Arm en rijk wonen steeds verder uit elkaar in Europese hoofdsteden

Foto: EPA / Angel Diaz

In alle hoofdsteden van Europa, van Amsterdam tot Tallinn, gaan arm en rijk steeds verder uit elkaar wonen. Dat blijkt uit een internationale vergelijkende studie van het vestigingspatroon in dertien Europese hoofdsteden in de jaren 2001-2011. Twee Nederlandse hoogleraren, Maarten van Ham (TH Delft) en Sako Musterd (UvA), werkten er aan mee.

Dat de ruimtelijke segregatie van inkomensgroepen in steden toeneemt, schrijven de onderzoekers toe aan toenemende sociale ongelijkheid en terugtredende overheden. Immigratiestromen doen daar nog een schepje bovenop.

Madrid en Milaan bleken het meest gesegregeerd. Dan, in volgorde van afnemende segregatie: Tallinn; Londen; Stockholm; Wenen; Athene; Amsterdam; Boedapest; Riga; Vilnius; Praag en onderaan Oslo.

Als je steden op hun beloop laat, schrijven de onderzoekers, zullen ze zich binnen een jaar of tien uitsorteren. Want als ze de kans krijgen, verhuizen mensen naar wijken waar de bewoners meer passen bij hun eigen sociaal-economische positie.

Neoliberale trend zorgt voor uitsortering arm en rijk

West-Europa kent vanouds sterke verzorgingsstaten, die via huursubsidies en sociale woningbouw segregatie in steden hebben afgeremd. Maar in de jaren 80, stellen de onderzoekers vast, heeft een neoliberale trend ingezet in Europa. Overheden trekken zich geleidelijk terug, ook van de woningmarkt, waardoor meer ruimte is ontstaan voor een spontane uitsortering van arm en rijk.

Oost-Europese steden waren tot de val van de Muur in 1989 sterk gemengd. Voorsteden met rijtjeshuizen en vrijstaande woningen met tuinen werden niet gebouwd. In de stad verrezen prefab flats en daar woonden verschillende inkomensgroepen door elkaar.

Rond 2000 begon in Oost-Europese steden een ongeplande suburbanisatie. Projectontwikkelaars kochten grond op rondom de steden, zetten daar woningen neer en zo trokken de beter betaalden weg uit de stad.