Oorlogsleed wordt zichtbaar op CS

De immer toenemende stroom aan vluchtelingen die veiligheid zoeken in Europa, wordt nu ook zichtbaar op Centraal Station.

Iraakse vluchtelingen op het Centraal Station, afgelopen dinsdagnacht, wachtend op een treinkaartje naar Ter Apel. Foto Pieterjan Luyten

Op spoor 2 van Amsterdam Centraal, tussen de Burger King en de wc’s, ligt een vrouw op de grond onder een witte deken. Naast haar staat een tengere jongen, die met zoekende ogen om zich heen kijkt. Het stel is niet ouder dan een jaar of dertig. Ze komen uit Irak, vertelt de man, die zich voorstelt als Ali. Met zijn rood-witte polo, gympen en sikje oogt hij verzorgd.

Asielzoekers zoals hij weten: hier moet je zijn, bij de politiepost op spoor 2, voor een gratis enkeltje naar Ter Apel. Alleen, het is half twaalf ’s nachts, de post is gesloten, de laatste trein richting Groningen vertrokken. Ali trekt een joggingbroek aan over zijn korte broek, het is een koude avond.

Steeds meer vluchtelingen en asielzoekers melden zich op het station. Exacte cijfers zijn er niet, maar zowel agenten als beveiligers op Amsterdam Centraal zien een toename. „Zeker sinds een jaar”, zegt een veiligheidsmedewerker die niet met zijn naam in de krant wil. „Je herkent ze aan hun zoekende en vragende ogen. Veel van hen komen uit Syrië en Eritrea.” Volgens een agent bij de politiepost melden zich op drukke dagen zo’n veertig asielzoekers voor een treinkaartje. Voor overlast zorgen ze niet, vaak verdwijnen ze in de stad als de politiepost gesloten is.

Een Marokkaanse jongen komt bij Ali en zijn vrouw staan. „Willen jullie iets eten?” vraagt hij in zijn beste Arabisch. Ze bedanken. Het stel spreekt geen Engels, dus met handen en voeten proberen ze uit te vissen hoe ze zich kunnen melden bij de politie. Even later komen er drie beveiligers van de NS aangelopen. „Jullie moeten hier weg, jullie kunnen hier niet overnachten” zegt één van de drie, die Arabisch spreekt. „Ga naar het politiebureau in de Beursstraat, misschien weten die een slaapplek voor jullie.” Met hun bezittingen – een plastic zak en een schoudertas – lopen de twee het perron af. Ze ogen vermoeid.

Dat veel vluchtelingen en asielzoekers via Amsterdam naar Groningen reizen, komt door de internationale treinverbindingen en Schiphol, zegt Martijn van der Linden van VluchtelingenWerk Nederland. Maar hoeveel dit er precies zijn wordt niet bijgehouden. „Mensen komen pas in zicht als ze een asielaanvraag hebben gedaan, in Ter Apel.” Wel bekend is dat van de 13.000 asielzoekers die momenteel in opvangcentra zitten en een verblijfsvergunning hebben gekregen, er dit jaar een kleine 1.500 in Amsterdam worden gehuisvest, aldus Van der Linden.

Terug naar Ali en zijn vrouw. Ze lopen langs de waterkant van het Damrak, tussen de lallende toeristen, richting het Beursplein. Hij heeft de witte deken om zich heen geslagen, en kijkt verwonderd naar de huizen aan het water. In het bureau aangekomen verzucht de agent aan de balie: „Zij zijn al de tiende vandaag.” Omdat ze meerderjarig zijn, kan hij geen slaapplek voor ze regelen. „Tomorrow at 8!”, en hij wijst naar de klok. Ali raakt vragend de acht aan, de agent knikt. Teleurgesteld lopen ze naar buiten, de nacht in, met de witte deken en twee tasjes. Eindbestemming Nederland heeft één nacht vertraging.

    • Jonas Kooyman