De nazitrein is een monster van Loch Ness

In januari 1945 zouden één of twee treinen volgeladen met oorlogsbuit zijn vertrokken uit Breslau. Ze zijn nergens aangekomen. Nu is er iets bekend over de locatie. Schatgravers zoeken in de bossen rond het Poolse Walbrzych.

Het Ksiaz-kasteel in de Poolse stad Walbrzych, vlak bij de plaats waar de trein zou liggen. Foto Kacper Pempel/ Reuters

Boven het omvangrijke netwerk van tunnels dat de nazileiders op het einde van de Tweede Wereldoorlog lieten aanleggen rond slot Fürstenstein, staan verwaarloosde fabrieken in een bosrijk, schilderachtig heuvellandschap. Het kasteel zelf, dat sinds dit gebied bij Polen werd ingelijfd de naam Ksiaz draagt, is opgeknapt en verdringt in toeristenfolders de vaalgele en grijze betonnen flats van het naburige Walbrzych.

Dat stadje ligt midden in Europa, is hemelsbreed even ver weg van Kiev als van Calais, Rome en Oslo en telt 120.000 inwoners. Eeuwenlang heette het Waldenburg. De hoge en vooral brede naoorlogse flats zijn inspiratieloos achter elkaar gezet, als windschermen op een verlaten strand.

Het gebied is arm. Het dieptepunt lag zo’n vijftien jaar geleden, toen er nog geen regelluwe en belastingarme ‘vrije economische zone’ was geopend die buitenlandse bedrijven als Toyota heeft gelokt. Alle verliesgevende kolenmijnen waren gesloten, waarna ontslagen mijnwerkers op eigen houtje gingen graven naar kolen. Dat is verleidelijk in deze zuidwestelijke hoek van Polen, omdat de kolenvoorraden hier dicht onder het bodemoppervlak liggen.

De hoop op betere tijden bleef levend door een hardnekkig gerucht, of zelfs legende, over grootse rijkdommen in de grond, duizend keer waardevoller dan kolen. In de januarimaand van 1945 zouden één of twee treinen volgeladen met goud en andere oorlogsbuit zijn vertrokken uit Breslau, het huidige Wroclaw. Die treinen zijn nooit ergens aangekomen. Omdat in de omgeving van Walbrzych, 65 kilometer ten zuidwesten van Wroclaw, dwangarbeiders en gevangenen van het concentratiekamp Gross-Rosen een omvangrijk netwerk van tunnels hadden gegraven, was het geloof snel geboren: de treinen zitten verstopt in die tunnels.

De locatie werd bekend

Twee weken geleden kreeg dit geloof vleugels toen twee mannen, een Pool en een Duitser, via hun advocaat contact opnamen met de plaatselijke autoriteiten met een voorstel. Iemand had op zijn sterfbed aan hen verteld wat de exacte locatie is van de trein en de twee, die anoniem bleven, waren bereid die kennis te delen, op voorwaarde dat zij tien procent krijgen van de buit.

Een week later voegde zelfs een hoge afgevaardigde van de wereldlijke autoriteiten zich bij het snel groeiende leger gelovigen. Staatssecretaris voor cultureel erfgoed Piotr Zuchowski verklaarde op nationale televisie dat hij na het zien van beelden van een bodemradar „99 procent zeker” was dat het „echt” om „de goudtrein” gaat. „Tot nu toe hebben we alleen tanks en pistolen gevonden, nu is er een trein langer dan 100 meter.”

De stelligheid van de nationale politicus leidde tot een invasie in Walbrzych. Honderden schatgravers doken de bosrijke heuvels in op zoek naar de ‘goudtrein’. Tientallen journalisten, uit landen zo ver als Japan, interviewden op hun beurt die schatgravers. Op tv verschenen mannen gekleed als Indiana Jones, de Hollywoodcreatie van Steven Spielberg en George Lucas. Met gleufhoed op het hoofd. Ze legden treinkaarten van voor de oorlog op autokappen en bespraken verdacht ogende vegetatie langs de spoorlijn.

Een stuk bos brandde af

Bij de Spoorwegen maakten ze zich zorgen. Zoveel mensen, dat was vragen om ongelukken, want in dit gebied kun je een trein niet van verre zien aankomen. Toen afgelopen zondag ook nog eens een stuk bos langs de treinrails afbrandde, mogelijk door toedoen van de schatgravers, namen de autoriteiten maatregelen. De gouverneur van Neder-Silezië riep een crisisteam in het leven en kort daarop sloten boswachters het gebied af. De binnenlandse veiligheidsdienst plaatste tientallen camera’s en surveilleert sindsdien vanuit zwarte bestelbusjes. Wie het gebied betreedt, krijgt een boete van 500 zloty, oftewel 120 euro.

Inmiddels heeft het leger op verzoek van het crisisteam enkele specialisten gestuurd om de afgezette locatie te inspecteren, opnieuw met dure bodemradars en door het graven van monsters. Maar, zo onderstreepte de minister van Defensie: op grote schaal graven gebeurt pas als de „aanwezigheid” van een ondergrondse trein is „vastgesteld”.

Zelfs Piotr Zuchowski, de onruststoker uit de regering, sloeg een andere toon aan. Hij maande schatgravers het gebied te verlaten, voor hun eigen veiligheid. De kans was groot, zei hij, dat de Duitsers rond de trein mijnen hadden gelegd. Hij sprak ook over boobytraps en zelfs over gif.

Andere overheidsdienaren zwakten de woorden van de staatssecretaris verder af. De gouverneur van Neder-Silezië zei aan het begin van de week dat het „onmogelijk is” te beweren dat de trein werkelijk bestaat „op basis van de documenten die door de twee zijn binnengebracht”. De burgemeester kwam daar nog eens overheen met de mededeling dat „iedereen die hier woont al minstens een paar keer in zijn leven dit soort informatie” heeft gekregen: „Dit is niets nieuws.”

De dolksteek kreeg Zuchowski van zijn baas, de minister voor cultuur Malgorzata Omilanowska. Ze zei woensdag dat de trein niet zozeer een zaak is van kennis, als van „geloof, hoop en vertrouwen”. Voorts liet ze weten dat staatssecretaris Zuchowski niet meer zou spreken over de trein. De pers moest het voortaan doen met de gouverneur en zijn voorlichter.

Polen die in de trein geloven, menen dat Zuchowski de mond wordt gesnoerd omdat de regering in de maag zou zitten met de tien procent voor de tipgevers. Die belofte is namelijk in strijd met de Poolse wet. Die is helder op dit punt: wat uit de grond komt, is van de staat. Iedere Pool met een metaaldetector weet dit. Voor deze trein moeten de autoriteiten een akkoord hebben gesloten met de tipgevers. Kortom: illegaal handjeklap.

Mysterieuze verhalen

Ondertussen speculeren journalisten met historici over de buit. Uit de kast komen oude verhalen over de barnsteenkamer in het Catharinapaleis bij Sint Petersburg.

Ooit ging die paleiszaal door voor het kostbaarste van het kostbaarste, omdat de wanden volledig bedekt waren met barnsteen, een gesteente dat tijdens de bouw, begin achttiende eeuw, dertig keer duurder was dan goud. Nadat de nazi’s de complete zaal per trein hadden verscheept naar Koningsbergen, het huidige Kaliningrad, is er nooit meer iets van vernomen.

Ook leeft de hoop dat de trein het beroemdste door nazi’s geroofde schilderij bevat dat nooit is teruggevonden, het door Rafaël geschilderde portret van Francesco Maria della Rovere.

In veel berichten komt de vraag op hoe het kan dat een trein van meer dan honderd meter lang, zeventig jaar lang verstopt bleef. Spectaculaire verklaringen omvatten verhalen over mysterieuze, gewapende mannen die schatgravers wegjagen. Een fanatieke onder hen, de gepensioneerde mijnwerker Tadeusz Slowikowski, heeft journalisten verteld over een familie die kort voor de komst van het Rode Leger door de Duitsers zou zijn geëxecuteerd. Ze woonden langs het spoor. „Ze wisten te veel.” Toen Slowikowski zelf met een legertje vrienden op zoek ging naar de trein, in 2003, werd zijn hond vermoord en zijn telefoon afgeluisterd.

Een koelbloediger analyse is minder filmisch. Het gebied rond Walbrzych behoorde eeuwenlang toe aan Duitstaligen. Het was Boheems, Oostenrijks, Pruisisch, maar niet Pools. Na de oorlog kreeg de volksrepubliek Polen het gebied van de geallieerden, ter compensatie van de landsdelen die ze in het oosten moest afstaan aan de Sovjetunie. Vervolgens deporteerde de Poolse regering nagenoeg alle Duitsers, enkele miljoenen, uit alle ingelijfde gebieden. Zij moesten naar het westen, naar het nieuwe Duitsland. De ontruimde woningen en boerderijen, nee, hele steden werden betrokken door Polen uit het oosten, die tot dan hadden geleefd in wat nu onder Oekraïne, Wit-Rusland en Litouwen valt.

Conclusie: als er al een trein is verstopt in de contreien rond Walbrzych, dan is het niet vreemd dat de oosterse nieuwelingen geen weet hadden van de exacte locatie.

Tegelijk leverde deze onbekendheid een goede voedingsbodem voor verhalen over verdwenen goudtreinen. „En het mooie van deze specifieke legende”, zegt Michael Dembinski, die koortsachtig blogt over de trein, „is dat het waar zou kunnen zijn. Nazi’s roofden en verstopten hun buit.” Een andere Pool, even opgewonden over de trein: „Zeg eerlijk, niets komt dichter bij Atlantis dan dit.”

Wat als hij echt wordt gevonden?

Atlantis voldoet als vergelijking, omdat het kan zijn dat de trein één grote luchtspiegeling is. Wellicht is dat voor de regering ook het beste. De vraag die allengs opkomt in politieke en diplomatieke kringen is: wat als er echt een trein wordt gevonden, mét schatten? Dan moeten de spullen naar de rechtmatige eigenaren, aldus de regering. Maar vind die maar eens met een kist vol gouden ringen afkomstig uit, bijvoorbeeld, Auschwitz of Sobibor. Het enige wat de Poolse regering in zo’n geval kan doen, is alles in één keer schenken aan bijvoorbeeld The Claims Conference, of een ander fonds dat compensatie verzorgt voor joodse slachtoffers van de holocaust en hun nazaten. Die organisaties zitten niet in Polen. En dus zal zo’n gebaar, zoals een Oost-Europese diplomaat zegt, slecht vallen bij een bevolking die in de geschiedenis vooral het eigen slachtofferschap en heldendom ziet. Ieder ánder besluit zal daarentegen internationaal weer slecht vallen. Een Poolse diplomaat: „Laat die trein gewoon in de grond zitten.”

Zelfs de inwoners van Walbrzych zijn niet allemaal gebrand op het vinden van de trein. Hoop is genoeg, zegt Krzysztof Urbanksi, directeur van kasteel Ksiaz. En een beetje geloof. Hij heeft het de afgelopen week al tientallen keren gezegd, altijd opgewekt, en hij zegt het telefonisch graag nog een keer: „Misschien is dit wel ons monster van Loch Ness. Niemand heeft het beest ooit gezien, maar dat weerhoudt het er niet van mensen naar onze regio te lokken.”