Aristocraat en wegbereider van homorechten

foto alan warren

De fotografen waren getipt toen agenten hem in januari 1954 wegvoerden voor het proces dat sindsdien zijn naam draagt. ‘Montagu Schuldig’, kopte de schandaalpers erna.

Edward Montagu, de Britse aristocraat en conservatieve politicus die zondag op 88-jarige leeftijd overleed, stond op zijn 27ste terecht omdat hij „zekere mannelijke personen [had] aangezet om ernstige misdaden te begaan met mannelijke personen”; dezelfde formule als waarmee Oscar Wilde in 1895 voor homoseksualiteit was vervolgd.

Het was, daarover is weinig twijfel meer, een showproces, mede bedoeld om de morele herbewapening van het na-oorlogse Engeland kracht bij te zetten. Montagu was eerder vrijgesproken van het plegen van „onnatuurlijke daden” met een padvinder. Nu stond hij met twee vrienden terecht, nadat twee militairen van de luchtmacht tegen hen hadden getuigd.

Hij zat acht maanden in een Londense gevangenis met de Pottereske naam Wormwood Scrubs. Montagu heeft de beschuldigingen altijd ontkend en weigerde zichzelf later te zien als wegbereider voor homoskesuele emancipatie. Wel schreef hij in zijn autobiografie (2000) dat hij altijd biseksueel was geweest, en dat hij dat beschouwde als de normale menselijke conditie.

Bij het verlaten van de rechtszaal werden de getuigen uitgejouwd, niet hij. Het getij was aan het kenteren. Het proces was de directe aanleiding om een wetswijziging te onderzoeken. Die kwam er, in 1967: vrijwillige seks tussen volwassenen van gelijk geslacht werd legaal.

Edward John Barrington Douglas-Scott-Montagu was twee jaar oud toen zijn vader stierf. Senior legde een dure verzameling automobielen aan en richtte het tijdschrift The Car Illustrated op. Diens grote (buitenechtelijke) liefde stond model voor de zilveren elf op Rolls-Royce-motorkappen.

Behalve de titel – baron – erfde Edward van zijn vader ook diens passie voor auto’s. Dat bleek nadat hij op zijn 25ste het beheer had gekregen over het noodruftige familielandgoed – Beaulieu, spreek uit Bjoelie, aan de Engelse zuidkust. Hij opende het voor betalend publiek. Dat idee – onvoorstelbaar in zijn klasse – redde huis en collectie, die Edward in de jaren erna zou uitbreiden tot wat nu het nationale automuseum is, een toeristische tophit. Hij zette een trend: er is nu bijna geen landgoed dat niet voor publiek open is. Toen in 1973 de nationale monumentenzorg werd opgericht, werd hij de eerste chef.

Met de titel van baron kwam het – toen nog – erfelijke lidmaatschap van het Britse Hogerhuis. Hij sprak er vaak en goed over milieu, toerisme, transport. Maar nooit over homorechten. Toen de erfelijke Lords in 1999 onder Tony Blair hun zetel verloren, kozen zijn peers hem als een van de 92 die mochten blijven – om zijn merites.

Edward Montagu trouwde twee keer en kreeg een zoon en twee dochters.

    • Hans Steketee