Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Hoe Arnhem te typeren?

De beste boekhandel van Arnhem, Hijman Ongerijmd, opende donderdagavond een ‘Boeksalon’ in een aanpalend pand dat tot voor kort een kapsalon was. Voor de openingshandeling was Wim Brands, de presentator van het VPRO-programma, ingehuurd. Aan alle muren hingen al een week posters van zijn hoofd. Het waren er best veel, maar ik had niet de indruk dat Wim daar ongemakkelijk van werd.

Wim maakte er een sobere plechtigheid van. Hij draaide een sleutel om in een slot, opende een deur, zei „we zijn open” en stapte de literaire salon binnen alsof hij thuis kwam. Even later presenteerde hij een light-versie van zijn televisieprogramma dat voor de gelegenheid over ‘Arnhem’ ging.

„Hoe Arnhem te typeren?”, vroeg Wim de hele tijd aan mij want ik was een van de gasten die was uitgenodigd om antwoord te geven op zijn vragen. Ik begon maar weer eens over de zwartgallige Arnhemse humor, dat de Arnhemmer altijd uitging van het negatiefste scenario zodat het eigenlijk alleen nog maar kon meevallen en over het, in mijn ogen dan, schitterende dialect.

Ik weet niet wat het alcoholpercentage was van de champagne die ze me er bij binnenkomst hadden geschonken, maar ik hoorde me de ene na de andere anekdote vertellen. Over dat mijn vader bij kapper Kniest in Presikhaaf in zijn oor was geknipt en dat hij toen vijf euro korting kreeg en over de nieuwe buurman van mijn schoonmoeder die ongevraagd haar heg had gehalveerd, maar dat het geen zin had om daar iets van te zeggen omdat de man uit Arnhem bleek te komen.

Het was kortom zo’n avond dat ik heel tevreden was over mezelf en mijn geboortestad, bedacht ik toen ik zes bier later een broodje shoarma at bij grillroom De Pyramide.

Een dag later was Arnhem weer gewoon Arnhem.

Ik had mijn bril er laten liggen en belde naar de grillroom, waar ze nog precies wisten wie ik was. „Die ingewikkelde.”

Ze hadden de bril gevonden.

„Maar doe geen moeite”, voegde het meisje aan de andere kant van de lijn er in plat Arnhems aan toe. „We hebben ’m weggeflikkerd. Dat doen we altijd.”

Ze wist niet meer in welke vuilniszak. Als ik wilde mocht ik dat zelf komen uitzoeken. Toen ik me bij grillroom De Pyramide meldde ‘om verhaal te halen’ keek de directie me meewarig aan. Ze begrepen dat het misschien een tegenvaller was en boden me ter compensatie broodje shoarma aan. ‘De directie’ zette het bord zelf heel voorzichtig op tafel, alsof het een dure vaas was.

„Jammer dat je geen bril meer hebt”, zei de man. „Anders had je kunnen zien hoeveel vlees wij jou serveren.”

    • Marcel van Roosmalen