Lessen van een bescheiden keizer

Mijn oudste dochter stuurde mij een lijst met de ‘25 meest aanbevolen leiderschapsboeken’ van dit moment. Op nummer één: Persoonlijke notities van Marcus Aurelius. Een boek waar ik mij – schande – nog nooit in had verdiept.

Marcus regeerde het Romeinse Rijk van 161 tot 180 en wordt de ‘keizer-filosoof’ genoemd. Om zijn gedachten te ordenen maakte hij notities die na zijn dood werden gebundeld.

Deze zomer heb ik mijn achterstand weggewerkt. Ik las het boek, mailde er met wat mensen over en heb op een rijtje gezet wat mij het meest opviel.

1 De bundel begint met een dankwoord. Marcus bewijst uitgebreid eer aan de leermeesters, vrienden en familieleden die hem hebben gevormd. Marcus geloofde dat hij alle goede eigenschappen te danken had aan anderen.

2 Marcus hing de stoïcijnse filosofie aan. Hij wilde zich niet laten leiden door wisselende emoties en de hang naar bezit. „Kijk dan verder eens naar de materiële dingen, hoe vergankelijk ze zijn, hoe waardeloos, dat ze bezit kunnen zijn van een hoerenjongen, een snol, een bandiet...” Misdadigers streven naar vergankelijke zaken als rijkdom, vond Marcus, als leider wil je je toch niet verlagen tot dat niveau?

3 Het streven naar roem is zo mogelijk nog onzinniger. Goed leven is in zichzelf al een beloning. Marcus schrijft: „Wanneer jij een goede daad hebt gedaan en een ander daar baat bij had, waarom ben je dan, als een dwaas, nog op een derde resultaat uit, namelijk dat je bekend wordt als weldoener of een tegenprestatie ontvangt?”

4 Blijf onder alle omstandigheden bescheiden. ‘Verkeizer’ en ‘verpurper’ niet, waarschuwde Marcus zichzelf. Leiderschap draait niet om jou. Als leider is je doel het streven naar rechtvaardigheid en het dienen van de gemeenschap. Bovendien: alles gaat voorbij. Wij zijn sterfelijk en ook de herinnering aan ons zal snel vergeten zijn.

5 Marcus gaf zijn studie van de retorica op voor de filosofie. Als leider moet je je niet teveel bezighouden met de vraag hoe je het beste je verhaal kunt verwoorden, vond hij. Het gaat allereerst om de vraag of hetgeen je te melden hebt waar en waardevol is. Communiceer daarna in heldere, duidelijke taal, zonder ijdelheid en omhaal van woorden.

6 Marcus schreef: „Wanneer je aanstoot neemt aan iemands onbeschaamdheid, stel je dan onmiddellijk de vraag: Is het mogelijk dat er geen onbeschaamde mensen op de wereld zouden zijn? Dat is niet mogelijk. Vraag dan ook het onmogelijke niet.” Maak je niet druk om wat je niet kunt veranderen. Richt je op waar je wel invloed op hebt.

7 Het belangrijkste is dat je je ‘innerlijke richtsnoer’ op orde hebt. Bedenk wat je echt belangrijk acht in je leven en in je werk. Dat geeft namelijk rust te midden van verandering, tegenslag en chaos. Marcus schreef: „Nergens kan een mens zich immers rustiger en ongestoorder terugtrekken dan in zijn eigen ziel, vooral als hij in zijn binnenste zulke vaste overtuigingen heeft dat hij, zodra hij zich daarin verdiept, zich meteen volkomen gerust voelt.”

Het lezen van andermans levenslessen is nuttig, maar vaak niet voldoende in de strijd tegen de waan van de dag. Marcus groeide in leiderschap door zijn visie steeds opnieuw op te schrijven in telkens andere woorden. Het dagelijks werken aan je eigen ‘persoonlijke notities’ is een eenvoudige gewoonte die ook leiders van nu kan helpen.