Schaamte wordt koud opgediend

Het begrip schaamte is net als regen: of het goed of slecht is hangt af van waar en in welke hoeveelheid het valt. Volgens de Britse filosoof Julian Baggini gaat het over een moreel medicijn dat goed gedoseerd moet worden.

Illustratie Enkeling Illustratie Enkeling

In Californië noemen ze het #droughtshaming. Mensen die worden betrapt op het overmatige gebruik van water terwijl de staat zo droog is als een beschuitje lopen de kans op berechting door hashtag. Acteur Tom Selleck is daarvan het laatste slachtoffer. Hij werd ervan beschuldigd tankladingen water uit een brandweerkraan te hebben getapt voor zijn dorstige avocadoplanten.

Sinds mensenheugenis scheppen mensen er genoegen in de rijken en machtigen der aarde aan de schandpaal te nagelen. Hoe meer succes iemand heeft, met hoe meer leedvermaak de publieke val gepaard gaat. Maar zoals Jon Ronson betoogt in zijn boek So You’ve Been Publicly Shamed, loopt in het tijdperk van sociale media iedereen de kans ten prooi te vallen aan de grimmige woede van het volk. Misschien heb je weinig sympathie voor Walter Palmer, de tandarts die de leeuw Cecil doodschoot, maar in een wereld waarin veel mensen jagen en zelfs vele natuurbeschermers er een voorstander van zijn, komt het nogal willekeurig over om hem neer te zetten als een monster.

Of neem Justine Sacco, een pr-dame uit New York die een slechte grap over aids in Afrika twitterde aan haar 170 volgers. De moraalridders roken bloed en kregen het: zoals zo velen die met hun smartphone camera of online iets doms doen, verloor Sacco haar baan.

Een gevoel dat wij liever niet ervaren

Schaamte is dus, net als schuld, iets dat wij liever niet over ons afroepen. Toch is onze houding ten opzichte van schaamte ambivalent en soms zelfs paradoxaal. Daarom was het een briljante zet om een Britse tv-serie over een verwilderde working class-familie de naam Shameless te geven. De hoofdpersonen lappen de geldende fatsoensnormen aan hun laars en schamen zich daar niet voor. Dat maakt hen tot beminnelijke outcasts. Het lijkt erop dat wij op een punt in onze sociale geschiedenis staan waarin het woord schaamte perfect gebalanceerd is tussen veroordeling en waardering.

Net als schuldgevoel, is schaamte een gevoel dat wij liever niet ervaren. De schaamtecultuur is sterk geassocieerd met onderdrukking. Zogenoemde eremoorden worden gepleegd op mensen die hun familie te schande brengen, vaak voor niets meer dan het liefhebben van de ‘verkeerde’ persoon, of in de meest afgrijselijke gevallen, omdat zij het slachtoffer waren van verkrachting. In het geval van homoseksualiteit in de westerse wereld, heeft schaamte plaatsgemaakt voor trots – gay pride. Schaamteloos zijn betekent: zijn wie je bent, zonder je daarvoor te verontschuldigen.

Het begrip schaamte is contextgebonden en dus gecompliceerd. De ene dag veroordelen wij het als mensen elkaar vermoorden uit schaamtegevoel. Maar de volgende dag roepen wij dat multinationals zich moeten schamen voor hun belastingontwijkende gedrag, of bekritiseren wij politici vanwege hun schaamteloze gedrag. Schaamte is dus net als regen: of het goed of slecht is hangt af van waar en in welke hoeveelheden het valt.

Er is geen twijfel over het nut van schaamte. Moraliteit is in essentie het instrument waarmee wij zoveel mogelijk vrede, eerlijkheid en sociale harmonie proberen te behouden. Schuld en schaamte vormen hiervan het middelpunt.

Schuldgevoel werkt van binnenuit en wordt ervaren in de privacy van ons eigen geweten: wij kunnen ons schuldig voelen over iets waar niemand ooit achter zal komen. Met schaamte werkt het net andersom. Bij schaamte gaat het erom hoe je wordt bekeken door anderen. Daarom kunnen mensen die onschuldig zijn een gevoel van schaamte hebben, en mensen die schuldig zijn maar niet worden betrapt een gevoel van schaamte ontwijken.

Antropologen maken het onderscheid tussen schuld- en schaamteculturen. De algemene, simplistische generalisatie is dat in de westerse, christelijke landen meer sprake is van een schuldcultuur, terwijl in Azië de schaamtecultuur overheerst.

Het verband met het christendom is niet toevallig. Schuld heeft de meeste macht als je een gevoel hebt dat een goddelijk oog ziet wat jouw omgeving niet ziet: je ziel kan zonder enig uiterlijk teken worden bevlekt. In die zin is schuldgevoel een soort internalisering van schaamte.

Nu het christendom haar macht verliest, kunnen we verwachten dat de kracht van schuld dat ook doet. En als ons geweten een minder sterke drijfveer is om ons moreel te gedragen, zijn we misschien wel aangewezen op schaamte als een sociaal mechanisme. Als wij willen dat mensen hun afval oprapen, hun medewerkers een eerlijk loon betalen of zich bewust zijn van de geluidsoverlast die zij anderen bezorgen, dan is publiekelijke terechtwijzing misschien wel de enige manier om dat te bereiken.

Een duidelijk voorbeeld van waar dit nodig is, is de bankwereld. Vele tientallen jaren was de lokale bankbestuurder een pilaar van de samenleving: eerlijk, rechtdoorzee, betrouwbaar. Natuurlijk zat er aan dat beeld altijd iets onrealistisch en naïefs, maar desalniettemin gedroegen banken zich naar die verwachting van fatsoenlijk gedrag. Maar aan het eind van de vorige eeuw is dat idee volledig verdwenen. Toen werd van banken verwacht dat zij alleen nog maar uit waren op het verdienen van geld. Deze verandering verbrak de vertrouwensband tussen banken en hun cliënten, omdat een bank die ongevoelig is voor schaamte geen andere waarden heeft dan eigenbelang.

Als wij het instrument schaamte ten goede willen gebruiken, moeten wij ons ervan bewust zijn hoe gemakkelijk wij het ook kunnen misbruiken. Schaamte is een sociaal mechanisme en het kan maar al te gemakkelijk worden gebruikt om iemand psychologisch te lynchen. Dat is waar Jon Ronson in zijn boek tegen waarschuwt. Hij maakt zich zorgen over de terloopse wreedheid van sociale media die zich keert tegen mensen, vaak op basis van mager of ontbrekend bewijs.

Ronson ziet dit als een teloorgang van sociale media. In zijn TED-talk refereert hij aan „de vroege dagen van Twitter, toen mensen openlijk schaamtevolle geheimen van zichzelf prijsgaven, en anderen reageerden met: ‘Oh mijn god, ik heb/doe/ben precies hetzelfde.’” De online biecht is nu verworden tot een soort inquisitie, waarin „de jacht is geopend op mensen met schaamtevolle geheimen.”

Schaamte wordt het best koud opgediend. Voordat wij schaamte inzetten als corrigerend instrument dienen wij de tijd te nemen om te overdenken of dat gerechtvaardigd is. Heetgebakerde verontwaardiging leidt maar al te vaak tot overhaaste oordeelsvorming en tot het afschrikwekkende schouwspel van de massa die zich tegen de kwetsbaren keert. Schaamte kan een sterk moreel medicijn zijn, maar als het in de verkeerde dosis wordt toegediend, richt zij – net als alle farmaceutica – meer schade aan dan als zij helemaal niet wordt toegediend.

    • Julian Baggini