Overloper is lastig, geen ramp

Een Nederlandse sergeant liep over naar IS. „Dat krijg je als de krijgsmacht een afspiegeling is van de samenleving.”

Uiterst vervelend voor defensie, maar ook weer niet desastreus voor de nationale veiligheid. Dat is de teneur van veel reacties op het nieuws, gisteren, dat een 26-jarige sergeant van de luchtmacht waarschijnlijk is overgelopen naar Islamitische Staat (IS) in Syrië.

Het is voor het eerst in lange tijd dat een militair in actieve dienst deserteert naar de vijand. „Daar heb ik goed de balen van”, schreef ’s lands hoogste militair, commandant der strijdkrachten Tom Middendorp, gisteren op Facebook. Premier Rutte noemde het overlopen „verschrikkelijk ernstig”.

Daar staat tegenover dat het ‘slechts’ om een jonge onderofficier gaat, zonder lange staat van dienst. „Die beschikt niet over belangrijk, geclassificeerd [vertrouwelijk, red.] materiaal dat raakt aan de nationale veiligheid”, zegt Ruud Vermeulen, brigadegeneraal buiten dienst en voorzitter van de Nederlandse Officieren Vereniging.

Ook zonder grote gevolgen voor de nationale veiligheid is desertie van een militair schadelijk voor de krijgsmacht, menen deskundigen contraterrorisme. Een oud-medewerker van veiligheidsdienst AIVD, die anoniem wil blijven: „Onderschat niet wat dit voor het apparaat van defensie betekent. Het wordt erg veel werk om alle informatie door te nemen die door het overlopen gecompromitteerd is geraakt. Namen en adressen van collega’s van de sergeant, informatie over gebruik van defensiematerieel, of over doelwitten op IS-gebied – alles moet tegen het licht worden gehouden.” De Tweede Kamer heeft Defensie gevraagd te bekijken of de screening voor militairen, waaraan ook de sergeant is onderworpen, moet worden verscherpt.

Verschillende media meldden dat de sergeant op de vliegbasis Gilze-Rijen was gestationeerd. Mensen en materieel van die basis spelen een belangrijke rol in de militaire missie tegen moslimextremisten in Mali, die banden met IS zouden hebben. Defensie wil niet op deze berichten ingaan zolang het onderzoek naar de sergeant loopt. Ook justitie doet strafrechtelijk onderzoek naar de militair.

De meeste deskundigen die deze krant sprak, vermoeden dat het om een moslim gaat die gedurende zijn werk bij de luchtmacht steeds meer gewetensbezwaren heeft gekregen. De luchtmacht is zeer actief boven Irak en bombardeert IS-doelen.

„Eigenlijk ben ik verbaasd dat dit niet veel eerder en vaker is gebeurd”, zegt defensie-expert Rob de Wijk. „Al in de jaren negentig, bij de oorlog op de Balkan, vroeg ik aan moslims bij defensie of ze mee wilden werken aan bombardementen als medemoslims daarvan het slachtoffer zouden worden. Niet dus”, aldus De Wijk. „Dat krijg je als je de krijgsmacht een afspiegeling van de samenleving wilt laten zijn.”

Ook Ineke Roex, aan de Universiteit van Amsterdam verbonden als onderzoeker naar salafisme, een orthodoxe stroming binnen de islam, verbaast het nieuws van gisteren niet. „Ondanks alle gruwelijkheden oefent IS, met zijn kalifaat en beeld van een nobele, rechtvaardige samenleving, veel aantrekkingskracht uit op jongeren en jongvolwassen moslims. Het is moeilijk voor overheidsorganisaties als defensie daar tegenwicht aan te bieden.”

Veel jihadisten vinden dat Nederland de verkeerde partij in Syrië steunt, namelijk president Assad, en stellen vast dat westerse actie tegen diens wreedheden uitblijft. Roex wijst op Jilmaz, een voormalig Nederlands landmachtmilitair die in 2012 naar IS overliep om er schietles te geven. Hij zei over zijn motieven: „Als het Nederlandse leger een eenheid of soldaten zou sturen om het Syrische volk te helpen, zou ik me meteen aanmelden. Maar niemand doet iets. (...) Ben ik dan een verrader? Dat slaat nergens op.”

Opsporen en voorkomen van radicalisering onder moslims bij defensie is niet alleen een taak van de Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst (MIVD), die bijvoorbeeld de screening doet. Het is ook een collectieve verantwoordelijkheid; medewerkers van de krijgsmacht worden geacht elkaar in de gaten te houden. Volgens onderzoeker Roex maakt het nieuws van gisteren echter duidelijk „hoe extreem moeilijk het is om radicalisering te herkennen, ondanks alle programma’s daarvoor. Moslims die radicaliseren letten er goed op dat ze niet opvallen, zeker niet in een omgeving als defensie.”