Dolgedraaide varkensmarkt

Varkensboeren zijn boos op de supermarkten die hen met stunts dwingen onder de kostprijs te produceren. Maar ze produceren ook veel te veel.

Foto Kees van de Veen

Biggenfokker Willy Wolfkamp, eigenaar van een middelgroot bedrijf met 600 zeugen, zit aan zijn keukentafel in het Overijsselse Haarle en rekent voor: een big kost 24 euro aan voer, 2,50 aan dierenartskosten, nogmaals 2,50 aan gas, water en licht, 5 euro aan loonwerk, 2 euro aan afvoer van mest en 1 euro aan overige kosten. Alles bij elkaar 37 euro.

In een gemiddeld jaar kan hij die big voor 41 euro verkopen aan een varkenshouder die het dier vetmest voor de slacht. Nu krijgt Wolfkamp er 32,50 voor. Hij legt er dus geld op toe. Zijn schuld bij de mengvoerleverancier is al opgelopen tot een ton. En ook de mesters verkopen hun dieren nu onder de kostprijs.

Donderdag was Wolfkamp een van de honderd varkenshouders die uit protest gratis broodjes beenham uitdeelden voor de Tweede Kamer. Hardere acties volgen zo nodig, zegt hij. „Dan zetten we onze trekkers voor de ingang van de Jumbo.”

De supermarkten zijn de belangrijkste oorzaak van hun ellende, volgens de varkenshouders. Die gaan zo op in hun onderlinge concurrentiestrijd, met vleesaanbiedingen, dat ze steeds minder betalen. De varkenshouders krijgen hierin steun uit onverwachte hoek: Wakker Dier begon enkele weken geleden een campagne tegen de kiloknallers in de supermarkten, waarbij de actiegroep ook aandacht vroeg voor het financiële lijden van de boeren.

De varkenshouders hebben ook kritiek op staatssecretaris Sharon Dijksma (PvdA, Landbouw). Want zij weigert hen te compenseren voor het instorten van de prijs na de Russische boycot van Europese voedingsmiddelen. De overproductie wordt door die weggevallen vraag nog nijpender. De Franse en Belgische regeringen steunen hun varkenshouders wel. Dijksma gaf de boeren donderdag opnieuw te verstaan dat de sector moet saneren. Nederland produceert te veel varkens, vindt zij.

Varkenscyclus

Waar ligt de oorzaak van de crisis nu precies? Varkenshouders wijzen naar de supermarkten. Economen denken dat de varkensboeren door overproductie hun eigen graf graven. Biggenfokker Wolfkamp zegt dat hij niet anders kan dan zijn bedrijf steeds uitbreiden. „De kosten stijgen jaarlijks met 5 procent, terwijl de opbrengst van een varken alleen maar daalt.”

In goede jaren, als de prijs boven de 45 euro kan komen, koopt Wolfkamp zeugen bij. Zo draagt hij bij aan het overaanbod, waardoor de prijs een klap krijgt en varkenshouders verliezen lijden. Dit mechanisme gaat op voor allerlei sectoren, maar voor dieren in het bijzonder. Als het even minder gaat, kun je een lopende band in een autofabriek stilzetten, een varken niet. Dit fenomeen wordt in de economie de varkenscyclus genoemd.

Willy Wolfkamp weet wel dat er elke drie, vier jaar een slecht jaar tussenzit. Dat was in 2007 zo, en in 2011. „Maar ik heb nog nooit een lagere prijs gekregen dan nu.” De varkenscyclus is langer en dieper dan anders. De Russische boycot, sinds vorig jaar, versterkt de crisis. „Na de aankondiging is de prijs voor varkensvlees in vijf weken 25 cent per kilo gedaald, en dat is nog niet hersteld”, zegt Wolfkamp.

Maar er zijn ook structurele problemen. Om te beginnen is de overproductie permanent geworden. De vaste kosten stijgen steeds verder, onder andere door de strengere eisen aan milieu en dierenwelzijn. Willy Wolfkamp heeft bijvoorbeeld een luchtwasser voor de stal moeten aanschaffen, een investering van tienduizenden euro’s. Inperking van het antibioticagebruik betekent dat de dieren beter, dus duurder voer moeten krijgen. En varkenshouders zijn steeds meer geld kwijt aan het afvoeren van de mest. Om de kostprijs per dier weer te drukken, nemen zij meer dieren.

Bovendien neemt de vraag naar varkensvlees af. „De varkenssector vervreemdt de consument van zich”, zegt Krijn Poppe, onderzoeksmanager bij het Landbouweconomisch Instituut (LEI). „De consument gooit alle welzijnskwesties – megastallen, Q-koorts – op één hoop.” En de supermarkten profiteren van de overproductie, zegt Poppe. „Inkopers zien hun kans om het mes in de prijs te zetten. Maar ik denk niet dat zij de crisis veroorzaken. De varkenscyclus tiert als nooit tevoren.”

Bedankje uit Spanje

Om vraag en aanbod weer in balans te brengen, wil staatssecretaris Dijksma dus dat het aantal varkens omlaag gaat. Een maatregel die alleen zin heeft als die voor heel Europa geldt, vindt Ruud Huirne, directeur voeding en landbouw Nederland bij de Rabobank. „De Europese Unie is 110 procent zelfvoorzienend met de productie van varkensvlees. Als je 10 procent van de Nederlandse varkensstapel wegneemt, is het Europese aanbod nog steeds te hoog. Dan krijgen we een bedankje uit Spanje en Polen, waar de varkenshouders meer gaan verdienen. En de dieren die hier weggaan, komen er dan daar weer bij.”

Maandag vergaderen de Europese ministers van Landbouw in Brussel over de crisis. De Luxemburgse voorzitter van de raad, Fernand Etgan, stelt een pakket van maatregelen voor en wil een „eerlijkere verdeling in de aanvoerketen”. Daarvoor zou de Europese Commissie regels die de productiekosten voor boeren verhogen, moeten vereenvoudigen.

Een ander structureel probleem is de verschillende aanpak van dierenwelzijn en milieu in Europese landen. Nederland is het braafste jongetje van de klas, klagen de varkenshouders. Europese richtlijnen worden hier steng geïnterpreteerd, en snel ingevoerd. Bovendien is het Beter Leven-kenmerk van de Dierenbescherming in Nederland uitgegroeid tot het leidende symbool voor wie duurzamer wil produceren. Maar dat kenmerk bestaat alleen in Nederland, terwijl de markt één Noordwest-Europees geheel is. Zo’n 70 procent van het Nederlandse varkensvlees wordt geëxporteerd.

„Veel varkenshouders bellen elke week de slachterijen om te horen wie de beste prijs geeft”, zegt econoom Poppe. „Zij leveren hun varkens steeds aan een ander, in Nederland of Duitsland. Als je gecertificeerd vlees wilt leveren, moet je een grote investering doen om de stal te verbeteren. Maar je moet je dan binden aan één of twee afnemers die het varken volgens de keurmerkeisen slachten. Zo kunnen boeren niet onderhandelen. Het zou beter zijn dit op Europese schaal te regelen.”

Bulkproduct

En dan is er nog het imago van het varkenslapje zelf. Een bulkproduct, waarvan het maar weinigen iets uitmaakt of het in Nederland of Spanje of Polen wordt geproduceerd. Het enige onderscheid dat gemaakt wordt, is op prijs. En daarbij hebben Nederlandse varkenshouders hogere kosten dan concurrenten in het buitenland, onder andere voor mest.

Nederlandse varkenshouders zullen hun product bijzonderder moeten maken, willen ze er meer voor kunnen vragen. Milieu- of diervriendelijker produceren kan dus ook uit bedrijfseconomisch oogpunt een logische keuze zijn. De Rabobank pleit hier ook voor. Maar het blijft een ingewikkelde afweging: delen van het varken, zoals de oren en snuiten, worden in Europa nauwelijks gegeten en gaan naar de Oost-Aziatische markt. „Chinezen betalen niet voor dierenwelzijn”, zegt Poppe. Dat scheelt per kilo varken centen aan opbrengst.

En ook de Nederlandse consument betaalt op dit moment niet meer voor duurzamer varkensvlees, klagen de boeren. Door de supermarktacties met kiloknallers zien de boeren niks terug van hun investeringen in verduurzaming, die hun kostprijs per kilo met 20 cent hebben verhoogd. De consument zou dat niet begrijpen, vanwege de vleesstunts, en daarom ook niet meer willen betalen.

Willy Wolfkamp denkt dat hij het net zal kunnen uitzingen tot zijn pensioen. Hij hoort steeds nieuwe verhalen over collega’s die ermee stoppen. Dat zal de prijs vast helpen herstellen, denkt hij. „Hoe harder het regent, hoe eerder de wolk leeg is. Het wordt ook altijd weer beter.”

    • Hanneke Chin-A-Fo
    • Leonie van Nierop