Actietheater over zorgen voor elkaar

In ‘We doen het wel zelf’ toont Theatergroep Wunderbaum ondernemende burgers op gebieden waar de overheid zich terugtrekt. 'Ik verlang ernaar dat we niet meer alleen met onszelf bezig zijn.'

Desiree van Geel is 32 en woont begeleid zelfstandig in De Bilt. Zij opent de voorstelling We doen het wel zelf van Wunderbaum met een monoloog over wat ze allemaal zelf kan. Ze kan haar was op kleur sorteren. Zichzelf goed voorstellen aan mensen die ze nog niet kent. Mascara opdoen voor de spiegel. Maar Desiree heeft een verstandelijke beperking, dus er is ook veel wat zij níét kan. Ze kan niet op zichzelf wonen. Elke avond na de voorstelling moet ze worden thuisgebracht.

Desiree staat symbool voor de groep mensen die stilaan slachtoffer wordt van de participatiemaatschappij. De overheid trekt zich steeds verder terug, bijvoorbeeld op het gebied van de zorg, en vraagt burgers om meer eigen inzet en initiatief. Theatercollectief Wunderbaum reageert daarop We doen het wel zelf. „De eerste vraag toen we begonnen”, zegt actrice/theatermaker Marleen Scholten, „was: wie zijn dan die ‘we’? Van wie mag je verwachten dat ze hun problemen zelf oplossen, en van wie niet? Wie kan er voor zichzelf zorgen, en wie niet? Wie valt er bij zo’n terugtrekkende beweging van de overheid tussen wal en schip?”

De theatergroep, die naast Scholten bestaat uit Walter Bart, Maartje Remmers, Matijs Jansen, en Wine Dierickx (zij is niet te zien in deze voorstelling), ging op zoek naar ondernemende burgers en nieuwe initiatieven op gebieden waar de overheid zich terugtrekt. En die waren er „ontzettend veel”, aldus Bart. Het gezelschap, dat de voorstelling deze zomer al speelde op de festivals Oerol op Terschelling en Boulevard in Den Bosch, organiseerde ontmoetingsavonden, op basis waarvan ze deelnemers voor de voorstelling selecteerden; een stuk of vijftien op Terschelling, en zelfs 35 in Den Bosch. Nu hebben ze hun research verplaatst naar Rotterdam, en straks volgen Amsterdam, Den Haag, Utrecht en Gent. De initiatieven die de makers aantreffen variëren van puur altruïsme, zoals het thuis opvangen van asielzoekers, tot slimme liberale verdienmodellen als Uber en Airbnb.

Heel links tot behoorlijk rechts

Walter Bart: „Heel interessant aan dit project vind ik dat de initiatieven zo uiteenlopen, van heel links naar behoorlijk rechts. Ik kan ook niet altijd zeggen of ik het ermee eens ben of niet. Kijk, zelf een bibliotheek beginnen, of thuis vluchtelingen opvangen terwijl de politie elke dag een inval doet: dat vind ik mooi en goed. Maar veel ingewikkelder wordt het bij een initiatief als Waaks, waarbij de politie hondenbezitters vraag om extra op te letten bij verdacht gedrag.”

Want wat is dan verdacht, vult Scholten aan: een bestelbusje, een allochtone jongen met een rugzak die ergens lang staat? „Wie op die manier gaat kijken en denken, zet de deur wagenwijd open voor paranoia en xenofobie. Dat staat recht tegenover het idee dat er juist meer sociale cohesie nodig is. Ik verlang ernaar dat we niet meer alleen maar onverschillig zijn, alleen met onszelf bezig. Maar hoe ver gaat dat? Stel, je hoort een kind gillen in een huis, bel je dan direct de politie?”

Misschien wel de meest opvallende ontdekking van hun research was dat de initiatieven die ze aantroffen zowel heel sociaal als ronduit asociaal bleken te zijn. Scholten: „Je hebt mensen, zoals de vele mantelzorgers die we ontmoeten, die beter voor anderen gaan zorgen of voor de buurt. Daar zagen we positieve daadkracht en energie. Maar je hebt ook hoogopgeleide, rijke, onafhankelijke types, die een terugtrekkende overheid puur als kans zien om het voor zichzelf nog beter te regelen.”

Om die tendens te symboliseren voegden de makers aan de voorstelling een tekst van de rechtse denker Ayn Rand toe, uit Atlas Shrugged. Bart en Scholten spelen in die scène een keihard liberaal liefdeskoppel, waarvan zowel de man als de vrouw verklaart uitsluitend te vallen voor de kracht en de zelfstandigheid van de ander. Alle altruïsme is een leugen, je kan niets voor een ander doen, en als je het zou proberen, zou dat zwak en onaantrekkelijk zijn, dat idee. Scholten: „Rand schrijft dat mensen die zwak zijn geen liefde kunnen verdienen, laat staan geld.”

Bart: „Ze zegt ook: werk is de enige maat van menselijke waarde. Je bent waard wat je oplevert. En soms denk ik dat ook wel, dat je werk bepaalt wie je bent.”

Scholten: „Daar zit natuurlijk iets aantrekkelijks in: ik bepaal het zelf, ik doe het op eigen kracht. Maar aan de andere kant is daar Desiree. Wat is zij waard, binnen zulk gedachtegoed? En wie ontfermt zich over haar als het ieder voor zich wordt?”

In een losse aaneenschakeling van scènes waarin allerlei vrijwilligers participeren, en afgewisseld met Nederlandse protestsongs geschreven door Jens Bouttery, komen in een woeste punkroadshow zo alle kanten, de mooie en de mindere, van de participatiesamenleving voorbij.

We doen het wel zelf werd gemaakt in het kader van meerjarenproject The New Forest, waarin Wunderbaum probeert alternatieven te vinden voor de huidige maatschappij. Daarin werkt het gezelschap samen met wetenschappers, filosofen, sociologen, projectontwikkelaars, architecten en vrijwilligers aan voorstellingen die andere vormen van samenleven onderzoeken. Dat leverde onder meer voorstellingen op over de democratie (De komst van Xia), het zorgstelsel (Hospital) en de grenzen van de wet (De Wet).

Tragiek van de helpdeskmedewerker

Dit voorjaar maakte de groep Unser Dorf soll schöner werden, bij de Münchner Kammerspiele. In september gaat daarnaast Helpdesk in première. Bart: „Helpdesk is geïnspireerd op een Indiase helpdesk waar je naar toe kunt bellen met zo ongeveer elke vraag. De tragiek van de helpdeskmedewerker is dat ze zich zoveel identiteiten moet aanmeten dat ze zelf bijna virtueel wordt.” De komende weken zijn alle drie de voorstellingen in Nederland te zien, soms geclusterd tot een festival.

In 2016 wordt het project afgesloten met een film, die in première gaat op het International Film Festival in Rotterdam. De acteurs spelen daarin dat ze zijn gestopt met theatermaken om daadwerkelijk de wereld te gaan veranderen. Scholten: „De voorstellingen binnen The New Forest begeven zich op het snijvlak van fictie, journalistiek en community art. Daarbij lopen we steeds tegen de vraag aan: wat kunnen wij, met onze voorstellingen, betekenen? Zou het niet beter zijn om écht te gaan helpen en vrijwilliger of mantelzorger te worden? Dat onderzoeken we in die film.”

De uitkomst van dat onderzoek moet uit de film blijken. Maar fictie blijft hun roeping. Scholten: „Als bij een voorstelling de fictie er te bekaaid vanaf kwam, waren we daar zelf het minst tevreden over, en vonden we de voorstelling ook minder geslaagd.” Bart: „Hospital bijvoorbeeld is echt mislukt. Het was razend nuttige research, maar het heeft een slechte voorstelling opgeleverd. En ons eerste doel is toch wel: goeie voorstellingen maken.”

Scholten: „Ons terrein is dat van de verbeelding. Want fictie kan de werkelijkheid soms scherper tonen dan die werkelijkheid zelf.”

    • Herien Wensink