Wachten op de Grieken, die maar niet komen

Griekse ondernemers proberen, net als burgers, de eindjes aan elkaar te knopen. Veel bedrijven zijn een halve stap verwijderd van sluiting. Het aantal mensen dat in armoede leeft stijgt.

Een man krijgt levensmiddelen bij een voedselbank in een voorstad van Athene. In totaal 2,5 miljoen Grieken leven onder de armoedegrens en nog eens 3,8 miljoen dreigen onder die grens te belanden. Foto Yannis Kolesidis / EPA

Op de balie van het Argo Spa Hotel in Agia Marina liggen, keurig op een rij, plastic sleutelkaarten. Op plakkertjes zijn met een vilstift de kamernummers geschreven.

„Dit zijn de kamers die ik niet heb verhuurd”, zegt Dimitris Schoinochoritis berustend. Hij telt ze even. Het zijn er vandaag 22, op een totaal aantal kamers van rond de tachtig. „Normaal zit ik helemaal vol deze tijd van het jaar. Het is zomer, hoogseizoen. Maar ze komen niet, de Griekse toeristen.”

Hier, in een wat vervallen familiehotel aan een prachtige baai van het eilandje Aegina, worden meteen twee kernproblemen van de Griekse economie zichtbaar. De Grieken geven geen geld uit, en wie wil ondernemen kan daarvoor bijna nergens kapitaal vinden.

Het hotel is begin jaren zeventig gebouwd door de vader van Schoinochoritis: een strakke betonnen constructie op de rotsen, op een steenworp afstand van de zee. „Zeven jaar geleden heb ik een plan gemaakt voor een ingrijpende renovatie”, vertelt Schoinochoritis. „De plannen waren goedgekeurd, de envelop lag klaar.” De envelop met smeergeld dat vaak nodig is voor het laatste zetje, de fakelaki. „Maar toen begon de crisis en wilde de bank ineens geen geld meer lenen.” Het ging om 350.000 euro, een deel zou subsidie voor renovatie zijn geweest – als hij de rest van het bedrag had kunnen lenen.

Al zes jaar lukt het hem niet geld te lenen om zijn hotel te verbeteren. „Dit gaat helemaal verkeerd”, zegt hij. „Als ik investeer, is dat ook weer goed voor anderen. Geld moet rollen. Alleen zo krijg je de groei weer terug.”

Meer krimp voorspeld

Maar het geld rolt niet. Door de beperking van het kapitaalsverkeer zijn de toch al niet zo zonnige voorspellingen nog somberder. Ruim 2 procent krimp wordt voor dit jaar voorspeld in het derde grote hulpprogramma, waarover vorige maand een akkoord is bereikt. Eerder 4 procent, zeggen veel economen. Spanje, Italië, Ierland, Portugal, Cyprus, andere voormalige probleemlanden, staan allemaal in de plus.

Sinds de crisis vijf jaar geleden begon, zijn in de detailhandel al 85.000 zaken gesloten, zegt de Nationale Griekse Handelsconfederatie. In juli schreef voorzitter Constantine Michalos van de Kamer van Koophandel van Athene gealarmeerd aan het ministerie van Financiën: „De grote meerderheid van de Griekse bedrijven is een halve stap verwijderd van sluiting.”

Het IOBE, de Griekse Stichting voor Economisch en Industrieel Onderzoek, meldde vorige maand dat het economisch vertrouwen sinds het rampjaar 2012 niet zo laag is geweest. En de Purchasing Managers Index van de Markit Group, een belangrijke economische thermometer, bleef in augustus steken op 39,1 verder onder het als stabiel beschouwde niveau van 50.

Aanpak van corruptie

In het eisenpakket van Europa in ruil voor nieuwe leningen ligt, meer dan in de twee voorgaande hulpprogramma’s, veel nadruk op structurele maatregelen die tot groei moeten leiden. Maatregelen uit wat in de tekst heet de „OESO-gereedschapskist voor meer concurrentie” moeten het economische bestel opener maken en daardoor leiden tot lagere kosten.

Andere belangrijke elementen zijn hervorming van het justitieel systeem, ook om sneller duidelijkheid te kunnen krijgen bij zakelijke geschillen, en aanpak van de corruptie. Daardoor moet het makkelijker worden om zaken te kunnen doen in Griekenland – volgens de ranglijst van de Wereldbank kunnen ondernemers beter terecht in buurlanden Bulgarije en Turkije.

„Allemaal belangrijk”, zegt Schoinochoritis. „Maar daar kan ik mijn rekeningen van deze maand niet mee betalen.” Zou het hebben geholpen indertijd, als er geen envelopje bij had gemoeten? Hij haalt zijn schouder op. „Dat is voor mij niet het grootste probleem.”

Rampzalig

Zijn hotel heeft te lang op een opknapbeurt moeten wachten om nog veel buitenlandse toeristen te trekken, maar de Grieken kwamen altijd wel, aangetrokken door het fantastische uitzicht en de ligstoelen op de rotsen. „Het zijn er veel minder”, zegt Schoinochoritis. „Juli was rampzalig en in augustus is het weer wat aangetrokken, maar toch.” Hij wijst naar het rijtje ongebruikte sleutelkaarten. Een organisatie van kleine zelfstandige vakmensen, de GSEVE, had voorgerekend dat tweederde van haar leden dit jaar niet op vakantie zou gaan. Geen geld.

De bezuinigingen van de afgelopen vijf jaar hebben veel pijn gedaan. Het bruto binnenlands product is met een kwart gedaald. De werkloosheid is gestegen naar 25 procent – en naar ongeveer het dubbele voor jongeren onder de 25 jaar.

De armoede blijft toenemen: het budgetbureau van het parlement becijferde vorig jaar dat 2,5 miljoen Grieken, een kwart van de bevolking, onder de armoedegrens leeft. Nog eens 3,8 miljoen Grieken zitten dicht tegen die drempel aan. Voor een economie die het meer moet hebben van binnenlandse consumptie dan van de export, is dat een desastreuze ontwikkeling.

Armoedegrens

Op de Griekse eilanden wordt dat niet meteen zichtbaar. Familie biedt onderdak, uit een moestuin komt eten. Maar in Athene is de crisis ook op straat zichtbaar. Bijvoorbeeld in de lange rijen die er iedere middag staan voor een gaarkeuken in de wijk Kerameikos, van het Galini Instituut. Aan de tafels in het kleine zaaltje, met veel religieuze illustraties aan de muur, is plaats voor 56 mensen. Er is genoeg eten voor drie ploegen, maar op veel dagen is de vraag groter, zegt Georgios Mylonopoulos, een van de vrijwilligers.

Andere vrijwilligers zetten alvast flessen water en borden spaghetti met ragout klaar. Bij ieder bord liggen een stuk brood en een perzik. Stil schuifelen de mensen van de eerste groep achter de tafels. Na een Onze Vader (de gaarkeuken wordt geleid door een priester, vader Moschos) valt iedereen aan. Vijf minuten wordt er geen woord gezegd. Dan zijn de borden leeg en de waterflesjes die sommigen hadden meegenomen, gevuld met het water dat op tafel staat.

Buiten staat een grote groep mannen en vrouwen geduldig te wachten. Ze hebben een nummer gekregen, dus er hoeft niet te worden gedrongen. „Ik heb gewoon een van de crisisslachtoffers”, zegt Nikolas, een dertiger in de rij. Hij is beroepsmuzikant, gitarist, maar zit nu drie jaar zonder werk. Waar hij slaapt? „Op het strand.”

Even verderop staat Panagiotis, keurig gekleed, 36 jaar. Hij werkte bij een vliegtuigmaatschappij, maar is zijn baan kwijtgeraakt. Nu heeft hij niets: geen inkomen, geen uitkering. Door de gaten in de sociale zekerheid zijn er naar schatting 200.000 mensen in Griekenland die geen enkele vorm van inkomen hebben.

Naast hem Andreas, een al wat oudere man. Hij heeft in Duitsland gewerkt, maar was een paar jaar geleden teruggekomen om voor zijn zieke moeder te zorgen. Een plannetje om iets op te zetten met mobiele telefoons is mislukt. Hij heeft nu een rechtszaak lopen tegen zijn zakelijke partner.

„Maar dat kan nog wel zes jaar duren”, zegt hij. Ik ga zo snel mogelijk weer naar Duitsland. Ik ben nu 58, maar hier zie ik geen toekomst.”

    • Marc Leijendekker