Komt het nog goed met Oranje?

Morgen speelt het Nederlands Elftal de cruciale wedstrijd tegen Turkije. Oranje dreigt het EK 2016 in Frankrijk mis te lopen. Andere landen halen ons qua organisatie in.

Bondscoach Danny Blind (links) en assistent Ruud van Nistelrooij. Foto REMKO DE WAAL/ ANP

De voetbalinfrastructuur van Nederland kent haar gelijke niet, zegt oud-bondscoach Louis van Gaal steevast. Waar gaat het dan fout? Nu Oranje zich diep in de problemen heeft gewerkt in de EK-kwalificatiepoule, kan Nederland zomaar het eindtoernooi in Frankrijk mislopen.

Kunnen we dan niet meer voetballen? Eenduidig is het probleem niet, de oplossing al helemaal niet. De WK-prestaties (tweede in 2010, derde in 2014) blijken oprispingen te zijn geweest van supertalenten die ondersteund werden door een ‘on-Nederlands’ sober defensief blok. Maar het trio dat nog over is, Wesley Sneijder, Arjen Robben en Robin van Persie, vervaagt.

De toplaag is te smal, dat is duidelijk. Maar hoe komt dat? 1,2 miljoen geregistreerde spelers telt de KNVB, 13 procent van de mannelijke bevolking voetbalt en ruim vier op de tien jongens tussen negen en zestien jaar zitten op voetbal. Van de grotere voetballanden scoort alleen Duitsland hoger.

Clubs en Oranje in crisis

Intussen stevent het Nederlands voetbal af op een crisis. Nu eens niet alleen de eredivisieclubs, die schutteren in Europees verband, ook het niveau van Nederlandse (top)spelers heeft zijn piek gehad.

Een verband leggen tussen een kwijnend Oranje en de status van de eredivisie doet geforceerd aan. Maar er zijn wel een aantal parallelle fenomenen, schetste Jelle Goes, technisch manager van de KNVB en verantwoordelijk voor de nationale jeugdelftallen, in december vorig jaar op het symposium over de toekomst van het Nederlands voetbal. De sterkte van de clubs waar de Nederlandse internationals onder contract staan, is tanend. Dat niet alleen: ook het niveau van de buitenlandse clubs waar spelers vanuit de eredivisie naartoe gaan, is de afgelopen acht jaar gedaald. Gevolg van het fenomeen van de vroege transfer: weg uit Nederland, dan maar naar mindere clubs. Bijna altijd voor het geld.

Het is verleidelijk om te spieken bij de Belgen, met ongeveer net zo’n kleine competitie en nu internationaal bulkend van de kwaliteit. Nog niet heel lang geleden waren de Rode Duivels sportief failliet. Inmiddels zijn ze het op twee na duurste nationale elftal ter wereld (gemeten in officieuze marktwaarde per speler) en bezet België de tweede plek op de FIFA-ranglijst. Sterspelers komen daar zowat op afroep.

„Maar het is ook in hoge mate een kwestie van cycli”, zegt Jean Kindermans, die als hoofd jeugdopleiding bij Anderlecht het succes van het Belgisch voetbal hielp vormgeven. „Ik kan de dip van jullie nationale ploeg moeilijk verklaren, maar jullie hebben nog steeds spelers die internationaal hun stempel op het voetbal drukken.”

De Belgen werken nu Nederlands

Het geheim van de Belgen is niet alleen een wonderlijk toeval van een bijzondere generatie. Vastgesteld kan worden dat de blauwdruk voor jeugdopleidingen in België vanaf de eeuwwisseling vooral de basisbeginselen introduceerde die in Nederland al decennia tot de bedrijfsvoering horen: 4-3-3 als spelsysteem, balbezit is in de jeugd heilig verklaard, de prestatie van het team is secundair. Hollandser kan het haast niet.

Gechargeerd gesteld: alles wat Nederland voor had op België, maar ook op het kwakkelende Duitsland rond de eeuwwisseling, is inmiddels geëvenaard door de buurlanden. Waar zit voor Nederland dan nu de ruimte voor verbetering? Wat valt er te leren? „Vooropgesteld vind ik dat iedereen van iedereen kan leren”, zegt Kindermans. „Maar het zou bijzonder arrogant zijn om nu Nederland te gaan uitleggen wat jullie anders moeten doen. Ik ben altijd, en nog steeds, jaloers op de structuur in de jeugdopleidingen bij jullie en op de organisatie van jeugdtoernooien en competities.”

Precies wat Van Gaal ook vindt. In zijn laatste interview als bondscoach van Oranje sprak hij twee maanden voor het WK vorige zomer over de toekomst van het Nederlands voetbal. Hij zag het niet zo somber in als ‘de media’ en sprak over „tendensen”. Over de kwaliteit van Nederlandse spelers maakte hij zich geen zorgen. „Wij zijn niet makkelijk in te halen. Ieder dorp heeft een accommodatie, dat heeft bijna geen enkel ander land. Duitsland wel, daarom zijn ze nu top. Die hebben van ons in technisch en tactisch opzicht veel overgenomen.”

Nu dan, afgelopen donderdag 3 september verloor Oranje voor de tweede keer van IJsland (0-1). Misschien het meest fnuikende was dat bondscoach Blind, die bij de KNVB gezien wordt als de man met het beste overzicht over wat Nederland te bieden heeft, bij de vraag naar een ‘nieuwe type Arjen Robben’ niet verder kwam dan Steven Berghuis.

Die ging deze zomer van AZ naar FC Watford, in de bodem van de Premier League en niet in de basis.

    • Bart Hinke