‘Mijn zoontjes gleden weg uit mijn hand’

Abdullah Kurdi vertelt dat hij machteloos was tegen de hoge golven. De rest van zijn gezin kwam om.

Op het strand bij Akyarlar waar woensdagmorgen het lijkje van de driejarige Aylan Kurdi aanspoelde, zijn nu vaders en peuters samen kuilen aan het graven. Tussen het aangespoelde zeewier ligt her en der een schoen – migranten gooien ze weg om de dunne bodem van hun bootjes niet te beschadigen. Twee Turkse badgasten vertellen dat ze ’s ochtends Oegandese paspoorten hadden gevonden en aan de gendarmerie gegeven.

Aylan Kurdi, zijn broertje Galip (5) en de andere tien Syrische vluchtelingen die hier dinsdagnacht omkwamen, zijn niet de eersten die hier aanspoelen en zullen niet de laatsten zijn. Als het duister valt en de overwegend Turkse badgasten zich terugtrekken, komen de migranten naar het strand. Iedere nacht weer. Vannacht nog werden twintig Birmezen tegengehouden.

Dinsdagnacht was het weer slecht. Om twee uur vertrokken twee bootjes met 23 Syrische vluchtelingen, onder wie Aylan en Galip, hun vader Abdullah en hun moeder Rehan. Ze waren hier al een maand. Het was twee keer mislukt, en nu besloten ze een poging te wagen met kleinere bootjes.

Buiten de baai worden de golven snel hoger en de stroming sterker. Daar, na nog geen vijf minuten varen, ging het fout, heeft Abdullah verteld, tegen onder andere de Turkse politie, het persbureau Associated Press en de BBC. De opblaasbootjes begonnen water te maken. De Turkse kapitein sprong in zee om terug naar de kust te zwemmen. In paniek gingen andere vluchtelingen rechtop staan. Abdullah vertelde dat hij probeerde de controle over de buitenboordmotor over te nemen. „Ik probeerde de boot te besturen, maar toen kwam er weer een hoge golf die de boot deed omslaan”, zei hij. „Ik hield de hand van mijn vrouw vast. Mijn kinderen gleden weg uit mijn handen. We probeerden ons vast te houden aan de boot. Iedereen schreeuwde in het pikkedonker.”

Om zes uur de volgende ochtend ontdekten Turkse reddingswerkers het lijkje van de driejarige Aylan op de vloedlijn. Rood T-shirtje, blauw broekje, gymschoentjes. Fotograaf Nilufer Demir was erbij, voor het persbureau Dogan. „Toen ik me realiseerde dat er niets gedaan kon worden om de jongen weer tot leven te brengen, dacht ik dat ik deze foto moest maken om de tragedie te laten zien”, zei ze tegen CNN Türk. „Ik hoop dat de impact die deze foto heeft gehad, zal bijdragen tot een oplossing.”

Aylan en andere slachtoffers die aanspoelden, droegen geen zwemvesten. Abdullah heeft zijn zus in Canada verteld, volgens haar man, dat ze wel zwemvesten droegen, maar dat die waren losgegaan.

Reddingsvesten worden overal in Bodrum en de omliggende badplaatsen verkocht, tussen de zwembroeken, strandballen en duikbrillen. Ze kosten ongeveer vijftien euro per stuk. De kwaliteit is vaak twijfelachtig. De Turkse politie heeft afgelopen jaar meermalen handelaren opgepakt die reddingsvesten van spons verhandelden. Die zuigen zich vol water en maken het lichaam daardoor juist zwaarder.

Donderdag zijn vier mannen gearresteerd die ervan worden verdacht betrokken te zijn geweest bij de smokkel van de groep met de familie Kurdi. Het zijn alle vier Syriërs, tussen 30 en 41 jaar, meldt het Turkse persbureau Dogan.

Het gezin had besloten het voorbeeld van tienduizenden andere Syriërs te volgen en te proberen met een boot van Turkije naar Griekenland te komen, nadat ‘Canada’ was mislukt. Abdullahs zus Teemi is kapster in Vancouver en had geprobeerd door zich financieel garant te stellen de overkomst van het gezin mogelijk te maken. Ze woonde daar al twintig jaar in Canada en had hulp gekregen van vrienden, buren en een parlementslid. In juni, zo vertelde Teemi Kurdi tegen Canadese kranten, is dat verzoek afgewezen door de Canadese immigratiedienst.

Vader Abdullah Kurdi maakt vandaag de reis terug naar Syrië. Hij neemt het lichaam van zijn vrouw Rehan en twee zoontjes mee naar Kobani, waar ze oorspronkelijk vandaan komen. De oorlog is nog lang niet voorbij, maar daar wil hij ze begraven en om ze rouwen. Niet in een kustplaats waar ze nooit wilden zijn.