En nu bepaalt internet wie u bent

Geef programmeurs niet wat we de pastoor hebben ontnomen, waarschuwt Oliver Lauwers.

Gauchos, Argentinië. En op de voorpagina van dit katern: Marken.

Het leven in België in het midden van de twintigste eeuw was gemakkelijk. We haalden het nieuws uit de juiste krant, verzekerden ons tegen tandrot en ander onheil bij het juiste ziekenfonds, stuurden onze kinderen naar de juiste scholen. We syndiceerden ons bij de juiste vakbond, vulden de zondag op juiste wijze in en stemden enkel op de goei, zoals de eigen politieke familie in Vlaanderen wordt genoemd. De echokamer van het eigen grote gelijk, kortom, was groot en dichtbevolkt.

Deze verzuilde maatschappij zorgde voor een duidelijke identiteitsbeleving bij de burger. Wij waren samen de besten, de slimsten, de sterksten - en de rest was fout, of op z’n minst toch van het rechte pad afgedwaald. Liberalen fulmineerden tegen het paternalistische, betuttelende wereldbeeld van socialisten en katholieken; de sossen hekelden de patronale slippendragerij van hun ideologische tegenhangers; de katholieke tjeven sloegen de hele antiklerikale zwik in de ban en bezweerden hun volgers dat wie in het identiteitsverhaal van de tegenstander mee stapte, er gratis een enkeltje hellevuur bij kreeg. Tussen de verschillende groeperingen was weinig contact.

Identiteit, met andere woorden, werd overgeleverd van vader op zoon en versterkt door de dagelijkse omgang met (haast enkel) gelijkgezinden. Klassieke structuren als natiestaat of, in België, als taalgemeenschap waren dus onvoldoende om iemands identiteit te bepalen. Dwars door deze instellingen heen lagen ideologische breuklijnen. Die splitsen de bevolking verder op in verschillende groepen.

De identiteit werd voornamelijk bepaald door de gekleurde informatie die men kreeg, en het wereldbeeld werd bepaald door het sociaal contact dat men had met mensen van dezelfde strekking, de pastoor en de partij- of vakbondsvoorzitter.

Anno 2015 zijn wij deze opdeling grotendeels ontgroeid. Uit gemakzucht blijven wij wel nog bij het ziekenfonds van onze ouders – tot de concurrentie ons een beter aanbod doet; lezen wij de krant die thuis gelezen werd – tot de concurrentie ons een gratis iPad biedt bij een abonnement; stemmen wij nog altijd op de goei – wie die goei zijn, verandert wel elke verkiezing, zo leert ons het stijgend aandeel zwevende kiezers. Wij sturen onze kinderen tegenwoordig naar scholen die de beste kansen bieden op slagen in het hoger onderwijs, sakkeren gezamenlijk wanneer het openbaar vervoer nog maar eens staakt en zijn het eens over de invulling van de zondagsrust: grasmaaiers en bladblazers blijven op stal. Wij zijn allen mensen van de wereld, breed gevormd, algemeen geïnteresseerd en bovenal zeer goed en degelijk geïnformeerd.

Tenminste, dat denken we.

Wanneer u straks op Google zoekt wie nu juist de goei zijn waar die Vlamingen zo de mond van vol hebben, bepaalt Google wat u ziet (bij uw dienaar, voornamelijk reclame voor restaurant ‘De goei goesting’ in Hasselt). Wanneer u daarna even op Facebook blijft hangen – dat doen we immers allemaal – bepaalt Mark Zuckerberg welke boodschappen en meningen in uw wereldbeeld en denkkader passen, om de rest rustig achterwege te laten (bij uw dienaar, sushi eten, citaten van professoren van KU Leuven en vijf onhandige seksmomenten die nooit gebeuren in films).

Netflix bepaalt vervolgens met welke documentaires u het roerend eens zult zijn, waarna u de rest van de dag verliest aan het bekijken van pakkende beelden die bevestigen wat u toch al dacht (bij uw dienaar, Life Hack 2, The Next Level, Planet Earth, As You’ve Never Seen It Before en Louis Theroux’s Weird weekends).

Op die manier wordt eenvoudig uw identiteit voor u bepaald, en wordt u in uw echokamer – die nu filter bubble heet – op uw wenken bedient. U consumeert media die bij uw denkbeeld passen, liket die en geeft vijf sterren, waarna de algoritmes die erachter zitten zichzelf bevestigd zien in de idee dat dit werkelijk is wat u denkt en meent, en u nog meer van hetzelfde geven. Het systeem wordt zo een zelf versterkende identiteitsmachine, die grotendeels bepaalt welke stukken van de wereld u wél en vooral welke u niét te zien krijgt (met uw dienaar zal het dus de obese, seksueel geobsedeerde en wereldvreemde academische kant op gaan).

Zo dreigt het internet (één van de belangrijke katalysatoren die ons uit de verzuiling getild hebben) een nieuw soort verzuiling in te leiden, waarbij individuele wereldbeelden grotendeels worden ingekleurd door zelfbevestigende computerprogramma’s die bepalen welke informatie weg gefilterd wordt en dus nooit tot u komt. Ongetwijfeld hebben deze toepassingen vele voordelen. We moeten echter opletten, niet aan de programmeurs te geven wat we de pastoor ontnomen hebben.