te schetsen, hoe zeer goedbedoelende ouders, vrienden of docenten dat ook proberen. Allereerst is succes geen objectief doel; ieder zoekt zijn of haar eigen niche. Verder zou zo’n landkaart grotendeels uit witte vlekken bestaan. Grote delen moeten nog worden ontdekt en gevormd, juist door de nieuwe generatie. Alle wegwijzers zijn daarmee tijdelijk. Wat nu een onneembaar massief lijkt, kan morgen een grazige vallei zijn.

Als nieuwkomer zonder kaart heb je een groot nadeel en een groot voordeel. Het nadeel is dat je weinig voorkennis hebt. Het voordeel is dat je weinig voorkennis hebt. Jonge onderzoekers zijn zich niet bewust van de in consensus vastgestelde kennisgrenzen en lopen er soms per ongeluk dwars overheen. Een befaamd voorbeeld betreft de wiskundige George Dantzig. Als student in Berkeley in 1939 noteerde hij aan het einde van het college even snel het huiswerk voor de volgende week. Dat bleek behoorlijk pittig, maar uiteindelijk wist hij het toch op te lossen. Bij het volgende college bleek echter dat het niet huiswerkopgaven waren, maar twee befaamde open problemen in de wiskunde. Wist hij veel.

Hoe avontuurlijk en onvoorspelbaar de reis ook zal zijn, het mooist zijn de reisgezellen die je gaat ontmoeten, ware geestverwanten. Het mechanische wereldbeeld van de natuurwetenschappen trekken we gemakkelijk door naar ons persoonlijk leven. Het legt grote nadruk op de plaats van oorsprong, het ouderlijk huis, de eerste levensjaren, de directe omgeving.

In de wetenschap zie ik juist het omgekeerde. Het leven wordt veel meer bepaald door waar je uitkomt – zoals Aristoteles dacht dat een steen naar beneden viel, omdat deze zo graag bij moeder Aarde wilde zijn. De universiteit is een plaats van bestemming. Jonge mensen komen van heinde en ver om intellectueel gelijkgestemden te vinden. Ook al is het pad lang, kronkelig en ongewis, uiteindelijk kom je thuis.