Opinie

    • Sjoerd de Jong

Een foto die bijna alles zegt, of woorden die te veel zeggen?

Is de woordenstrijd alweer de vorige oorlog? De foto van de verdronken 3-jarige Aylan Kurdi, die ook NRC Handelsblad donderdag, na lang wikken en wegen, afdrukte, suist door de media als het ‘iconische’ beeld dat ‘de wereld verandert’.

De redactie aarzelde – was dit geen effectbejag of zelfs leedporno? – maar de zeggingskracht van de foto is evident, dus die hoort in de krant – zoals die van de volgepropte trein in Boedapest. Al vond ik de grote herhaling ervan een dag later, na dat wikken en wegen , dan weer fors. Franse media waren terughoudender, maar Le Monde plaatste de foto ook, op de voorpagina en met een betrokken maar tegelijk koele analyse (,,Met emoties maakt men geen goede politiek’’) van de crisis door de hoofdredacteur.

Tegelijk woedt in deze humanitaire ramp een woordenstrijd over de aanduidingen vluchtelingen, migranten, illegalen en asielzoekers, termen die soms zowel een nauw omschreven juridische betekenis hebben als een ruimere alledaagse.

Tal van media hebben hun woordkeus al uitgelegd of bijgesteld; NRC Handelsblad deed dat woensdag, met een stuk van redacteur Buitenland Marc Leijendekker (Vluchteling, asielzoeker en of migrant: een beladen keuze, 2 september). Het besloot met de visie van migratiedeskundige Leo Lucassen, die oppert „migranten” als overkoepelende term te gebruiken en „vluchtelingen” voor wie een land ontvlucht wegens vervolging of oorlogsgeweld. Kortom, vluchtelingen zijn migranten, maar zeker niet alle migranten zijn vluchtelingen. Slotzin: „Dat is ook de lijn die deze krant volgt.”

Houdt de krant zich daar ook aan?

In de recente berichtgeving niet consequent, maar dat is ook niet altijd mogelijk. Zo berichtte de krant over de „truck vol dode vluchtelingen” in Oostenrijk (Een truck vol dode vluchtelingen, 28 augustus) en sprak in hetzelfde bericht over deze „migranten”. Ook in veel andere stukken worden „vluchtelingen” en „migranten” afwisselend gebruikt. Een woord dat tientallen malen opduikt, om praktische redenen, is „bootvluchtelingen”. Soms botst de juridische werkelijkheid dan op de journalistieke: hoe moet de krant vaststellen of de ongelukkigen in die truck, of op de bootjes, vluchtelingen zijn of andere migranten?

Pragmatisme moet de doorslag geven, met inachtneming van de juiste juridische begrippen als mensen in de asielprocedure zijn opgenomen. „Migranten” is een goede overkoepelende term (al is ook die niet onomstreden). Het ligt voor de hand de honderdduizenden Syriërs die zijn verdreven door oorlogsgeweld „vluchtelingen” te noemen.

Of ze ook als zodanig erkend worden na een asielprocedure, is een volgende vraag. Het VN-vluchtelingenverdrag definieert vluchtelingen als mensen die moeten vrezen voor politieke, etnische of religieuze vervolging. Dat geldt niet voor oorlogsvluchtelingen, maar ook die kunnen een verblijfstitel (subsidiaire status) krijgen als zij niet terug kunnen.

Maar, zoals Lucassen opmerkt, er blijft een „groot grijs gebied”; want hoe vrijwillig vertrekt iemand uit een economisch rampgebied? Toch heetten de Ieren die hun land na de grote hongersnood verlieten, geen vluchtelingen maar „landverhuizers”. Daarentegen besloot het Engelstalige Al-Jazeera onlangs juist het woord migrant te schrappen, omdat het een eufemisme zou zijn dat de werkelijkheid verhult, mensen „dehumaniseert” en „afstand schept”.

Maar journalistiek taalgebruik moet niet alleen ‘humaniseren’, het moet als het even kan vooral concreet en precies zijn. Daarom lijken de onderscheidingen die de krant nu wil aanhouden – dezelfde als, onder meer, de Volkskrant en The Washington Post – zinnig, al zullen zulke woorden altijd inzet blijven van strijd. Dus: „migranten” als generieke term, „vluchtelingen” voor mensen van wie je kunt aannemen dat ze vervolging of oorlog ontvluchten. Migranten in de asielprocedure zijn „asielzoekers”. Dat kan de – nu formele – status van vluchteling opleveren, of een andere verblijfstitel.

En wie niet erkend is? Ja, daar hebben we de omstreden term „illegaal”. Die duidt (zie de bed-bad-brooddiscussie) op een uitgeprocedeerde asielzoeker die het land niet verlaat en hier bijgevolg illegaal verblijft. Maar ook dán pas. Dus niet, zoals de krant deze zomer kopte: Al 160 illegalen opgepakt bij reis Hoek van Holland (12 juni). Wie waren dat dan?

Ook voor uitgeprocedeerde asielzoekers is ,,illegalen’’ volgens velen een beladen term, die beter kan worden vermeden. Het Amerikaanse persbureau AP schrapte het woord twee jaar geleden als aanduiding voor personen, omdat het stigmatiserend zou zijn (de associatie met criminaliteit) en algehele rechteloosheid suggereert. Terwijl ook niet-erkende „vreemdelingen” aanspraak kunnen maken op mensenrechten.

Er is ook de retorische slagzin dat „mensen” niet illegaal of onwettig kúnnen zijn, alleen „handelingen”. Dat lijkt me als politieke slogan nog wel effectief, maar als journalistiek argument dubieus. Het zelfstandig naamwoord „illegaal” is een nogal botte afkorting, maar impliceert nog niet dat ‘de mens’ illegaal is. Zoals „dakloze” niet betekent dat iemand ‘als mens’ dakloos is, dus een ‘dakloos mens’ is, maar dat hij of zij nu geen adres of vaste verblijfplaats heeft.

Het argument is ook helemaal niet nodig, de negatieve connotatie van het woord is reden genoeg om er zuinig mee te zijn. Een ‘zwerm’ van illegalen schokt het eilandgevoel (8 augustus), over Britse zorgen om migratie, is dan ook een ongelukkige kop. Ook al omdat het artikel over de Britse protesten zelf meldt: „Onderscheid tussen asielzoekers, oorlogsvluchtelingen en economische vluchtelingen wordt zelden nog gemaakt.”

Overigens, „economische vluchtelingen” is ook vreemd. Als het gaat om mensen die uit eigen beweging elders werk of materiële lotsverbetering zoeken, is eerder sprake van „arbeidsmigranten’’ of „economische migranten”.

En er is nog een ander, ook goed Nederlands woord. Correspondent Gert van Langendonck, auteur van een reportageserie over vluchtelingen, schreef me onderkoeld: „Ik gebruik ook vaak ‘mensen’. Dat gaat best.”

    • Sjoerd de Jong