Merkel lokt vluchtelingen over levensgevaarlijk ijs

Dat peuters verdrinken in zee komt doordat Europese leiders hun ouders aanmoedigen de oversteek te wagen, zegt Peter Tetteroo. De emotie is ongetwijfeld oprecht, maar de reactie is onverantwoord.

llustratie Ruben L. Oppenheimer Illustratie Ruben Oppenheimer

I k had een nachtmerrie. Ik was aan het schaatsen, op dun ijs. Om me heen waren wat kinderen. Ze waren bang door het ijs te zakken. Ik keek achter me naar een kind dat probeerde in beweging te blijven op het krakende ijs. Toen ik weer voor me keek, zag ik een gat. Was er een kind door het ijs gezakt? Zag ik daar een hand, in het donkere water? Ik schreeuwde ‘help, help’ en dook het gat in.

Toen ik wakker werd, duurde het even voordat ik me realiseerde wat de oorzaak was van de nachtmerrie: de foto van de verdronken peuter Aylan in Turkije.

De rillingen lopen over je rug als je naar de foto kijkt. Maar onze reactie in het westen is impulsief: meer opvang. Meer hulp. Betere verdeling van vluchtelingen. Burgemeesters nemen creatieve beslissingen, regeringsleiders tonen zich ferm. Bekende en onbekende Nederlanders zamelen dekens in, stellen scholen open, worden gefilmd terwijl ze hun tranen nauwelijks kunnen bedwingen. Die foto heeft, daar lijkt iedereen het over eens, de World Press Photo nu al gewonnen.

De fotografe, de vader, iedereen eromheen wordt geïnterviewd, en we dwalen steeds verder af van waar het eigenlijk om gaat.

Ik kan ook niet kijken naar die foto van dat jongetje. Maar op mij heeft die foto een andere uitwerking. Als journalist ben ik in tientallen vluchtelingenkampen over de hele wereld geweest. Afrika, Midden-Oosten, etcetera. Oorlog na oorlog zag ik van dichtbij. Ik heb de radeloosheid gezien in de ogen van ouders die weten dat hun kinderen in gevaar zijn. Ik weet voor welke dilemma’s ze staan: vlucht ik of blijf ik hier? Ik weet ook hoe mensen elkaar opzwepen tot massahysterie. Duizenden mensen klampten mij aan om hulp, in Rwanda, Congo, Afghanistan, Irak. Alleen maar omdat ze dachten: hij komt uit Amerika, of Europa, hij kan helpen. Ik weet nog hoe ik me voorzichtiger ging bewegen, niets meer wilde zeggen, bang om valse hoop te wekken. In conflictgebieden zijn mensen kwetsbaar, en hypersensitief.

Om het conflict heen, in wat ik maar even de tweede ring noem, is het ook chaos. Niet door kogels of granaten, maar door ontwrichting, bandeloosheid, frustratie, werkloosheid, gebrek aan scholing, gebrek aan vooruitzichten. Dat is allemaal veel complexer dan je op afstand zou vermoeden. Mensensmokkelaars spelen daar handig op in.

Door te zeggen dat alle Syrische vluchtelingen welkom zijn (bondskanselier Merkel) en dat de opvang verviervoudigd moet worden (voorzitter Juncker van de Europese Commissie) stel je gezinnen die in het nauw zitten bloot aan een verleiding die ze niet kunnen weerstaan. Gewetenloze mensensmokkelaars doen de rest.

Wie maakt de keuze weloverwogen?

Welk deel van die duizenden vluchtelingen die de afgelopen weken op reis zijn gegaan heeft die keuze weloverwogen gemaakt? Ik vraag het me af. Welk deel van hen is daadwerkelijk op de vlucht voor de oorlog, welk deel sluit zich aan omdat er nu een momentum is? Welk deel van hen is daadwerkelijk Syriër? Geen idee.

Veel vluchtelingen die in Hongarije zijn gestrand, willen per se door naar Duitsland. Maar als de enige drang is: het oorlogsgeweld ontvluchten, dan slaak je met je kinderen toch al een zucht van verlichting als je Hongarije hebt bereikt? Turkije? Macedonië? De ouders van Aylan besloten het laatste stukje water over te steken terwijl het gezin allang in het veilige Turkije was. Wat dreef hen?

Ik heb alle begrip voor ieder individu dat zoekt naar een beter bestaan. Ik zou met mijn kinderen wellicht precies hetzelfde doen. Maar zijn deze mensen beter af als ze Duitsland ooit bereiken? En wat betreft de politici: is het verantwoord, om door te gaan met mensen luchtkastelen voor te spiegelen?

Wat bewoog Angela Merkel om die woorden uit te spreken, „alle vluchtelingen uit Syrië zijn welkom in Duitsland”? Het vermoeden ligt voor de hand: Merkel voelde zich aangesproken door een sentiment waarvan je zou hopen dat het eindelijk was uitgeraasd: Duitsers moeten net iets harder bewijzen dat ze verdraagzaam zijn dan de rest. Ongewild heeft Merkel tienduizenden op drift doen slaan, met alle gevolgen van dien.

Wij staan aan de overkant van de rivier en nodigen mensen uit naar ons toe te komen, terwijl het ijs levensgevaarlijk is en vol wakken zit.

Regeringsleiders zouden zich moeten realiseren dat hun woorden grote consequenties hebben. Mijn pleidooi: stop het aanmoedigingsbeleid. Wees terughoudend in het beïnvloeden van mensen die kwetsbaar zijn. Realiseer je dat massahysterie op de loer ligt.

Moeite met inzamelingen

Mijn vrouw heeft moeite met inzamelingsacties. Ooit had je: ‘Help de Roemenen de winter door’. Tandenknarsend zat ze op de bank. Ik begreep haar niet. Totdat ze het uitlegde: we sussen ons geweten met een tientje voor Unicef, of twintig euro voor Artsen zonder Grenzen. Zo hoeven we ons niet langer af te vragen of we een bijdrage moeten leveren aan de oplossing van blijvende ongelijkheid tussen het Westen en de rest van de wereld.

Sommige politici waren zichtbaar geëmotioneerd door de foto van het verdronken jongetje. Ik ga ervan uit dat die emotie echt is. Maar ook daar kan ik slecht naar kijken. Want als je zegt dat we ‘nu iets moeten doen’, hoe wrang is dat dan voor al die kinderen en hun ouders die op dit moment sterven in Zuid-Soedan? We zien ze niet, dus bestaan ze niet?

Zinvoller zou het zijn als politici, hulporganisaties, journalisten, schrijvers, acteurs, kortom al diegenen die invloed hebben op het collectieve denken, zouden proberen structurele aandacht te genereren voor de ongelijkheid tussen het Westen en de rest van de wereld. Vertienvoudig om te beginnen het budget voor ontwikkelingssamenwerking. Dat is nu 0,7 procent van het Bruto Nationaal Product, een schandelijk dieptepunt. En ga vervolgens aan de slag om de handelsverhoudingen structureel te verbeteren. Betaal Afrikaanse landen eindelijk eens een eerlijke prijs voor hun grondstoffen. „Onze mineralen zijn onze vloek”, zei een vertwijfelde jongeman ooit tegen mij in Congo, waar tussen de vier en vijf miljoen doden vielen in tien jaar tijd, in de strijd om grondstoffen die wij nodig hebben voor onze gadgets.

Wereldwijd sterven jaarlijks meer dan acht miljoen kinderen aan honger en ziektes die te voorkomen zijn. Die cijfers zijn niet nieuw, maar in het dagelijks leven liggen we er niet wakker van.

Of gaan we pas over echte oplossingen nadenken als ook Afrikanen in grote aantallen onze kant op komen? Geen tiendduizenden, zoals nu, maar honderdduizenden? Dat kan nog wel eens sneller gebeuren dan we denken.

    • Peter Tetteroo