Grommend blufsmoelwerk

De Jaguar XE 3.0S mag dan een karakterloos sportschoollijf hebben, rijden kan ’ie, zegt Bas van Putten.

De nieuwe Jaguar XE met receptioniste Sandra van Lingen van Jaguar Nederland in Beesd. Foto Peter de Krom

Het waarom van de Jaguar XE is snel uitgelegd: competitie. Dat betekent: worden wat de buren ook al waren. Vermomd als jezelf anderen nadoen met de pretentie dat je zelf het wiel hebt uitgevonden. In zijn genre van de kleine sportsedan, de familiewagen die als een Porsche door de bocht kan, belichaamt hij het nieuwste idee-fixe van een automarkt die lemmingengedrag tot norm heeft verheven.

BMW een SUV met coupé-achtig schuin afgesneden achterkant? Dat moet Mercedes ook hebben. Volvo een verhoogde station met stoere terreinbeplating en vierwielaandrijving? Audi, Opel, Volkswagen en Peugeot mogen niet achterblijven. De vierdeurscoupé? Te kust en te keur.

De XE betreedt het koninkrijk waarin BMW met de 3-serie opvallend lang alleen heerste. De concurrentie zag het licht toen in de yuppentijd sportief de trend werd. De carrièreman met ballen moest als gladiator ook op de Autobahn heersen. Die jonge helden kon je niet in de slagschepen van hun bazen laten rondrijden. Hun strijdros zou het kleine, snelle roofdier zijn, dat hun gretigheid uitdrukte. Slaperige middenklassers als de Audi A4 en de Mercedes C-klasse schoven stapsgewijs de bestiale kant op. Varianten met meer dan 300 pk hebben ze intussen allemaal. De stoerste Jaguar XE heeft er 340, maar er zit vast iets pittigers in de pijplijn. De Mercedes C63 AMG komt tot 510; die handschoen mag niet blijven liggen.

De volgende hype? De open terreinwagen die er net als de vierdeurscoupé al lang was – de Jeeps en Land Rovers met canvas huif zijn zo oud als de wereld. Land Rover staat in de startblokken met een Evoque cabrio. Reken op onmiddellijke actie van de tegenstrevers. Over een jaar of drie staat heel Amsterdam-Zuid er vol mee.

Zo zijn alle autorevoluties van vandaag de welvaartsvariaties op vergeten thema’s. De geschiedenis herhaalt zich eerst als drama en vervolgens als komedie, schreef Marx, die niet kon bevroeden dat zijn grote woorden zo’n schrale werkelijkheid zouden treffen.

De XE, zegt Jaguar, herdefinieert „the concept of the sports saloon” en is „instantly recognizable as a Jaguar”. Dat laatste geldt misschien voor de grote muil die hij deelt met de grotere Jaguar XF, maar niet voor zijn vorm, een strak aluminium pak om een karakterloos sportschoollijf met blufsmoelwerk en fallische uitlaatpijpen; het vlees geworden zelfbeeld van de koper.

Concurrentieparadox

In de worsteling met hun identiteit zijn automerken een getrouwe afspiegeling van een ik-gerichte maatschappij. Mensen hechten er groot belang aan te benoemen en te tonen wie ze zijn. Maar aangezien de ondervinding leert dat een te dissident eigen gezicht de erkenning van je eigenheid in gevaar kan brengen, zoeken fabrikanten de consensus. Zie de concurrentieparadox van de mode: met de eigen koers die de trendsetter zoekt, loopt hij het risico zich uit de markt te prijzen. Geen kledingmerk gaat voor paars in het jaar dat wit de mode is. Benauwd vecht iedereen stompzinnig om hetzelfde been. Het resultaat is een Jaguar die tegen zijn klanten zegt: kijk, ik ben een betere BMW.

Van de XE’s die naar Nederland komen – twee diesels, twee tweeliter benzinemotoren en de zescilinder 3.0S met supercharger – zullen alleen de relatief bijtellingvriendelijke diesels worden verkocht maar telt alleen de 3.0S. Hij spreekt als enige de taal die een Jag hoort te beheersen: spinnen en grommen.

Dat doet hij zeer meeslepend, en hij rijdt ontzagwekkend goed. Strontmelig sla ik hem als een honkballer een bocht in die een echte man alleen met Porsches aandurft. Bingo! Dit is nou torque vectoring, zegt de pr-man naast me stijlvol onverstoorbaar als de auto. Torque vectoring by braking, om precies te zijn; een systeem dat onderstuur – het verschijnsel dat de auto in een bocht rechtuit wil – onderdrukt met lichte remingrepen op de wielen aan de binnenkant. Ik ken weinig niet-vierwielaangedreven auto’s die zich zo subliem gecontroleerd laten besturen. En het mooie is: als ik het kan, kunt u het ook!

Wie zulk vermaak begeert, moet deze hebben. Het bewijs van zijn kunnen is dat Duitsland onmiddellijk tegenmaatregelen heeft genomen. De directe concurrent, de BMW 335i, krijgt er twintig pk bij en een aangepaste type-aanduiding die een haast provocerende verwijzing is naar het vermogen van de Jaguar: 340i. Heer, ontferm u onzer.

    • Bas van Putten