De meeste verdachten vallen zelf door de mand

Wat blijft er op de zeef liggen als je zes weken lang willekeurige strafzittingen bezoekt bij diverse rechtbanken? Deze zomer maakte ik een lacune goed – ik was nooit rechtbankverslaggever. Ik schreef af en toe wel over rechtszaken, maar een rechtbankverslaggever doet toch iets anders. Die heeft de dagelijkse strafrechtspraak als focus. Wie zijn die verdachten en wat komt er zoal voorbij op zittingen. En dat was vrij fascinerend.

Wat zag ik, na nauwelijks tien strafzaken in vijf rechtbanken in de Randstad? Eerlijk gezegd, vooral verdachten die tegen de lamp liepen door hun eigen stomme fouten. Ik wist al dat het oplossingspercentage van de politie vooral bestaat uit ‘heterdaadjes’, meestal door tips uit het publiek. Deze steekproef bevestigde het.

Zie de Utrechtse flatbewoner die in het holst van de nacht de politie belt over ‘verdachte mannen in de parkeergarage’: het blijkt een bende plofkrakers op punt van vertrek. Of de jonge oplichter die op Facebook met stapels geld poseert en in dure auto’s rijdt. Het publiek tipt en de politie gaat rondkijken en -vragen. Veel politiesucces komt direct van het publiek. De makkelijkste manier om de pakkans te verbeteren is dus investeren in toegang, contact en netwerken. Daders, ze liggen voor het oprapen.

Verder blijkt digitalisering zó dominant dat ik me afvroeg hoe de politie verdachten ooit opspoorde toen er nog niet overal camera’s hingen, geen DNA-sporen bestonden en verdachten nog geen digitale plattegronden van hun gaan en staan achterlieten met hun gsm’s. Dat geldt ook voor de laptops waarin men complete boodschappenlijsten van criminele plannen achterlaat, in de zoekgeschiedenis van de browser. Wie het criminele pad op gaat moet z’n telefoon thuislaten, nooit z’n eigen computer gebruiken, zich digitaal totaal anonimiseren en bij voorkeur een stofpak aan trekken. Maar wie doet dat? Deze verdachten werkten hooguit met valse internetprofielen, valse emailadressen, en prepaidtelefoons. Sommigen hacken beveiligingen en klonen autosleutels. Een enkeling plakt ‘trackers’ onder auto’s die ze willen terugvinden om te kunnen jatten. Met ‘jammers’ worden locatiesignalen in geldauto’s en huurauto’s of politieverkeer geblokkeerd. Ze wissen van afstand telefoons als de eigenaar is gearresteerd. Ook criminelen hebben de ‘cloud’ ontdekt. Maar de slimme professionals waren echt zeldzaam.

Veel sociale problematiek. Schulden, drugs, alcohol. Ik trof maar twee verdachten met werk. Eén was beveiliger, een ander havenarbeider. Veel werkloze jonge mannen, met afgebroken opleidingen, zonder geld. Maar wel met wensen – auto’s, feesten, meiden, reizen. Ik kwam een voorman van een rapgroep tegen, die z’n lifestyle bij elkaar stal met phishing-emails.

En uiteraard, de gekleurde Randstad. Eén Turkse Nederlander, vier Marokkaanse Nederlanders, één Dominicaan, twee Surinaamse, één Antilliaanse, één Indische Nederlander en drie autochtone Nederlanders. Alleen mannen.

Herhaaldelijk zag ik taalproblemen, vooral tussen de rechter en de verdachte. Strafrechters bleken uitsluitend blank en vooral vrouw. Zij vertegenwoordigen in taal, accent en uitstraling de hoger opgeleide autochtone middenklasse. En daarbinnen het wat nettere type: Bijenkorf, Volvo, schouwburg. Ze gebruiken langere woorden, indirecte rede, eufemismen en beeldspraak. En dat werkt dus niet. De advocatuur is wel gekleurd – ik telde vier Surinaamse advocaten. De verdachten, vooral die met een etnische achtergrond, vertegenwoordigen vaak een mix van straat- en etnische cultuur, met eigen woordenschat en accent. Eén jonge Surinaamse verdachte, hbo-niveau, die uitvoerig oplichting bekende, vroeg de rechter wat ‘schoon schip’ toch betekende. Hij wist echt niet wat ze had bedoeld. Een andere (autochtone) verdachte werd door de rechter gevraagd of zijn partner op de ‘publieke tribune’ zat. Daar ‘pinkte’ namelijk iemand een ‘traantje weg’. Tribune? Wegpinken? De man keek verwilderd om zich heen.