Lang, lang, heel lang naakt staan

Joyce Roodnat

Eenzaam en alleen. La voix humaine. Song from Far Away. Bas Jan Ader. John Turturro.

Hoe zie je dat iemand alleen is? Ik ga de ene avond naar de schouwburg voor een monoloog van Eelco Smits, Song from Far Away. De volgende avond ga ik weer, nu voor La voix humaine, monoloog van Halina Reijn. Die voorstelling ken ik al, maar de vorige keer lette ik er niet op. Nu wel: hoe kan het dat ik wéét dat ze helemaal alleen is, zoals ik ook niet twijfelde aan het alleen-zijn van Eelco Smits? Dat iemand een monoloog speelt is niet genoeg. Gebeurt dat koket dan voelt het als belazerij. Weinig is zo genant als een monoloog die verzandt in doen-alsof.

Dus moest Ivo van Hove, die beide voorstellingen regisseerde, iets onmiskenbaars verzinnen. En het loont om ze in combinatie te zien, want dan geven ze zijn oplossing prijs. Het zit ’m in de schoenen.

Een paar herenschoenen, in beide voorstellingen. In La voix humaine staan ze in het decor, achtergelaten door de ex-geliefde, die er daardoor toch nog een beetje is. In Song from Far Away heeft Eelco Smits ze zelf uitgetrokken. Hij ruikt even aan de schoenen. Halina Reijn doet dat ook in La voix humaine. Het gaat achteloos, je ziet het en je vergeet het weer. Maar het zet beide stukken op de rails.

Aan schoenen ruiken, je een moment verlustigen in de oude geur van eigen of andermans voeten, het is een van de weinige dingen die je uitsluitend onbespied en strikt alleen doet.

Er klotst in deze stukken ook eenzaamheid tegen de plinten. Hoe suggereer je dat iemand behalve alleen ook eenzaam is? Reddeloos eenzaam, à la Françoise Hardy’s song Tous les garçons et les filles de mon âge/ se promènent dans la rue deux par deux? Want voor eenzaamheid hoeft je niet alleen te zijn, het zien van andermans tweezaamheid is bijvoorbeeld al genoeg.

Wat eenzaam zijn eist van de kunsten, besef ik in de Grimm gallery in de Amsterdamse Pijp. Ik bezoek daar een duo-tentoonstelling van de twee grootste eenlingen van de Nederlandse beeldend kunst: Ger van Elk (1941-2014) en Bas Jan Ader (1942-1975). Ze waren bevriend, assisteerden en echoden elkaar. Het mooie van deze expositie is dat je ziet hoe dezelfde elementen leiden tot een diametraal verschil. Van Elk is de montere eenling. Hij lijdt niet, helemaal niet. Hij is niet eenzaam, hij is zichzelf genoeg. Met zijn foto’s en installaties geeft hij daar blijk van, terwijl wij mogen meekijken.

Hoe anders ligt dat bij Bas Jan Ader. Zijn werk krijst een verpletterende eenzaamheid uit. Op zijn korte 16 millimeterfilms valt hij in de gracht, in de bosjes en, in zijn beroemdste en onverdraaglijkste film, van de nok van een dak (Fall 1, Los Angeles, 1970). En niemand vangt hem op. We zien hem minuten lang huilen, we zien hem zijn eigen schaduw worden. Niemand doet iets.

Wie zijn werk beziet, kan niet ontsnappen. Die is schuldig aan zijn eenzaamheid. Eenzaamheid werkt door het publiek medeplichtig te maken, ook in het theater. Zo doet Halina Reijn het, als ze direct de zaal inkijkt. Zo doet Eelco Smits het als hij lang lang lang, heel lang naakt staat.

John Turturro acteert prachtig, al krijgt hij weinig kans om dat te laten zien – meestal moet hij een hysterische man spelen. Nu zie ik hem in de film Mia madre van Nanni Moretti. Weer als de schreeuwlelijk. Hij geeft gestalte aan een Amerikaanse filmster die in een Italiaanse film speelt. Lachen: hij is zelfingenomen, loopt de kantjes er vanaf en zit iedereen te intimideren met opschepperij over mythisch Hollywood.

Tot die ene scène, waarin de verjaardag van zijn personage wordt gevierd – zoals je dat doet als je een celebrity wilt paaien. Je kunt nooit op tegen de glamour en weelde die hij gewend is, dus doe je iets kleins, iets intiems. Een taart met een kaars, een glaasje en een Lang-zal-hij-leven.

Hé! Daar is de filmster buitensporig blij mee, hij gooit zich er zelfs helemaal in. Zijn uitbundigheid ontroert me, want hier overvalt Turturro me onverwachts met een eenzame man. En ook als hij zich allang weer honds gedraagt en ik zijn blijdschap met dat flutfeestje weer bijna vergeten ben, blijft resoneren dat er in hem een verloren mens zit. Een oud en eenzaam kind.

    • Joyce Roodnat