Arm en rijk, samen apart

In de grote Europese steden gaan arme en rijke mensen steeds verder uit elkaar wonen. Deze ‘apartheid’ komt onder meer voort uit de immigratie, de diensteneconomie en het neoliberalisme.

illustratie Tjarko van der Pool

In Stockholm wordt al twintig jaar niet meer geïnvesteerd in de bouw van sociale huurwoningen. Arbeiderswijken, ooit paradepaardjes van de Zweedse sociaal-democratie, worden nu bevolkt door immigranten. In de Estse hoofdstad Tallinn, een kwart eeuw geleden nog een typische Sovjet-stad, is alle sociale woningbouw verkocht en verrijzen villawijken naast buurten met vervallen prefab flats.

Van Londen tot Tallinn, van Stockholm tot Madrid, gaan arm en rijk steeds verder uit elkaar wonen. Die segregatie neemt nog lang geen vormen aan als in de Verenigde Staten, waar beter gesitueerden zich afzonderen in ommuurde oases en armen zijn opgehokt in getto’s. Toch raken Europese steden ruimtelijk steeds verder uitgesorteerd naar inkomen. Groeiende sociale ongelijkheid en een terugtredende overheid worden zichtbaar in het vestigingspatroon van stedelingen. Dat blijkt uit een deze week verschenen boek. Het is een vergelijkende studie van 13 Europese hoofdsteden tussen 2001 en 2011 (zie inzet).

Voor niet-ingewijden in de Europese stedelijke problematiek is de hoge score van Stockholm op de segregatieschaal van de onderzoekers het meest verrassend. Zweden heeft een lange traditie van actieve bestrijding van ongelijkheid. Of je nu bij een grote bank werkte of de straat veegde, de inkomens scheelden niet zoveel. Maar sinds de jaren 90 laat de Zweedse overheid de economie steeds meer zijn gang gaan en nemen de inkomensverschillen toe. Er wordt minder geïnvesteerd in sociale woningbouw en het sociale vangnet wordt afgebouwd. Een en ander gaat wel gepaard met een zeer ruimhartig asielbeleid.

Dubbele uitsortering bewoners

Roger Andersson en Anneli Kährik stellen in het hoofdstuk over Stockholm vast dat de bevolking in de afgelopen twee decennia steeds verder is uitgesorteerd naar inkomen. Er ontstaan kernen van armoede in wijken met sociale huurwoningen, die in de jaren 60 en 70 zijn gebouwd en sinds de jaren 90 zijn verwaarloosd. De onderzoekers zien verder een ‘dubbele uitsortering’: autochtonen met lage inkomens wonen in andere wijken dan arme niet-westerse immigranten.

In mei 2013 sloeg de vlam in de pan in Husby, een voorstad van Stockholm met een hoog percentage eerste- en tweedegeneratie-immigranten uit Somalië, Eritrea, Afghanistan en Irak. Oorzaken van de onlusten waren volgens Andersson en Kährik: het loslaten van sociaal beleid en een massale stroom immigranten, zonder veel aandacht voor de consequenties van het ruimhartige toelatingsbeleid. Wanneer je mensen asiel verleent, schrijven de onderzoekers, kun je ze vervolgens niet wegzetten in een betonwijk zonder hen kansen te bieden door te investeren in opleidingen en trainingen.

Het eindrapport van de studie stelt vast dat de ruimtelijke segregatie in alle 13 onderzochte hoofdsteden toeneemt. De onderzoekers schrijven dit toe aan een combinatie van factoren: globalisering, een mede als gevolg daarvan veranderende samenstelling van de beroepsbevolking en toenemende sociale ongelijkheid. Hoofdsteden zijn in uiteenlopende mate ingebed in mondiale netwerken. In geglobaliseerde steden wordt als gevolg van de internationale arbeidsverdeling weinig meer gemaakt; het geld wordt vooral verdiend in de dienstensector: zowel ondersteunende diensten, van horeca tot schoonmaken, als financiële dienstverlening. In deze steden zien we een polarisatie van de arbeidsmarkt: relatief veel hoog en laag opgeleiden. Die groeiende sociale ongelijkheid, zeggen de onderzoekers, leidt zonder tussenkomst van overheden tot ruimtelijke segregatie.

Maarten van Ham is hoogleraar stedelijke vernieuwing aan de TU Delft en een van de redacteuren van de studie. „Als je steden op hun beloop laat”, zegt hij, „dan zullen ze zich binnen een jaar of tien uitsorteren. Want soort zoekt soort, leert het menselijk gedrag. Vóór de jongste crisis verhuisde in West-Europa jaarlijks één op de tien mensen. Als die allemaal verhuizen naar een wijk met mensen die meer passen bij hun eigen sociaal-economische positie, dan krijg je heel snel uitsortering.”

In werkelijkheid is er zoiets als sociaal beleid. West-Europa kent vanouds sterke verzorgingsstaten, die via arrangementen als huursubsidies en sociale woningbouw ruimtelijke segregatie in steden hebben afgeremd. De onderzoekers stellen vast dat in de jaren 80 een neoliberale trend heeft ingezet in Europa: overheden trekken zich geleidelijk terug, ook van de woningmarkt, waardoor meer ruimte is ontstaan voor een spontane uitsortering van arm en rijk. Hoe erg is dat?

Van Ham: „De situatie in Europa is bij lange na niet te vergelijken met die in de VS, maar we zien wel overal segregatie. We moeten alert zijn op de effecten van globalisering en van een terugtrekkende overheid. Je hoort ook in Nederland steeds vaker:‘minder overheid, meer actief burgerschap’. Dat is mooi, maar burgers die het zelf kunnen, hebben doorgaans een wat hogere opleiding, hebben meer te besteden en hebben ook een goed netwerk. Die redden zich wel. Het grote gevaar is dat groepen die het minder of helemaal niet zelf kunnen niet meer geholpen worden.”

Amsterdam in middenmoot

In de studie eindigt Oslo onderaan de segregatieladder; die stad is nog steeds relatief gemengd. Noorwegen is een rijk land dat het zich, dankzij de Noordzeeolie, kan veroorloven veel te investeren om gemengde steden en wijken te creëren, en die ook in stand te houden, tegen de algemenere tendensen in. Maar nu de olieprijs historisch laag is, kan dit veranderen.

Madrid is van alle onderzochte steden het meest gesegregeerd. Dat is een sterk geglobaliseerde stad, hij trekt veel migranten aan van binnen en buiten het land, en het eigenwoningbezit overheerst. Een en ander leidt tot een sterke segregatie. Er is weinig sociaal beleid en nauwelijks sociale huur. Door de economische crisis zijn veel jonge mensen weer ingetrokken bij hun ouders, of bij vrienden, omdat er geen sociale vangnetten zijn, en ook bijna geen sociale woningbouw, om op terug te vallen.

Amsterdam blijkt qua segregatie in de middenmoot van Europa te zitten. De afgelopen vijftien jaar is de sociale ongelijkheid er toegenomen, onder meer door een steeds groter aandeel op de banenmarkt van hoogopgeleide professionals. Dat de ruimtelijke uitsortering tot nu toe niet zo sterk was als je zou verwachten komt door de sociale huursector. Amsterdam biedt ook mensen met lage inkomens de kans om op centrale plekken te wonen. Daardoor is de hoofdstad niet zo sterk gesegregeerd als bijvoorbeeld Londen.

Verder zitten veel mensen met middeninkomens in sociale huurwoningen, het beruchte ‘scheef wonen’. Als zij kinderen krijgen, willen ze wel verhuizen naar kindvriendelijker omgevingen buiten de stad. Maar die vorm van uitsortering kwam de afgelopen jaren tot stilstand, ontdekten de onderzoekers, als gevolg van de crisis op de woningmarkt. Daardoor was het lastig om een hypotheek te krijgen en was er de angst dat prijzen verder zouden dalen. Dat heeft een rem gezet op de uittocht van middeninkomens uit de stad en daarmee op de ontmenging van Amsterdam. Maar daar zou wel eens een eind aan kunnen komen, denken de onderzoekers, nu de prijzen stijgen.

Het proces van sociaal-economische segregatie begon in West-Europa in de jaren 80. Oost-Europa ging hier pas laat in mee. De Oost-Europese economieën waren tot de val van de Muur in 1989 volledig gepland, de markt speelde er geen rol. Wat volledig achterwege bleef, was suburbanisatie, de trek van beter gesitueerden naar voorsteden met rijtjeshuizen en vrijstaande woningen met tuinen, want die werden niet gebouwd. In de stad verrezen prefab flats en daar woonden verschillende inkomensgroepen door elkaar.

Na 1989 begint in Oost-Europese steden een ongebreidelde en ongeplande suburbanisatie. Projectontwikkelaars kopen grond op rondom de steden, zetten daar woningen neer en die trekken de middenklasse voor een groot deel weg uit de stad. De Litouwse hoofdstad Vilnius is een mooi voorbeeld. Litouwen had vanouds een grote Poolse minderheid en die woonde vooral in de regio rond Vilnius. In de stad zelf domineerden Litouwers. In de jaren 90 is suburbanisatie op gang gekomen en welgestelde Litouwers verhuizen nu massaal naar nieuwbouwwoningen in de regio rond de stad. Dat leidt tot conflicten met de Poolse bevolking die daar vanouds woont. Die suburbanisatie heeft voor steden grote gevolgen; rijkdom verhuist vaak naar buiten de stadsgrenzen. Vanouds waren Oost-Europese steden gemengd; nu zie je op grote schaal ontmenging.

Een geval apart is Tallinn, de hoofdstad van Estland. Daar voltrekt de segregatie zich vooral langs etnische lijnen. Esten woonden tot 1990 voornamelijk buiten de steden. Sinds de jaren 50 en 60 zijn massaal nieuwe stadswijken gebouwd voor immigranten uit Rusland. Die werden aangetrokken om in fabrieken te werken, als productiemedewerkers, managers en technici. Sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie heeft de Russische bevolking minder kansen. Zij komen moeilijk aan de slag, al helemaal niet bij de overheid. Dus Russisch-taligen hebben zich teruggetrokken in hun eigen buurten, in hun eigen steden, vooral in het grensgebied met Rusland, waar oude industriesteden liggen.

Estland heeft niet alleen te kampen met een grote Russisch sprekende minderheid, het heeft het kapitalistische systeem ook sneller omarmd en alle sociale structuren rigoureuzer afgebouwd dan de andere twee Baltische staten. Vrijwel alle sociale woningbouw is verkocht; er is nauwelijks nog een sociaal vangnet. De rauwheid van dit experiment blijkt uit het zichtbare contrast tussen villawijken met voor Europa ongekende luxe en verpauperde gebieden met haveloze flats.

Immigrant niet naar platteland

In alle onderzochte steden tekent zich een toenemende sociaal-economische segregatie af. In de studie wordt zelfs gerept van ‘dreigende sociale apartheid’. Is de Delftse hoogleraar ook zo pessimistisch?

Van Ham: „Wat minder dan sommige collega’s. Wel vind ik dat er veel meer aandacht moet zijn voor immigratie. Mensen zullen naar Europa blijven komen. Accepteer dat en probeer het te kanaliseren. In de steden. Want immigranten gaan niet naar het platteland, die willen naar de stad, waar kansen en netwerken zijn. Dus moet je daar in hen investeren, in opleidingen en trainingen.”

Van Ham vindt dat je de stad niet volledig moet overlaten aan de markt. „De overheid speelt een belangrijke rol in het kanaliseren van menselijk gedrag. Maar investeren in mensen, opleidingen en kansen op werk is effectiever dan geforceerd mengen van wijken. In Rotterdam denkt men nu na over de rol die wijken spelen in de levensloop van mensen. Je hebt wijken nodig waar wonen goedkoop is, voor starters, voor nieuwe immigranten, voor jonge stellen. Verder wijken waar mensen kinderen willen krijgen en laten opgroeien. Maar ook wijken waar professionals, mensen die wat meer verdienen, zich thuis voelen. Als je zorgt voor één platte pannenkoek dan willen mensen niet meer investeren in je stad, dan willen professionals er niet meer wonen. Je moet binnen steden een goede mix krijgen van woonmilieus en die ook in stand houden. Zo krijg je een aantrekkelijke stad.”