‘Ik vrees dat de Kamer een eigen plan gaat trekken’

De Tweede Kamer wordt dagelijks overspoeld door zakenmensen. Wie zijn het en wat willen zij?

Wie Jolanda Rikers

Is directeur Kinder Opvang Kerkrade

Leeftijd 53

Wanneer Woensdag 3 september

Foto David van Dam

Wat bracht u naar de Tweede Kamer?

„Ik was uitgenodigd voor een rondetafelgesprek van de vaste commissie voor Sociale Zaken over een nieuw financieringssysteem voor de kinderopvangtoeslag.”

Van alle deskundigen was u de enige met een eigen bedrijf in de kinderopvang. Hoe kwam u op de lijst?

„Ik heb de uitnodiging ontvangen als bestuurslid van de beroepsverenging van directeuren in de kinderopvang. Met die club hadden we een paar maanden geleden een informeel etentje met Steven van Weyenberg van D66. Het ging toen ook over dit onderwerp. Ik denk dat deze hoorzitting daar uit voortgekomen is. ”

Hoe ziet dat nieuwe systeem er precies uit?

„Op voorstel van minister Asscher wordt het beheer van de kinderopvangtoeslag overgeheveld van de Belastingdienst naar de dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Men zegt dat dit eenvoudiger wordt maar daar geloof ik weinig van.”

Waarom niet?

„Ik vraag me af voor welk probleem deze verandering nu de oplossing is. De politiek zegt dat het huidige systeem met de voorlopige teruggaaf via de belasting ingewikkeld en lastig is, maar daar hoor ik ouders nou nooit over klagen. Ik betwijfel of iedereen het straks zal snappen. Mijn regio, Zuid-Limburg, is relatief laaggeletterd. Ik begrijp dat het nieuwe systeem vooral digitaler wordt: iedere ouder krijgt een digitale portemonnee bij DUO. Ook mijn klanten hebben een iPhone maar daar staan vooral apps met Candy Crush op, geen betaalsystemen. Dit is typisch zo’n plan dat door technocraten is bedacht die nooit met ouders of kinderopvangbedrijven spreken.”

Is uw boodschap overgekomen, denkt u?

„Alle sprekers bij de hoorzitting hadden zo hun zorgen. Ik vrees dat er zoveel op de Kamer afkomt, dat ze niet met alles rekening kunnen houden en dat ze dus uiteindelijk hun eigen plan trekken. Het was voor mij vooral nuttig om met de baas van DUO kennis te maken. Met hem heb ik afgesproken om voor de uitwerking van het plan een pilot in Limburg te houden. Daar wil ik graag aan meewerken.”

U spreekt veel over uw provincie. Was u hier nu als ondernemer of als Limburger?

„Beide. Vijftig jaar na de sluiting van de mijnen is de werkloosheid bij ons nog altijd relatief hoog. Wij zijn het zorgenkindje van Nederland. Wat mij stoort in Den Haag is dat er zoveel veel gepraat wordt en weinig gevoel voor de praktijk bestaat. En ook niet voor de periferie. Limburg wordt niet goed in Den Haag vertegenwoordigd. Dat ben ik bezorgd over, maar ik doe er eerlijk gezegd niets aan. Daar ben ik realistisch in: ik heb er ook geen invloed op. Ik zal voor dit onderwerp het debat wel blijven volgen. En ik iets raars tegenkom zal ik die Van Weyenberg zeker kunnen bellen, lijkt me. Aardige vent, wel.”

    • Philip de Witt Wijnen