Zolang de schepen nog touwtjes hebben

Langzaam nemen de machines het werk over. Maar een schip vastleggen gebeurt nog altijd met de hand, zag Maurice Geluk.

„Het materiaal moet altijd goed zijn”, zegt roeier Michel Bosch (34). Foto Rien Zilvold

Met een stuit en een plof belandt het balletje op de door lichtmasten beschenen havenkade. De bemanning, hangend over de scheepsreling, ziet hoe een van de roeiers in fluorescerende kleding en witte veiligheidshelm toesnelt en direct begint te leuren met het eraan vastgemaakte touw. „Slek!”, schreeuwt hij naar boven, waarop de tros vanaf de voorsteven het gitzwarte Maaswater in glijdt. Door een serie snelle armbewegingen – het is hoogwater – ligt de doordrenkte streng kort daarna om een verroeste bolder. Nog vijf te gaan.

Hoewel het 135 meter lange Energizer absoluut geen kleine jongen is, is de hulp bij het aanmeren ervan kinderspel voor de leden van de Koninklijke Roeiers Vereeniging Eendracht (KRVE). De vier ‘roeiers’ klaren dit klusje in minder dan een half uur. Wanneer de loods met de meterslange loopplank van het schip wordt gelaten, gaan ze alweer naar de uitgang van het haventerrein. Op weg naar de volgende ‘reis’.

„Het materiaal moet altijd goed zijn”, zegt Michel Bosch (34), terwijl hij het oliepeil van de scheepsmotor en de dieselstand controleert. De werkboot van de roeiers dobbert rustig langs de kade in de hak van de Europahaven, hemelsbreed zo’n 30 kilometer van de stad verwijderd. In de verte dient zich de volgende klus al aan. Een joekel van een containerschip, dat door twee havensleepboten met de kont naar achter in het bekken wordt getrokken.

Met 395 meter lang en plek voor 19.224 twintigvoetcontainers is de MSC Oscar voorlopig ’s werelds grootste. Bosch lijkt allesbehalve onder de indruk. „Op de Maasvlakte is alles groot”, zegt hij onverschrokken. „Op een gegeven moment lijken het allemaal drijvende flatgebouwen.” Snel, maar vooral veilig werken zijn dan ook twee van de belangrijkste eigenschappen waarover roeiers moeten beschikken. „Als zo’n scheepsschroef een klap geeft, moet je er niet achter zitten.”

Al 120 jaar, de vereniging werd in 1895 opgericht, houden de roeiers zich bezig met het vast- en losmaken van zeeschepen. Havenarbeid die de tand des tijds grotendeels heeft doorstaan. De roeiers hebben zich wel op verschillende manieren aangepast. Omdat de schepen groter en de kades almaar hoger worden. Maar ook vanwege de strenge veiligheidseisen en het verschuiven van de activiteiten verder stroomafwaarts.

„In onze werkboten zit nog steeds weinig luxe hoor”, aldus KRVE-voorzitter Erik de Neef, „behalve dan een hufterproof kacheltje.”

Volgens de voorzitter zit de vernieuwing met name in het materieel, dat zwaarder is, en in de aangepaste manier van werken. Zo zijn de werkboten voorzien van drijfkasten, zijn er wagens ontwikkeld met een mechanische katrol en is de driejarige mbo-opleiding tot bootman zwaarder geworden. Ook dragen de roeiers een speciaal reddingsvest, dat noodboodschappen uitstuurt na het overboord slaan, en is een groot vaarbewijs vereist.

Trendbreuk in het voorheen gesloten karakter van de vereniging is de onlangs geschrapte leeftijdsgrens. Voorheen werden kandidaat-roeiers ouder dan 21 jaar geweerd. „Dat was discriminerend”, concludeert De Neef. „Daarnaast zijn we op zoek naar ervaring in de organisatie. Vroeger kwamen ze uit de binnen- en zeevaart. Nu moeten we roeiers helemaal zelf opleiden.” Daarvoor wordt samengewerkt met het Scheepvaart en Transport College.

Het los- en vastmaken van zeeschepen mag dan het meeste werk opleveren, de KRVE heeft de activiteiten de afgelopen jaren flink uitgebreid. Onder de vele nevenactiviteiten is het aan de man brengen van een in eigen beheer ontwikkeld hydraulisch meersysteem. Daardoor blijven de giganten in havens met veel deining veilig aan de kade liggen.

Binnenkomst en vertrek bepalen de cadans in het werk van de roeiers. In de grootste haven van Europa kan het zomaar druk worden. Vanuit de drie controleposten in de Europoort, Botlek en op Heijplaat (hoofdkantoor), worden de 260 zelfstandige leden overal in het havengebied ingezet. Door weer en wind, 24/7. „Hoe is het bij de Oscar jongens”, vraagt de werkverdeler via de krakende marifoon. „Als jullie klaar zijn, mag-ie gelijk door naar de Amazonehaven.”

Voor een nieuwe klus haast Michel Bosh zich vanaf de Maasvlakte naar expediteur Cobelfret Ferries, vlak onder Rozenburg. Het is druk op de weg en het schip is al onder de Calandbrug door. Te laat komen, is een smet op de reputatie van de KRVE. De Haan trapt het gaspedaal dan ook diep in.

Vrees dat de roeiers slachtoffer worden van de automatiseringsdrift in de haven van Rotterdam, zoals bij de overslag van containers, heeft KRVE-voorzitter De Neef niet. „Zolang de schepen touwtjes hebben, zullen er roeiers zijn.”