Een minimale meerderheid die op het punt van bezwijken staat

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: kleine namen die zich groot maken – en grote namen die moeten vrezen voor een kleine toekomst. Ofwel: serieuze bedreigingen voor de coalitie. 

Illustratie: Ruben L. Oppenheimer

De zomer zit erop – maar in Den Haag zeurt hij nog wel even na. Het vertelt in welk klimaat we de komende maanden terechtkomen. Grote namen die weten dat hun politieke voortbestaan niet langer vanzelfsprekend is. Kleine namen die de Grote Dikke Ik gaan uithangen: profileringsdrang met het oog op de komende kandidaatstellingsprocedures.

Diederik Samsom had deze week, in het Grote Dikke Ik-debat met Rutte, retorisch lang geen slecht optreden. De PvdA-leider plaatste de eerdere normen en waarden-oproep van de premier in de context van het huidige vluchtelingendrama.

De Grote Dikke Ik als contrast met dat verdronken jongetje. „Laten we er geen oefening in onmacht van maken”, zei de PvdA-leider, en zo vrijblijvend gesteld kon je het er moeilijk mee oneens zijn.

Het neemt niet weg dat Samsom in de hoogste Haagse kringen onderwerp van ongemakkelijke gesprekken is. Zijn probleem laat zich samenvatten in het etentje dat een bekende VVD’er niet lang geleden met een PvdA-prominent had.

Het ging natuurlijk over de onderlinge samenwerking en de spanningen binnen hun partijen – het type gesprek dat in Den Haag eindeloos wordt gevoerd. Het bijzondere was dat de VVD’er op enig moment tegen de PvdA’er zei: maar waarom laten jullie Diederik vallen?

En je weet: als ze ook in de VVD door hebben dat de positie van de PvdA-leider niet langer onaantastbaar is, duurt het niet lang voordat een PvdA-politicus zich openlijk tegen de leider uitspreekt.

Veel wijst erop dat Samsom elke kans op een electorale wederopstanding blokkeert. Tegelijk kan Lodewijk Asscher blijkbaar iets dat hij niet kan: regeren, geloofwaardigheid behouden én zijn partijpolitieke profiel beschermen. Ziehier de knagende onzekerheid: zou de partij met Asscher niet beter af zijn?

Nu verwacht niemand dat de partijtop snel een einde aan Samsoms leiderschap maakt. Het is geen toeval dat de laatste drie verkiezingsnederlagen niet geëvalueerd zijn.

De leiding wil deze coalitie uitzitten in de logische hoop dat het verbeterde economische klimaat zich uitbetaalt. Samsom is geen type van opgeven. Spekman wil door als partijvoorzitter. Dijsselbloem wil verder in zijn huidige functies.

En Asscher zal pas een gooi naar het leiderschap doen als Samsom vertrokken is. Iedereen weet dat er iets moet gebeuren. Niemand doet iets.

Hoe kwetsbaar de PvdA zich voelt was vlak voor de zomer al op te snuiven. De coalitie stoelt door allerlei afsplitsingen nog op een meerderheid van 76 zetels: elk afvallig coalitie-Kamerlid kan het kabinet naar huis sturen.

In kleine kring werd bekend dat het Kamerlid Jacques Monasch, zeker niet de zwakste PvdA-parlementariër, een ongebruikelijk verzoek bij de fractietop had ingediend: hij eiste voor zichzelf het fractiebudget op waaruit Kamerleden hun medewerkers betalen. In de PvdA zit dat geld in een gezamenlijke pot, zodat parlementariërs hun medewerkers door het fractiebestuur toegewezen krijgen. Maar Monasch zei: ik wil dit zo niet meer.

Alarmsignalen gingen af. Het eigen fractiebudget opeisen is vaak de eerste stap als Kamerleden zich afsplitsen. En Monasch is al langer ontevreden. Eerder liet hij weerzin blijken over de keuze oud-voorzitter Rottenberg te vragen voor de volgende kandidatenlijst: hij en Rottenberg zijn geen vrienden. Monasch is erg kritisch over de koers van de partij.

En toen voorafgaande aan het debat over het Griekse steunpakket, deze zomer, bleek dat hij vooraf geen steun aan de Griekse steun wilde uitspreken, voorzagen enkele PvdA’ers dat zijn afsplitsing een kwestie van tijd was.

Het liep met een sisser af: Monasch liet zich door Dijsselbloem overtuigen dat het steunpakket verdedigbaar was. Met de fractieleiding kwam hij daarna overeen dat hij een ander woordvoerderschap krijgt – hij deed volkshuisvesting en gaat nu luchtvaart en enkele EZ-dossiers doen. Probleem (voorlopig?) uit de wereld.

De VVD hield een potentieel nog gevaarlijkere complicatie aan de discussie over het Griekse steunpakket over. Zozeer dat de fractie afgelopen dinsdag, ’s middags vanaf half vijf, voor de vierde keer in enkele maanden over het onderwerp vergaderde. Thema: fractiediscipline.

De ellende eerder deze zomer was dat een eenling, de oud-diplomaat Joost Taverne, die fractiediscipline doorbrak – en tegen het Griekse steunpakket stemde. De afspraak is dat de voltallige fractie bij stemmingen het oordeel van de meerderheid volgt. Taverne trok hier zijn neus voor op. En dinsdag lag de vraag op tafel of dit vaker ging gebeuren.

Er kwam bij dat het Griekse thema erg zwaar op de VVD drukt: de spanningen tussen partijcoryfeeën Rutte en Zijlstra liepen de laatste maanden hoog op.

Zelf had Zijlstra forse bezwaren tegen het steunpakket waarmee Rutte in Brussel instemde, bevestigen VVD-bronnen, en wat meer was: hij zag zich door de premier voor een voldongen feit geplaatst toen Rutte in Brussel verklaarde dat de VVD een verkiezingsbelofte brak.

Zijlstra voelde zich ook bij het sociaal akkoord (2013) en de bed-bad-broodcrisis (dit voorjaar) al door Rutte voor het blok gezet, en de fractieleider vond het mooi geweest. Hij trok een streep. Het leidde er ten slotte toe dat Rutte vorig weekeinde de VVD-fractie beloofde dat dit nooit meer zal gebeuren.

Eerder in de zomer liepen de irritaties zo op dat bijna de hele VVD-fractie Zijlstra’s bezwaren tegen de extra miljarden voor de Grieken steunde. In hun eerste beraad na de Eurotop liet Zijlstra zijn fractie negen uur (!) stoom afblazen.

Daarna was het lastig de fractie tot bedaren te brengen. Ook speelde mee dat zo’n tien VVD-Kamerleden in recente functioneringsgesprekken te horen kregen dat zij na volgende verkiezingen een kleine kans op terugkeer maken. Dit geldt ook voor Taverne. Zo ontstond in de nazomer de situatie dat zeker dertien van de veertig VVD-fractieleden bereid waren tot ‘de nucleaire optie’: Rutte dumpen, kabinet laten vallen en het Griekse steunpakket opblazen. Zelfmoord voor een zuiver standpunt.

Met ook inhoudelijk nogal gevolgen: veel VVD’ers in deze groep blijken te beredeneren dat de euro de EU ondermijnt – en dat de euro dus afgebouwd zal moeten worden. Wilders light.

Er komt bij dat er óók nog een fikse groep VVD-Kamerleden is die door de aanhoudende compromissen met de PvdA herhaling van Paars II vreest, toen een kleurloze VVD de ruimte liet ontstaan voor de opkomst van Pim.

In deze gecompliceerde context ging het dinsdag dus over de fractiediscipline. Alle ogen richtten zich op Taverne: als hij vaker afwijkend zou stemmen liep de coalitie levensgevaar – en andere bedreigde VVD-Kamerleden wilden dan ook wel eens principieel uit de hoek komen. Maar Taverne beloofde plechtig dat hij zich vanaf nu weer bij de meerderheid zal aansluiten – zelfs inzake Griekenland.

Het werd pas ongemakkelijk toen uit Tavernes toelichting bleek wat hij gedaan had als hij in de zomer inzake het Griekse steunpakket gedwongen was de fractielijn te volgen.

Dan was hij, suggereerde hij, uit de fractie gestapt, maar niet uit de Kamer. Taverne zei dit niet letterlijk zo, vertelden aanwezigen me, maar het lag in zijn betoog besloten. De 76ste coalitiezetel is kortom in handen van een VVD’er die eventueel afsplitsen niet voor zichzelf verwerpt.

Zo piept en kraakt het in de coalitie. En dan te bedenken dat de komende periode grote dilemma’s op de agenda staan. Komende week al het coalitiestandpunt over het vluchtelingenvraagstuk, met zeer uiteenlopende opvattingen in VVD en PvdA. Daarna rapporten over MH17 (Onderzoeksraad Veiligheid) en de Fyra (enquêtecommissie), waarbij wordt gevreesd voor het politieke leven van staatssecretaris Wilma Mansveld (Infrastructuur en Milieu, PvdA).

Erg veel conflictstof voor een coalitie met zo’n fragiele meerderheid. Een coalitie die rust op partijen die beide gebukt gaan onder de keuzes van hun partijleider. En beide Kamerleden met profileringsdrang moeten apaiseren. Het staat niet vast dat dit fout zal lopen. Maar niemand moet verbaasd zijn als deze coalitie ineens, op een dag, zijn meerderheid kwijt is – gewoon, omdat het niet meer gaat.