‘Kleinere klassen leiden tot een betere gezondheid voor leerlingen’

Dat zei Paul van Meenen van D66 op Radio 1

illustratie Robin Héman

De aanleiding

Middelbare scholieren hebben last van te grote klassen. EénVandaag vroeg scholieren naar de situatie in hun klas, en zij vertelden dat er vaak geen tijd is voor het stellen van vragen of extra uitleg. Vier op de tien leerlingen vinden dat ze in een te grote klas zitten.

D66-Kamerlid Paul van Meenen herkent de beschrijving van de leerlingen. Hij stelt dat niet alleen op middelbare scholen, maar ook op basisscholen de klassen veel te groot zijn.

Volgens Van Meenen zijn kleinere klassen niet alleen goed voor de prestaties op school. „Het gaat ook veel beter met de gezondheid van leerlingen als ze in een kleinere klas zitten”, vertelde het Kamerlid vorige week op Radio 1. Hoe zit dat?

Waar is het op gebaseerd?

Van Meenen verwijst in de radiouitzending naar Zweeds-Nederlandse onderzoek, Long-Term Effects of Class Size, waarin de prestaties van leerlingen van jongs af aan tot de leeftijd van 42 jaar zijn geanalyseerd. Daarin zijn de prestaties in het onderwijs meegenomen, maar ook andere eigenschappen als zelfvertrouwen en zelfredzaamheid. Op latere leeftijd is het al of niet behalen van een bachelortitel en de hoogte van het loon gemeten.

Uit het onderzoek blijkt dat de leerlingen die op de basisschool in kleinere klassen zaten, hogere cijfers halen. Ook hebben ze meer zelfvertrouwen, en op latere leeftijden hebben deze leerlingen een hogere opleiding en een hoger inkomen.

Maar in het onderzoek wordt niets over gezondheid gezegd. Op vragen van nrc.next verklaart Van Meenen dat hij doelde op een indirect effect: uit dit onderzoek blijkt dat kleinere klassen leiden tot een hoger opleidingsniveau. En uit ánder onderzoek blijkt weer dat mensen met een hoge opleiding gezonder zijn.

En, klopt het?

Naar de relatie tussen de grootte van schoolklassen en de prestaties van leerlingen is vrij veel onderzoek gedaan, met wisselende uitkomsten. In sommige studies wordt geen relatie gevonden, in andere onderzoeken luidt de conclusie dat kleinere schoolklassen wel tot betere prestaties leiden.

De consensus die lijkt te ontstaan is dat kleinere klassen wel invloed hebben, maar dat andere factoren belangrijker zijn. Zo stelt John Hattie, een van de belangrijkste onderzoekers op dit gebied, dat bijvoorbeeld een goede docent belangrijker is, maar dat een kleine klas wel degelijk invloed heeft.

Naar het effect van kleine klassen op leerlingen op de lange termijn is nauwelijks onderzoek gedaan. Het Zweeds-Nederlandse onderzoek waar Van Meenen naar verwijst, is een van de weinige onderzoeken die daar over gaan. Uit dat onderzoek bleek dus dat volwassenen die als kind in een kleine klas les kregen, gemiddeld een hogere opleiding hadden gevolgd.

Dat hogeropgeleiden gemiddeld genomen gezonder zijn, blijkt uit tal van wetenschappelijke onderzoeken. Eén van de verklaringen is dat hoogopgeleiden gezonder eten, meer bewegen en minder roken en drinken.

Wil dat ook zeggen dat de uitspraak van Van Meenen klopt?

Er zijn voldoende logische verklaringen te vinden die in die richting wijzen. Zo heeft een hoogopgeleide vaker een kantoorbaan, terwijl laagopgeleiden vaker zwaar lichamelijk werk doen. Dat zou zeker invloed moeten hebben op de gemiddelde gezondheid van de groepen.

Maar er is nooit onderzoek gedaan naar de relatie tussen kleinere klassen en de gezondheid van leerlingen. En daar schuilt het gevaar: ja, sommige kinderen volgen waarschijnlijk een hogere opleiding doordat ze in een kleine klas zaten. En ja, sommige hoogopgeleiden leven gezonder. Maar dat zijn niet per se dezelfde kinderen of mensen. En dat weten we dus ook niet, want dat is niet onderzocht.

Conclusie

Uit onderzoek blijkt dat kleinere klassen een positief effect hebben op het opleidingsniveau van leerlingen. Ook weten we dat hoogopgeleiden gemiddeld gezonder zijn dan mensen met een lagere opleiding. Maar of kleinere klassen ook daadwerkelijk tot hogeropgeleiden leiden die gezonder leven, is nooit onderzocht. Daarom wordt de uitspraak beoordeeld als ongefundeerd.

    • Wouter van Loon