Op ‘t zesde zintuig naar Europa varen

Turkije is de beste plek voor Syriërs om hun sprong naar Europa voor te bereiden. Alleen de zee is een obstakel.

In Bodrum, aan de Turkse kust, wacht een gezin op een kans om over te steken naar Griekenland. Foto’s AFP/Bulent Kilic, Çigdem Üçüncü

Basel Khalil (52) speelt tot het laatst traditionele Syrische muziek op straat. Samen met een groep andere muzikanten aan de rand van de drukste winkelstraat van Istanbul. De concurrentie is groot. Aan de overkant musiceert een groep Iraniërs. Een van hen doet ook salto’s op de maat. Dat trekt meer publiek.

Dit zijn Khalils laatste dagen in Turkije. Vannacht moet hij op een straathoek wachten, tot hij wordt opgepikt om naar zee te worden gebracht. Waarschijnlijk door een vrachtwagen, die uren later stopt op een verlaten punt aan de kust tegenover Griekenland, waar weer een bootje ligt.

„Het is een goede tijd om te gaan”, zegt hij, een magere man met een grijze paardenstaart. „De reis is nu goedkoper. Na Griekenland zijn alle wegen open. Alleen Hongarije is een probleem. Daar kunnen ze je pakken en tegenhouden.”

De afgelopen maand zijn vrijwel al zijn Syrische vrienden die ook in Turkije woonden, vertrokken. „Ze moedigen me aan naar Duitsland te komen.” Khalil heeft uit de brokjes informatie over het versplinterde Europese asielbeleid zijn eigen puzzel gelegd. „Ik wil naar België. Daar zou het moeten lukken in drie tot vijf maanden papieren te hebben. Volgens mij is het groener dan Duitsland. Frankrijk zou ik graag willen, maar die doen niet aan gezinshereniging.”

Ongeveer twee miljoen Syriërs zijn sinds het begin van de oorlog in 2011 naar Turkije gevlucht. Ze zijn er legaal, vaak al maanden of zelfs jaren. Ze hebben geen klachten, maar een groot deel van hen is niet van plan te blijven. De laatste tijd stroomt het Turkse vat sneller leeg dan voorheen. Dat komt vooral doordat de reis, nadat ze Turkije hebben weten te verlaten, makkelijker en goedkoper is geworden. „De zee is het grote obstakel. Daarna is alles okay”, zegt Subhi Franjieh, een Syrische journalist die veel landgenoten kent die bezig zijn met de voorbereiding van hun vertrek.

Leugenachtige smokkelaar

Het geheugen van Khalils telefoon staat bomvol recente foto’s van zijn vrouw en zoontjes van 11 en 6. Zij blijven in Turkije totdat hij een verblijfsvergunning in Europa heeft gekregen en hij hen legaal kan laten overkomen. „Ik zet mijn kinderen niet op zo’n bootje. Ik zou wel gek zijn.” Het gezin heeft een flatje gehuurd in Esenyurt, een wijk in Istanbul waar de huren relatief laag zijn.

De sprong naar Griekenland is zijn tweede poging in drie weken. Toen hij half augustus naar havenstad Izmir ging voor de oversteek stelde de smokkelaar de reis steeds uit. „De leugenaar.” Later vertelt Basel dat het oponthoud waarschijnlijk kwam doordat er dat moment veel media in Izmir waren. De Turkse oppositie beschuldigde de regering ervan met smokkelaars onder een hoedje te spelen en dus werden de controles verscherpt en werd vertrekken moeilijker.

„Al mijn geld ging op aan verblijf en eten daar.” Na acht dagen besloot hij terug te komen naar Istanbul om eerst weer geld te verdienen. Het is gelukt genoeg te sparen voor drie maanden huur en eten voor zijn gezin in Turkije. Daarna moet hij geld vanuit Europa gaan overmaken.

Zoals veel Syriërs had Basel Khalil er al een rondje door de regio op zitten, voordat hij met zijn gezin in Turkije belandde. Ze vluchtten aanvankelijk uit Damascus, waar hij 22 jaar gitaar doceerde aan het Russisch Cultureel Instituut, naar Egypte. Hij vond opnieuw werk als gitaardocent.

Ze zijn anderhalf jaar in Kairo blijven hangen en begonnen daar ook aan het papierwerk om toegelaten te worden tot Canada. Zijn vrouw kon bijna niet naar buiten omdat ze geen hijab draagt, vertelt hij. En de situatie in Egypte werd met de dag onveiliger.

Syriërs zien Turkije als het enige land in de regio waar ze zich welkom en veilig voelen. Jordanië en Egypte gelden als matige alternatieven. Andere Arabische staten houden hun grenzen potdicht. Veel mensen zijn eerst naar Libanon gevlucht, maar daar zijn ze niet veilig voor de Syrische geheime dienst en Hezbollah. Wie door wil naar Europa moet bovendien toch altijd via Turkije. De vluchten vanuit Beiroet naar Turkse steden zitten vol migranten die Turkije louter als tussenstop zien.

„In Egypte wachtten we tot de regering in Syrië zou vallen”, vertelt Khalil. „Maar inmiddels, drie jaar nadat we zijn gevlucht, is duidelijk dat dit niet gaat gebeuren.” Nu wachten ze daar niet meer op. „Mijn kinderen gaan al drie jaar niet naar school. Ik wil een toekomst voor mijn gezin.”

Kosten voor Turkije: 5 miljard

Turkije heeft vluchtelingen uit Syrië vanaf het begin van de oorlog toegelaten. Aan de vluchtelingenhulp is tot nu toe ruim vijf miljard euro uitgegeven. De internationale gemeenschap heeft slechts 375 miljoen euro bijdragen.

De speeches van de Turkse president Recep Tayyip Erdogan waarin hij vluchtelingen welkom heet zijn legendarisch. „We proberen met liefde en vreugde voor jullie te zorgen. Gasten zijn in onze cultuur een eer en een goddelijk geschenk”, zei hij bijvoorbeeld op 8 oktober vorig jaar tijdens een bijeenkomst met vluchtelingen in Gaziantep, een stad dichtbij Syrië.

Erdogan vindt dat rijke westerse landen veel meer zouden moeten doen voor vluchtelingen. De Turkse president houdt het Westen er verantwoordelijk voor dat „de Middellandse Zee in een begraafplaats verandert”.

Door de enorme toeloop en de problemen die dat meebrengt , is er in eigen land kritiek op de grootse gebaren van Erdogan. De vluchtelingen drijven de huurprijzen op, vooral in de steden in de grensstreek. Ze werken zwaar onder de prijs in de bouw en in naaiateliers. Turken zijn bang voor terroristen onder de vluchtelingen die ongehinderd binnen komen.

Maar de Syriërs zijn de Turken dankbaar, zeggen ze stuk voor stuk. Maar veilig en legaal zijn in Turkije, is niet te vergelijken met een asielprocedure in een EU-land. Wat Turkije betreft zijn de Syriërs ‘gasten’, geen ‘vluchtelingen’, een status waaraan asiel kan worden ontleend.

Volgens een opvallende uitzondering voor Turkije op het vluchtelingenverdrag van Genève uit 1951 kunnen alleen mensen die vanuit het westen naar Turkije vluchten asiel aanvragen. Mensen die uit het oosten komen, kunnen dat niet. Dat draagt eraan bij dat de meeste Syriërs Turkije zien als een wachtruimte. Veilig, maar geen plek om een leven op te bouwen nu de oorlog maar blijft duren.

Gezondheidszorg en onderwijs

Het leven is voor de meesten bovendien zwaar. 260.000 Syriërs (en 15.000 Irakezen) zijn gehuisvest in tentenkampen en een containerstad in de grensstreek. Daar zijn de voorzieningen volgens internationale organisaties goed. De overigen moeten zichzelf zien te redden. Ze krijgen geen huisvesting of voedsel. Ze mogen echter wel gebruik maken van onderwijs en gezondheidszorg en kunnen sinds een wetswijziging afgelopen jaar ook legaal werken.

Een van de vele oorzaken voor de toenemende migratie richting Europa is dat Syriërs, die lang hebben kunnen teren op spaargeld of de opbrengst van verkoop van hun huis, door hun reserves heen raken.

Karam (24), hij geeft zijn achternaam liever niet, werkt zes dagen per week twaalf uur per dag als papiersjouwer bij een uitgeverij in Istanbul. Daarvoor krijgt hij 1000 lira, ongeveer driehonderd euro. Daarvan gaat 300 lira op aan een bed in een woning die hij met negentien anderen deelt. Na drie jaar in Libanon is hij inmiddels zeven maanden in Turkije. Hij denkt volgende maand genoeg geld te hebben gespaard voor de overtocht, vertelt hij in een café in de buurt van Aksaray, het knooppunt in Istanbul waar klanten en mensensmokkelaars elkaar treffen. Het is een drukke wijk vol kleine theehuizen en verkeer.

Snel na aankomst in Istanbul had Karam contact met meerdere ‘coördinatoren’, Syriërs en Egyptenaren die voor mensensmokkelnetwerken werken. Arabisch sprekende mannen met smartphones die op straat oogcontact zoeken met nieuwkomers. De prijzen verschillen weinig en er valt amper met de coördinatoren te onderhandelen, vertellen Syriërs op basis van anonimiteit. Het is een monopolie. „Uiteindelijk werken ze allemaal voor dezelfde maffia. De echte bazen blijven uit het licht.” Gemiddeld kost de overtocht naar Griekenland per boot tussen 1000 en 1300 euro.

Basel Khalil overweegt om als hij eenmaal in Athene is het vliegtuig te nemen, vertelt hij in het café waar hij gitaarles geeft in Istanbul. Een vals identiteitsbewijs en ticket heb je tegenwoordig al voor 400 euro. Dat is de moeite van het proberen waard. „Ik wil er gewoon zo snel mogelijk zijn om de procedure te kunnen starten.”

Vlak voor vertrek stuurt hij vrijdag nog een bericht. „Geen zorgen. Ik heb een zesde zintuig. Ik heb hier een goed gevoel over.”

    • Marloes de Koning