Voor Diederik Samsom is ‘Dikke Ik’ niet de ander: dat zijn we allemaal

Een vreemd Kamerdebat gisteren. Het ging over normen en waarden.

Diederik Samsom (l) tegenover Mark Rutte (r): „Wat zijn al die prachtige waarden waard als ze echt getest worden?” Foto Bart Maat/ANP

De ‘Dikke Ik’ is vrijwel altijd iemand anders. Het is de vreemdganger, zei de SGP. Nee, de ambtenaar die naar de pers lekt, vond de SP. En denk aan de reiziger die in de tram niet opstaat voor een zwangere, bracht de VVD in.

Er vond gisteren een vreemdsoortig debat plaats in de Tweede Kamer. Het ging niet over geld, er klonk geen roep om maatregelen en er stond geen wetgeving op het spel. In plaats daarvan werd urenlang gesproken over normen en waarden – terug van weggeweest.

De discussie was aangezwengeld door Mark Rutte zelf. De premier die nooit veel met visies ophad, kwam in juni opeens met een maatschappijvisie. Op een VVD-congres hekelde hij „hufterigheid en egoïsme. Mensen die maar in één ding geloven: het grote dikke ik”. Rutte benoemde expliciet ouders die leraren van hun kinderen als personeel behandelen, werklozen die meteen naar het UWV rennen als ze hun baan verliezen, en hij zei „toedeledokie” tegen bankiers die ondanks de staatssteun aan banken vinden dat ze topsalarissen horen te verdienen.

Op die VVD-bijeenkomst werd door partijgenoten lauw gereageerd op de plotselinge moralistische toon van de premier, maar hij vindt de tijd er rijp voor. Uit onderzoek blijkt dat nu de economie weer aantrekt, burgers zich minder zorgen maken over hun portemonnee en meer over hoe we in Nederland met elkaar omgaan. Rutte deed de uitspraken bovendien op een moment dat in zijn eigen partij geplaagd werd door schandalen. En terwijl campagnetijd zich matig leent voor ideologische vergezichten, biedt de luwte van een verkiezingloos jaar daar juist wel de ruimte voor.

Andere partijen grepen zijn uitspraken echter gretig aan. Arie Slob vroeg meteen een debat aan om met de premier in discussie te gaan. „Wat drijft ons nou? Wat zijn de onderliggende waarden?”, vroeg Slob gisteren. Vooral onder de christelijke partijen, maar ook bij de PvdA, is sterke behoefte aan politieke waardendiscussies. Terwijl Halbe Zijlstra, Emile Roemer, Geert Wilders, Alexander Pechtold en Jesse Klaver wegbleven, kwamen Diederik Samsom en Sybrand van Haersma Buma wel zelf, net als de fractievoorzitters van kleinere partijen. De PVV wenste überhaupt niet aan het debat deel te nemen.

Het opvallendste en emotioneelste betoog was gisteren van Samsom. Hij had in reactie op de speech van Rutte al een „licht-provocatief” opiniestuk in deze krant geschreven. De coalitiepartner van de VVD was bovendien van plan de premier met „plaagstootjes” te prikkelen in dit debat. Maar die inbreng had hij weggegooid bij het zien van de foto van het levenloze lichaam van een Syrisch jongetje dat een dag eerder was aangespoeld in Turkije. „De ultieme dikke-iktest, voor onze samenleving, voor ons allen, voor Nederland, maar vooral voor Europa als geheel, is die enorme vluchtelingenstroom die nu door Europa trekt. Wat zijn al die prachtige waarden, waarover we met zijn allen hoog opgeven, ook in deze zaal — rechtvaardigheid, tolerantie, vrijheid, humaniteit — waard als ze echt worden getest, zoals nu? We moeten helaas met zijn allen constateren dat we op dit moment vooralsnog voor die test falen”, zei hij met samengeknepen stem en zichtbaar aangeslagen. De Dikke Ik is niet de ander, dat zijn we allemaal.

Samsom kreeg veel bijval voor zijn „cri de coeur”, maar wekte ook irritatie bij de oppositie. Waarom had zijn partij tot woensdag een groot debat over de vluchtelingenproblematiek geblokkeerd? Een debat waarin VVD en PvdA het fundamenteel oneens zijn.

Voor Rutte was het een eenvoudig debat, onvergelijkbaar met dat over het Griekse steunpakket waarin hij twee weken geleden door het stof moest. Verwijten dat zijn eigen beleid juist hufterigheid in de samenleving heeft aangemoedigd, gleden van hem af.

Slechts op één moment liep de premier vast in zijn eigen redenering. De liberaal Rutte betoogde dat het natuurlijk niet aan de overheid is om burgers allerlei normen en waarden op te leggen – mensen moeten elkaar op wangedrag aanspreken. Daar wierp ex-PvdA’er Tunahan Kuzu hem voor de voeten dat uitgerekend hij daarin verzaakt had. Toen gedoger Geert Wilders tijdens het kabinet-Rutte I een ‘Polenmeldpunt’ opzette, had de premier er niets van gezegd.

Daar had Rutte niet van terug. Zo werd het Dikke Ik-debat toch nog lekker jij-bakken tegen de premier.