Zelfs thuis staat de radar nog aan

Vanuit Hoek van Holland wordt het scheepvaartverkeer in veilige banen geleid. Frank van Dijl ging kijken.

Benjamin de Gelder (43) wijst op een in hoogte verstelbare tafel met vier brede monitoren en één smalle, toetsenbord, muis, telefoon en marifoon; een collega verhoudt zich in het Engels met de brug van een binnenkomend schip. „De mooiste werkplek van het hele Havenbedrijf,” zegt hij.

De Gelder is vts-operator: vts staat voor vessel traffic services, de dienst die in de Rotterdamse haven het scheepvaartverkeer in goede banen leidt.

Op de schouders van zijn overhemd draagt De Gelder een streep en een galon. Gemillimeterd haar, open gezicht met de schaduw van een baard. Dit werk doet hij al zestien jaar; daarvoor zat hij op de patrouilleboten van het Havenbedrijf. Hij woont in Hoek van Holland, zijn vader werkte bij het loodswezen. Zelfs thuis volgt hij nog de scheepvaartbewegingen op www.marinetraffic.com.

„Ik ben misschien wel wat fanatiek,” geeft De Gelder toe, maar dat had de manier waarop hij over zijn werk spreekt al verraden, in elk geval zijn woordkeuze, doorspekt met scheepvaartjargon.

De werkplek in de verkeerscentrale heeft door zijn oriëntatie op het westen uitzicht op de monding van de haven van Rotterdam. Hier passeren zo’n 30.000 zeeschepen per jaar. De overige tafels kijken door de vensters tot op de vloer naar het zuiden: de Maasvlakte, Europoort en het Calandkanaal, die van de Nieuwe Waterweg wordt gescheiden door een smalle landtong.

Aan elke tafel zit een vts-operator, ieder van hen overziet een van de vijf sectoren die vanuit de centrale in Hoek van Holland worden bediend. Schepen die een sector binnenvaren, melden zich en worden naar hun ligplaats of naar de volgende sector begeleid. Het is van essentieel belang om te weten wat de diepgang van het schip is en wat het vervoert (meer dan 50 procent van de vracht wordt geclassificeerd als gevaarlijke stof).

De divisie Havenmeester van het Havenbedrijf Rotterdam is met 450 medewerkers, van wie 90 vts-operators, verdeeld in elf sectoren, verantwoordelijk voor de afwerking van het scheepvaartverkeer vanaf zestig kilometer voor de kust tot de Van Brienenoordbrug, alles bij elkaar honderd kilometer aan waterwegen. De positie van alle schepen in het gebied wordt op de beeldschermen gevolgd.

Langs de rivier staan nog eens 37 radarscanners, want de basis van het volgsysteem bij de verkeersbegeleiding is nog altijd de radar. Deze intensieve begeleiding heeft van Rotterdam een van de veiligste havens ter wereld gemaakt.

Per jaar doen zich niet meer dan tien tot zestien significante incidenten voor, op bijna een miljoen scheepvaartbewegingen. Toch is elk incident er een. Alertheid blijft geboden in een gebied waarin schepen van 400 meter lang, met containers opgestapeld tot 60 meter boven het wateroppervlak, mammoettankers met ruwe olie en een diepgang van 20 meter, binnenvaartschepen en, op mooie dagen, plezierjachten en zeilbootjes kriskras door elkaar varen.

Op het water zelf zijn de patrouilleboten de ‘wijkagent van de havendienst, of, zoals Benjamin de Gelder het uitdrukt, „de ogen en oren van de sector”. De kapitein van een patrouilleboot, in havenbedrijfjargon een ‘scheepvaartmeester’, is bevoegd als bijzonder opsporingsambtenaar. De vts-operators hebben het overzicht. Zij kunnen zien wanneer schepen elkaar zouden kruisen. Ze waarschuwen als dat nodig is voor een aanvaring en krijgen een alarmsignaal als een voor anker liggend schip te ver van zijn plek wegdrijft.

„Een probleem op zee is dat er op veel schepen slecht gekwalificeerd personeel rondloopt”, zegt De Gelder. „Engels is de voertaal, maar dat wordt niet altijd even vloeiend gesproken. Daardoor zijn er wel eens misverstanden.”

En het is precisiewerk. „Er zijn schepen die zelfs in de Eurogeul, met een gegarandeerde diepgang van 24,5 meter, maar anderhalve meter boven de bodem vrij hebben.”

Vanaf „de mooiste werkplek van het Havenbedrijf” is intussen contact gelegd met de Energizer.

Het is 18.55 uur: de komst van de loodsboot wordt aangekondigd. Op het scherm is het schip uit Fredrikstad zichtbaar als een groen driehoekje tussen talloze andere groene, rode, gele driehoekjes. Anderhalf uur later is het schip met het blote oog te zien, een half uur later passeert het in volle glorie de verkeerscentrale.

    • Frank van Dijl