Moeten nertsenhouders soms straks gaan honkballen?

Nerts Foto ANP / JEROEN JUMELET

Nertsenhouders hebben ruim voldoende tijd om zich voor te bereiden op een verbod vanaf 2024. Zij kunnen de komende jaren nog zo veel winst maken in deze „lucratieve sector”, dat zij de waarde hun bedrijf tot aan het verbod „vrijwel helemaal” kunnen terugverdienen. Vervolgens kunnen zij omschakelen naar een ander bedrijf. Daarom is een verbod, door de politiek gewenst omdat het doden van dieren louter om hun pels onethisch wordt gevonden, niet onrechtmatig.

Dat betoogde gisteren de landsadvocaat namens het kabinet bij het gerechtshof in Den Haag, waar het hoger beroep diende tegen een uitspraak van de rechter ruim een jaar geleden. Die vond dat bij het afkondigen van het verbod door het kabinet, begin 2013, een overgangstermijn niet had mogen gelden als schadevergoeding.

De nertsenhouders stellen dat ze de komende jaren door moeten als „sterk gehandicapte sector”. Elf jaar lijkt misschien lang, redeneren ze, maar om te blijven concurreren met andere landen moet je uitbreiden en innoveren. Nertsen fokken met een vacht waarvan grootte, kwaliteit en kleur aansluiten op de vraag van de mode is ook een innovatie, en zoiets vergt minimaal vijf jaar. „Door het verbod innoveren nertsenhouders niet meer”, aldus hun advocaat. En vanaf 2024 een alternatief bedrijf opzetten, is lastig en duur. „Als je profvoetbal verbiedt, zeg je tegen de voetballers toch ook niet: ga maar honkballen?”

Uitspraak 10 november.

    • Arjen Schreuder