Prachtige oesters en goddelijke venusschelpen

Foto Rien Zilvold

Het was wisselend bewolkt deze zomer, maar met genoeg mooie avonden om buiten te eten. En zo kwam ik een paar keer op het terras van de visbar annex -restaurant Brut de Mer in hartje Pijp terecht. Aan het drukke Gerard Douplein, waar scooters en fietsen rijendik geparkeerd staan en alle terrassen tot de door de gemeente bepaalde grens worden bezet.

Brut de Mer is klein met een lange bar, statafels en krukken, maar heeft ook een prima terras met Franse bistrotafels en -stoelen. En, belangrijker, bij binnenkomst lachen de schalen vol oesters in alle soorten en maten je toe.

We beginnen dus met oesters en dat komt goed uit, want de zaak opent weliswaar om 17.00 uur (je kunt niet reserveren), maar de keuken gaat pas een uur later van start. Het is geen straf: zes prachtige oesters (samen 21,-), van de zilte quatre saisons (bijzondere naam voor deze Bretonse oester) tot de verfijnde, deftige Gillardeau, aan tafel professioneel van tekst en uitleg voorzien, goed opengemaakt en in gezelschap van een zachte chilisaus op basis van wodka – lekker –, citroen en lichtzoete vinaigrette.

Op naar de volgende gang: bisque van kreeft (9,-) en huisgemaakte garnalenkroketjes met toast (6,50). De kreeftensoep is pittig en heeft extra smaak door een goeie scheut Ricard. De garnalenkroketjes zijn klein maar fijn en de bijgeleverde toast met een beetje knoflook tilt dit naar eenzame hoogte.

We drinken inmiddels witte wijn, de bar heeft genoeg keuze uit open wijnen per glas. De witte Bourgogne chardonnay van Henri de Vezelay (6,-) valt een beetje tegen, vlak voor zo’n koninklijke wijn, maar de Figure Libre Freestyle Blanc, een blend van meerdere druiven maar vooral grenache blanc, van het Zuidfranse wijndomein Gayda (5,50) is aangenaam. Het kraanwater (gratis) komt niet, zoals gevraagd, per karaf, maar per glas – beetje kinderachtig, want zo laten we ons echt niet ontmoedigen.

Ondertussen klinkt prettige jazz van Dave Brubeck uit de boxen, de aardige jongeman met baard brengt lachend nog een bord eten en ik neurie zachtjes ‘wat een geluk dat ik een stukkie van de wereld ben’. En dat geluk is nog lang niet op. We vervolgen met vongole in beurre blanc (9,50), een gerecht dat de naam tartufo di mare heeft meegekregen, maar niets met truffels van doen heeft. En goddelijk is: venusschelpen in romige saus – we vegen met ons brood alle saus gretig weg. Er komen ook poten van kingcrab op tafel (25,-), net iets te lang op de grill geweest, maar de mayonaise met wasabi, pittig dus, maakt het goed. Er wordt keurig een vingerdoekje bij geserveerd; kom daar nog maar eens om tegenwoordig!

Ten slotte nemen we samen één hesselini (7,50), een mix van citroensorbetijs met cava en venkelcello, lekker fris en behoorlijk alcoholisch, goed dat we delen dus. En we denken nog even terug aan de eerdere keer bij deze zaak toen we een uitstekende steak tartare (naar chef Alain Bernard) aten, één van de weinige vleesgerechten op de kleine kaart, en heerlijke heilbot in oosterse saus.

Tot onze spijt kunnen veel gerechten, zoals de heilbot, alleen per twee personen worden besteld – wij zouden alles wel willen proeven.

Aan de overkant zit een oude man op tweehoog voor het open raam urenlang het plein te overzien. Ongetwijfeld een oude Pijpbewoner, die het laatste decennium is overvallen door de oprukkende populariteit van dit plein. De cafés en restaurants schoten als paddestoelen uit de grond, de Pijp is één groot terras geworden. Hij schudt vast het oude hoofd over zoveel decadentie. Ooit woonde hij in een armoedige buurt waar pand na pand werd dichtgetimmerd, nu zit hij op de eerste rij aan de goudkust… het kan verkeren.

Decadent of niet, het is goed toeven bij Brut de Mer.

    • Petra Possel