Met een parelvisser uit Ambon roeien in de Alpen

Boudewijn van Opstal

Roeibondscoach Indonesie

Hij voelt zich een beetje een koloniaal, als roeibondscoach in Indonesië. Geen dag zonder gedoe. „Een wereldbaan.”

Hij woonde tot voor kort in het huis waar Hella Haasse De Heren van de Thee schreef. Midden in de plantages van Pangalengan, een sluimerend bergdorpje op Java. Daar waar het leven gevangen is in eindeloos groen en de wereld verstoken is van internet. Hij heeft 25 man in dienst voor klusjes die hij zelf best zou kunnen uitvoeren. De motorboot aanzetten, de wc schoonmaken, koffie halen. „Maar als ik dat doe, hebben zij geen baan meer. Ik voel me meneer de koloniaal. Maar je moet maar accepteren dat het anders is dan in Nederland.”

Boudewijn van Opstal (37) is alweer vier jaar coach van het nationale roeiteam van Indonesië dat met acht sporters meedoet aan de WK in het Franse Aiguebelette; geen wereldteam, maar goed genoeg om in april in Zuid-Korea in de lichte nummers een enkele kwalificatie binnen te halen. De skiffs en dubbeltwee strijden nog in D- en E-finales.

Alleen maar slippers

Hun ster: skiffeur Memo, die Van Opstal als talent van Ambon plukte. Gewoon, omdat de parelvisser met zijn twee meter de lengte had om te gaan roeien. „Ik wilde zijn conditie testen, maar hij had nog nooit hardgelopen. Hij had alleen maar slippers.” Maar Memo is onder Opstal een ander mens geworden. Hij loopt nu zelfbewust tussen de roeiers op de oever van Lac d’Aiguebelette. „Een beetje stoer doen, met Roel Braas op de foto”, schetst Van Opstal. „Maar bij Roel blijft hij wel twintig seconden achter.”

Bondscoach van Indonesië, het is „een wereldbaan”. Elke dag een verrassing, elke dag een surrealistisch tafereel. Komische onvolkomenheden, bestuurlijk opportunisme, Van Opstal raakt er niet over uitgepraat. De zoveelste overbodige roeibaan die in de hitte van veertig graden op Sumatra wordt aangelegd met de finishtoren op de verkeerde plek. Hij kan over de absurde kant van zijn bestaan mijmeren bij de trainingen. Als hij op een verstild meer met spiksplinternieuwe boten met hartslagmeters en al langs bootjes van uitgeholde bomen glijdt waarin vissers met netjes hun dagelijkse kost proberen te verdienen. Twee werelden in de verstilde natuur.

Zijn roeiers zijn grootverdieners. Een nationale titel? Tienduizend euro, een huis en een auto. Een titel in een prestigieus Zuid-Aziatisch toernooi? Vijftigduizend euro. In 2018 organiseert Indonesië de Asian Games. „Dan gaan ze bij winst met een halve ton of een ton naar huis. Als ze echt geld gaan verdienen, wordt het tricky wat ze gaan doen. Toen Memo laatst had gewonnen, stond er direct een motor voor de deur.” Los van het prijzengeld verdienen ze naar schatting duizend euro per maand. Rekening bond, provincie en werkgever die geen contraprestatie verlangt. Roeien, dat is hun baan. „Op twee weken na zijn we eigenlijk het hele jaar op trainingskamp.”

Hij heeft inmiddels best wat bereikt, zegt hijzelf. Op de voorbije South East Asian Games presteerde Indonesië het beste bij het roeien, voor tafeltennis en badminton. Desondanks sluit het roeien niet aan bij de inborst van de Indonesiërs. „ Het is uiteindelijk een hele saaie sport, waarin je heel veel uren heel veel werk moet verzetten. Waarin je heel gestructureerd en gedetailleerd aan de slag moet; niet iets wat niet bij de Aziatische cultuur past. Daar leven de mensen op de korte termijn.”

Water is er genoeg in de archipel waar het roeien al in het begin van de vorige eeuw door de Nederlandse kolonisator werd geïntroduceerd. Indonesië telt ongeveer duizend roeiers, van wie Van Opstal er veertig onder zijn hoede heeft.

Geen enkele motivatie

De vroegere coach van Orca, Skøll, Phocas en de roeibond heeft er geen moeite mee de mentaliteit van de Aziaten te duiden. „Als ik er een dag niet ben, dan komen ze vijf minuten te laat. Als ik er twee dagen niet ben doen ze de warming-up niet meer. Als ik er drie dagen niet ben, komt de helft niet meer opdagen. Er is geen enkele intrinsieke motivatie. Ik denk dat het vooral te maken heeft met cultuur in de breedste zin van het woord: wat eet je, hoeveel invloed denk je te hebben op je eigen leven.”

Van Opstal houdt er met zo weinig individuele drive de pedagogiek van belonen en straffen op na. Met geavanceerde apparatuur om hartslag en bootsnelheid te controleren, houdt hij in de gaten of iedereen zijn best doet. Die benadering past ook het beste bij de mentaliteit van een moslimland, zegt hij. „Kijk, de koran is toch vooral een set van voorschriften: doe dit, dan krijg je dat.”

De Indonesische roeibond is ambitieus, maar chaotisch. De roeicoach gaat daarom zijn eigen weg. „Ik negeer gewoon wat de bond zegt. Als ik nieuwe boten wil hebben, zijn de beslissing en het geld altijd te laat. Vlak voor een toernooi is er opeens geld, maar dan heb ik er niets meer aan. De boten hier heb ik zelf in Nederland gekocht, dat weet mijn baas nog niet.”

Van Opstal droomt van een Indonesië acht op de Asian Games. „We hebben genoeg lichte roeiers. Ook op deze spelen is er de officiële 2.000 meter, maar een extra sprint van 500 meter toevoegen om goud voor het organiserende land veilig te stellen kan natuurlijk wel. Dat is Azië!”

    • Harry Meijer