CO2-injectie helpt winning schalie-olie

Met het broeikasgas CO2 kan de oliewinning uit schaliegesteente worden verbeterd. Dat beschrijven Noorse wetenschappers in een artikel in Geophysical Research Letters. Het artikel is afgelopen zaterdag geaccepteerd, en wordt binnenkort gepubliceerd.

In de Verenigde Staten heeft de olie- en gaswinning uit schalie een hoge vlucht genomen de laatste tien jaar, maar in Europa is er weerstand tegen. Om de olie uit het compacte gesteente te krijgen wordt het nu gebarsten (fracken) door er onder hoge druk een mengsel van water, zand en chemicaliën in te spuiten. De methode vraagt grote volumes aan water, terwijl de opbrengst betrekkelijk laag is – naar schatting 10 procent van de aanwezige olie wordt uit het gesteente gehaald.

Met de methode die de wetenschappers van de Universiteit van Bergen nu beschrijven, gaat de opbrengst omhoog naar 55 procent van de aanwezige olie. Ze hoefden het beproefde gesteente (drie kleine stukjes van 10 centimeter lang en 4 cm in doorsnee) niet te fracken. Er was dus geen water nodig. Het CO2 (in superkritische toestand) drukte de olie via een diffusieproces uit het gesteente. Verder voordeel is dat CO2 ondergronds wordt vastgelegd.

Of de methode in de praktijk te gebruiken is, moet nog blijken. Martin Fernø, eerste auteur van het artikel, licht toe dat het proces van diffusie slechts op kleine schaal werkt, over afstanden van centimeters. Om CO2 over grotere afstanden (kilometers) in het gesteente te krijgen, zal het wellicht toch gefrackt moeten worden.

Het Noorse oliebedrijf Statoil, dat meewerkte aan het onderzoek, kondigde eerder dit jaar aan samen met General Electric een veldproef te starten in Noord-Dakota. Daarbij testen ze in hoeverre water als frackvloeistof is te vervangen door CO2.

    • Marcel aan de Brugh