De kracht van Simenon

Elsbeth Etty grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft haar eerste indruk.

Van dag tot dag, soms van uur tot uur beschrijft militair historicus Antony Beevor de grootste veldslag aan het westelijke front in de Tweede Wereldoorlog: Het Ardennenoffensief. [1]. Op 16 december 1944 verraste Hitler de Amerikaanse en Britse bevelhebbers met een aanval van twee Panzer-legers op de relatief zwak bezette linie in de Ardennen met het doel de Maas over te steken en Antwerpen te bereiken.

Volgens Beevor was het een wanhopige gok met het doel de geallieerden tegen elkaar uit te spelen en de Duitse bevolking voor te bereiden op de ‘eindstrijd’ aan het Oostfront. Op 23 januari 1945 eindigde de krachtmeting waarbij de Duitse formaties werden vernietigd. De heldhaftige verdediging van Bastogne wordt onvergetelijk beschreven. Beevor is niet alleen een van de productiefste schrijvers over beslissende militaire operaties in Europa (Stalingrad, D-day, Berlijn), maar ook een historicus die een breed publiek meesleept tussen hoofdkwartieren van bevelhebbers en schuttersputjes van creperende soldaten.

Afgelopen juli was het alweer vijftien jaar geleden dat de in Paramaribo geboren dichter Hans Faverey op 56-jarige leeftijd aan kanker stierf. Zijn poëzie gold als ontoegankelijk, maar werd gaandeweg steeds minder abstract en persoonlijker.

‘Faverey was bezig langzaam open te gaan’, constateert publicist en uitgever Jan Oegema in zijn prikkelende essay Hans Faverey en de liefde [2]. Als voorbeeld van dat ‘opengaan’ citeert hij het tedere, allerminst hermetische gedicht ‘Telkens moet ik van je houden’ uit de bundel Tegen het vergeten (1988). Opmerkelijk is Oegema’s herhaalde pleidooi voor een biografie van misschien wel de grootste Nederlandse dichter van na de Vijftigers. Hoewel Faverey altijd heeft volgehouden dat zijn leven en werk niets met elkaar te maken hebben, vraagt Oegema diens erven om medewerking te verlenen aan een enthousiaste schrijver die ‘voor een compacte, vrijmoedige, liefst essayistische en interpreterende biografie.’ Hopelijk wordt deze sollicitatie van Oegema gehonoreerd.

Te vroeg gestorven, zegt men over iemand als Faverey. Maar wat is te vroeg? Een niet te beantwoorden vraag. ‘Misschien krijgen we slechts de tijd die ons op aarde is toebedeeld’, schrijft Kristian Gidlund (Zweden, 1983-2013) in een perfecte cirkelredenering. Dit lichaam van mij [3] is het debuut en tevens het afscheid van een veelbelovende jonge journalist en drummer die in de bloei van zijn leven voor de tweede maal kanker krijgt en weet dat hij ditmaal niet zal herstellen. Zijn blog over het sterven werd door zeven miljoen mensen gevolgd. Het Zweedse dagblad Dagens Nyheter noemde dit werk een moderne ars moriendi, kunst van het sterven, een genre dat in het algemeen meer bewondering wekt naarmate het minder sentimenteel, angstig of verbitterd overkomt. Bang voor de dood is Gidlund niet, verbitterd wel: ‘Als mijn gedachten op de top van hun cynisme zijn, zie ik de dood als een bevrijding.’ De wereldwijde plundering van grondstoffen, de winsthonger van bedrijven, de verslechterde journalistieke kwaliteit van dagbladen, de uitwijzing van alleenstaande vluchtelingenkinderen, – het verzoent hem bijna met de dood. Er is ook hoop, op de kinderen.

Sinds september 2014 brengt De Bezige Bij een reeks nieuwe vertalingen op de markt van het werk van Georges Simenon (1903-1989), een initiatief dat nauwelijks genoeg kan worden geprezen. Het is de vraag of daarmee een nieuw publiek wordt aangesproken. Of zijn het voornamelijk de nostalgische liefhebbers die hun vertrouwde Zwarte Beertjes van Bruna uit de boekenkast hebben zien verdwijnen in het zwarte gat van de tijd? In de onderzoeken van commissaris Maigret neemt De zaak-Saint-Fiacre [4] een bijzondere plaats in: hij keert terug naar zijn geboortedorp, waar zijn vader rentmeester was op het kasteel. De gravin is vermoord en het verleden van Maigret komt tot leven. De nieuwe vertalingen zijn beter dan de soms onbeholpen vertaalde oude versies. Wat hetzelfde blijft, is de kracht van Simenon: één procent plot, 99 procent sfeer en inleving.

    • Elsbeth Etty