Zijn naam wordt omgeroepen: Aylan Kurdi

2031. In Vancouver haalt een jongen van negentien zijn high school- diploma. Hij is een jaartje ouder dan zijn klasgenoten. Op de kleuterschool, Kindergarten, liep hij vertraging op. Engels begreep hij algauw, maar het duurde even voor hij zich verstaanbaar kon maken. Wanneer hij sprak, klokten de woorden onvast uit zijn keel.

Op een dag zag hij een film op de laptop van zijn tante, Life of Pi, naar het gelijknamige boek van een half Canadese auteur, over een schipbreukeling die maandenlang met een tijger op een reddingsbootje leeft. Hij kotste ervan alsof hij zeeziek was. Daarna sprak hij vloeiend.

Zijn tante heeft zijn haar geknipt, maar het is niet te zien. Bij de ‘gown’ hoort een ‘cap’, de ‘tassel’ hangt nog links. Zijn broer is al even van school en besloot een jaar vrij te nemen „om uit te zoeken wat ik echt wil”. Voorlopig werkt hij bij Dairy Queen. Toen hij daar net begon, probeerden de broers alle veertig ijssmaken uit. Nu hoeven ze niet meer, ze zijn eraan gewend geraakt dat het allemaal voorhanden is.

De jongen van negentien is aangenomen op de University of British Columbia, in de stad, met een campus aan het water. Even leek hij naar de Verenigde Staten te gaan, hij zou misschien een beurs krijgen voor een universiteit in Idaho. Zijn vader zegt hem dat hij de wereld moet trotseren, dat hij erop uit moet trekken – zijn vader spreekt de taal van een immigrant: wat locals zeggen maar dan aangedikt. „Zo’n kans krijg je maar één keer.”

Maar hij ontving een bericht met het nieuws dat hij niet door de de laatste selectieronde was gekomen. Zijn vader sloeg op tafel. Later kwam zijn moeder bij hem op de kamer en zei dat het een gebalde vuist van blijdschap was geweest. Net als zijn vader was hij stiekem opgelucht. Hij weet: de kans op een beter leven is niet altijd elders.

De toga die hij nu draagt, is een oefening voor later. Hij gaat rechten studeren. Hij heeft zin. Hij moest en zou naar law school. Het fascineert hem dat bedachte regels in een boek echte levens beïnvloeden en zelfs bepalen. Hij is opgegroeid met de Koran en kent de grootsheid van woorden.

Krista is bijna aan de beurt. Haar achternaam begint met een ‘H’. Ze wordt het podium opgeroepen, haar naam komt uit de versterker en even is het alsof de aulazaal zijn hoofd is – daar schalt en zoemt en knalt die naam ook steeds zo luid. Even kijkt ze om. Hij steekt zijn hand op, de mouw van de toga schuift in de holte van zijn elleboog.

Hij stapt vast op de eerste tree. Hij kijkt opzij en ziet zijn broer. Die lacht, met dezelfde bolle wangen. Zijn naam wordt omgeroepen: Aylan Kurdi.

    • Simone van Saarloos