Bestuurders van buiten moeten karakter Rabobank veranderen

Rabobank moet hervormen: de lokale banken krijgen meer centrale leiding. Nieuwe bestuurders gaan dat doen.

„Kennelijk is ons tweede echelon al goed genoeg om meteen door te stoten naar de raad van bestuur van Rabo.” Zo gaf een anonieme ING’er vrijdag in de pers een vileine draai aan het vertrek van twee hooggeplaatste collega’s naar de concurrent.

Kort daarvoor had Rabobank aangekondigd twee nieuwe bestuursleden te gaan benoemen, mits toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) daar geen bezwaar tegen heeft. Het gaat om Carin Gorter en Bas Brouwers. Beiden werkten tot dat moment voor ING. De een als commissaris en de ander als financieel directeur van de Nederlandse tak van het bedrijf.

Gorter wordt directeur risicobeheer bij Rabo, Brouwers financieel directeur. Samen volgen ze vertrekkend financieel directeur Bert Bruggink op. Zijn functie wordt opgesplitst.

Gevoelig verlies

Voor elk bedrijf is het pijnlijk als hoge functionarissen vertrekken, zeker als ze verhuizen naar de concurrent. Ze hebben intieme kennis over hun voormalige werkgever en kunnen die gebruiken bij hun nieuwe werkgever.

Gorter was bovendien pas sinds 2013 commissaris bij ING. Vrouwelijke commissarissen met haar financiële achtergrond – ze werkte eerder ook voor Rabo en voor ABN Amro, en ze had andere commissariaten bij onder meer zorgverzekeraar VGZ – zijn schaars. Veel bedrijven willen meer vrouwen in de top. Ook dat maakt haar vertrek een verlies voor ING.

Buitenstaanders

Voor Rabobank is het concurrentieaspect echter mogelijk slechts bijzaak. Voor de bank is het vooral belangrijk dat de nieuwe bestuurders van buiten komen. De Rabo zit middenin een ingrijpend veranderproces. De strategie wordt herzien, evenals het bestuursmodel. Ook de cultuur moet veranderen, een gevolg van het Liborschandaal in 2013 dat DNB ertoe bracht om een bankbreed ‘cultuurveranderprogramma’ aan Rabo op te leggen.

Onder de beoogde nieuwe strategie en het bestuursmodel – die worden in december naar verwachting ontvouwd maar er zijn nu al details naar buiten gekomen – verdwijnt een hoeksteen van de coöperatieve bank die Rabobank jarenlang was, en waarmee zij zich onderscheidde van andere banken. Rabo is een collectief van kleine, ‘lokale’ banken, met elk een eigen vergunning en een eigen balans.

Maar het bestuur wil gaan werken met één bankvergunning en één balans. Volgens de top maakt dat Rabo stabieler en beter bestuurbaar. Sommige lokale banken vrezen echter dat zij dan verworden tot ‘gewone’ filialen van het hoofdkantoor. De coöperatie zou zo ophouden te bestaan. De top zegt dat dat het coöperatieve karakter van Rabo op andere manieren gewaarborgd blijft, maar dat heeft vooralsnog niet alle zorgen weggenomen.

Dat zijn pijnlijke hervormingen dus die volgens de commissarissen, die over de benoemingen gaan, blijkbaar het beste doorgevoerd kunnen worden door mensen van buiten. Zij zijn niet vergroeid met de bank. Ook om de cultuur te veranderen, is het kennelijk handiger als bestuurders daar zelf niet van doordrenkt zijn.

Vingerafdrukken van DNB

De metamorfose is een van de belangrijkste klussen van topman Wiebe Draijer, zelf ook een outsider, die bijna anderhalf jaar geleden aantrad als opvolger van Piet Moerland. Moerland stapte op na het Liborschandaal. Draijer werkte een groot deel van zijn carrière voor consultancy McKinsey en was later voorzitter van de SER.

Draijer gelooft heilig dat Rabobank moet veranderen om te kunnen overleven, en is een drijvende kracht achter de veranderingen. Maar de hervormingen hebben ook te maken met druk van DNB en de andere toezichthouder, de AFM. Die zijn al langer kritisch over het bestuursmodel van Rabobank. Met zoveel zelfstandige bankjes zou goed toezicht houden moeilijk zijn. En anno 2015, zeven jaar na de crisis, kan dat echt niet meer.

Vingerafdrukken van DNB zie je ook bij de benoemingen. Bruggink wordt opgevolgd door twee bestuurders. Hijzelf combineerde de functies van financieel directeur en directeur risicobeheer. DNB had daar problemen mee. Bruggink stapte op omdat hij niet wilde dat zijn functie opgesplitst werd. Nu heeft DNB wat het wil.

Of DNB ook druk op Rabobank heeft uitgeoefend om buitenstaanders te benoemen, is niet duidelijk. Ingewijden bij Rabo zeggen van niet. Maar het is niet ondenkbaar. De toezichthouder bemoeit zich steeds nadrukkelijker met de aanstelling van bestuurders, zij moeten goedgekeurd worden door de toezichthouder. Haar informele invloed is groot. De benoeming van twee niet-Rabo-bankiers vergroot in ieder geval de geloofwaardigheid van de bank dat het haar ernst is met de door DNB gewenste veranderingen.