Media over media, wat een armoede op tv

Ik was deze zomer in Nederland, scheurde onbezorgd van verjaardag naar kraambezoek. De wegen waren leeg en Radio 1 stond aan. Woensdagochtend. Charles Groenhuijsen en Max van Weezel nemen plaats in het ‘mediaforum’ van De Ochtend. Onderwerp: de uitzending van Medialogica, over de NOS-indringer. Jawel, ik luisterde naar een mediaprogramma, over een mediaprogramma, over de berichtgeving over een incident in een mediaprogramma. U denkt, dat moet een uitzondering zijn. Maar nee, het mediaforum wordt elke werkdag uitgezonden. Zoveel behoefte is er aan journalistiek over journalistiek. En voor wie niet het hele weekend zonder kan, is er ook nog De Perstribune op zondag, waar die week eens extra lang zou worden stil gestaan bij alle weetjes en inzichten rond nieuwslezer Trip. (Is hij weleens bang zich te verspreken? En weleens nerveus?)

Donderdagavond, presentatrice Margje Fikse van EO’s Dit Is De Dag interviewt weerman Marco Verhoef. Na een paar korte vragen over zijn favoriete klimaat (niet te warm) en vakantie (Oostenrijk) duikt Margje de diepte in. „Zou jij jezelf kunnen beschrijven in weertermen?” Hij hoeft niet lang na te denken. „Perioden met zon en af en toe een onweersbui.” U denkt: zo weten we wel weer genoeg. Maar nee, er volgt een diepgaand gesprek over waarom de weerman weleens chagrijnig is (meestal omdat hij moe is), en hoe hij zich dan gedraagt als hij chagrijnig is (dan wordt hij stil).

Maar de week is nog niet voorbij. Zaterdagochtend, het programma De Taalstaat met Frits Spits, over de Nederlandse taal. Een prachtige aangelegenheid om het nog eens over de geschreven pers te hebben. Willem Vissers is te gast, chef sport van de Volkskrant. Het hemd wordt van zijn lijf gevraagd. Wanneer ontdekte hij eigenlijk dat hij sportverslaggever wilde worden? Mulisch, Reve of Hermans? Is hij meer lezer of schrijver? Door wie is hij geinspireerd? Wie was zijn leermeester? Of hij een stukje wil voorlezen uit eigen werk. We horen de sportverslaggever op gedragen toon een stukje voetbalverslag voorlezen. In wat voor stemming schreef je dit? Welke gemoedstoestand?

Dit had een moment kunnen zijn waarop Willem Vissers heel hard Frits Spits uitlacht. Hoe bedoel je, gemoedstoestand? Ik deed gewoon mijn werk. Net als jij hier je werk zit te doen. En de koffiejuffrouw ook.

Hier had Vissers kunnen weigeren om verder mee te werken aan dat eigengeilerig navelstaarderig theater dat deze radiostudio geworden is. Wie geeft in godshemelsnaam om hoe de weerman zich gedraagt als hij chagrijnig is, of hoe de sportverslaggever zich voelt als hij zijn stukjes tikte? Hoe voel jij je op dit moment Frits Spits?, had hij kunnen vragen. Zit jij nou echt te wachten op de dertien-in-een-dozijn gevoelentjes van de zoveelste stukjestikker?

Maar dat deed Vissers allemaal niet. Vissers gaf keurig antwoord op de vraag. Beschreef het stadion, de wedstrijd, de stemming op die dag. Ook nog eens zijn vijftigste verjaardag. Die informatie kan ik dus nooit meer uit mijn hoofd wissen.

Ooit was ik ervan overtuigd dat in elk mens een boeiend verhaal zat. Dat ieders geschiedenis de moeite van het vertellen waard was. Maar het is niet waar. Er zijn niet zo bijster veel bijzondere verhalen te vertellen. Ook die man, die heus prachtige voetbalstukjes schrijft, is gewoon maar een meneer, met een buurman en een auto en gevoelens en een identiteit. Iedereen heeft een identiteit. Ik vind het een beetje ordinair om mensen daarmee te pas en te onpas in het gezicht te zwiepen.

Ik geloof niet dat de media zichzelf interviewt omdat het een in zichzelf gekeerde wereld is. Ik geloof dat het normaal is. Onderdeel van de deeleconomie. Niemand is anoniem, er is ruimte voor ieders persoonlijkheid, voor ieders authentieke zelf, hoe gezapig ook. We zitten braaf in de kring en iedereen krijgt de beurt, de weerman, de sportverslaggever, de nieuwslezer, en straks wil iemand ook heus weten hoe Margje Fikse zichzelf in weertermen zou beschrijven. We luisteren en liken braaf naar ieders uberindividuele unieke verhaal. Het idee is dat het op een gegeven moment jouw beurt is.

    • Rosanne Hertzberger