Antwoorden van NRC-redacteuren op lezersvragen over de migrantencrisis

Tot slot: een visie op de lange termijn

We sluiten af met een grote vraag en een lang antwoord. Lezer C. Altema zou graag een "langetermijnvisie" op het probleem horen. Hij stelt daarbij twee vragen: hoeveel mensen zijn op weg naar Europa? En wat zijn de opties voor Europa?

"Een precies antwoord op de eerste vraag is niet te geven", zegt buitenlandredacteur Marc Leijendekker:

"Om een idee te geven van de vraagtekens: in Turkije zitten nu 1,9 miljoen vluchtelingen uit Syrië, in Libanon 1,1 miljoen, in Jordanië 630.000 – de cijfers zijn van de UNHCR. Hoe veel van deze mensen naar Europa willen komen, dat durft niemand te zeggen. Onze correspondent in Turkije, Marloes de Koning, beschrijft morgen in NRC Handelsblad hoe veel Syrische vluchtelingen in Turkije langzaam de hoop hebben verloren dat het snel beter wordt in hun land, en zien dat het makkelijker en veiliger wordt (allemaal relatief gezien, natuurlijk) om naar de EU te komen. Maar hoeveel dat er worden? Iets vergelijkbaars geldt, op kleinere schaal, voor de mensen die geweld in Eritrea ontvluchten, of Irak, of Afghanistan. Of voor de mensen die geen toekomsten meer zien in hun land – in Gambia of Pakistan, in Bangladesh of Nigeria. Een paar maanden geleden werd becijferd dat er in Libië nog eens 100.000 mensen zijn die naar Italië zouden willen reizen."

Over de opties voor Europa zegt Leijendekker dat "inmiddels wel voor iedereen duidelijk is dat er niet één magisch antwoord is". In de Migratieagenda van Europa staan volgens hem een aantal zaken die eruit springen:

- Een gemeenschappelijk asielbeleid: voor iedereen dezelfde regels in alle Europese landen. Nu bepaalt ieder land voor zich of iemand een vluchtelingenstatus krijgt op basis van zijn herkomst.
- Meer hulp voor opvang in de regio. Met financiële en andere steun bijvoorbeeld. Turkije, Libanon en Jordanië hebben vaak opgemerkt dat ze weinig hebben gemerkt van internationale solidariteit met hun problemen door de oorlog in Syrië.
- Mogelijkheid tot asielaanvragen in de regio. Maak het gemakkelijker voor mensen om asiel aan te vragen in een Europees land, ook als ze nog buiten de EU zijn. Dan hoeven ze geen gevaarlijke reis te ondernemen en geen duizenden euro’s te betalen aan mensensmokkelaars.
- Dit brengt ook een duidelijker scheiding aan tussen mensen die geweld of vervolging zijn ontvlucht en volgens internationale afspraken recht hebben op bescherming, en mensen die in principe eigener beweging zijn weggegaan, bijvoorbeeld op zoek naar werk of meer loon. Hierbij wordt vaak aangetekend dat een soepeler asielbeleid in de praktijk ook een harder uitzettingsbeleid met zich meebrengt.
- Zorg ervoor dat mensen niet weg hoeven te gaan. Eenvoudiger gezegd dan gedaan als het om oorlog gaat. Maar als mensen weggaan omdat er geen werk is in hun land, zou Europa wel iets kunnen proberen. Stimulerende maatregelen, of het opheffen van maatregelen zoals landbouwsubsidies die de economische groeimogelijkheden van zich ontwikkelende landen beperkingen.
- En je kunt natuurlijk ook proberen één groot hek rondom Europa te plaatsen. Moeilijk te realiseren, met zo veel kustlijn, kostbaar, en in de ogen van velen ook politiek onwenselijk en in strijd met het beeld dat Europa wil uitstralen.

Verwachtingspatroon vluchtelingen

"Waarom denken de vluchtelingen dat zij allemaal recht hebben op asiel en daarom ook eisen dat ze Europa in kunnen", vraagt Willemina Zaal uit Amsterdam. "Ik neem aan dat men de regels voor asielaanvragen en de Schengen-grenzen kennen."

"Het is waarschijnlijk niet zo dat ze allemaal denken ‘recht te hebben’ op asiel", zegt onze Europaredacteur Wilmer Heck:

"De beweegredenen zijn erg uiteenlopend. Een deel ontvlucht oorlogssituaties in bijvoorbeeld Syrië en heeft daarom volgens de Europese asielregels inderdaad meestal recht op asiel. Anderen komen uit landen waar het economisch veel slechter is dan hier en hopen ook op een verblijfsvergunning, ook al zit dat er vaak niet in. Weer anderen weten dat ze geen asiel kunnen krijgen, maar proberen in Europa illegaal werk te vinden, vaak ook om geld terug te sturen naar het land van herkomst. De kennis van de Europese asiel- en migratieregels is vaak beperkt. De regels zijn behoorlijk ingewikkeld en verschillen deels per Europees land. De migranten komen vaak uit landen waar het lastig is om de juiste informatie te vergaren, bijvoorbeeld omdat er amper internet is."

Foto Reuters / Leonhard Foeger

De Hongaarse politie patrouilleert langs het spoor bij de stad Bicske, waar gisteren vluchtelingen gedwongen werden de trein te verlaten en naar een opvangkamp te gaan. Foto Reuters / Leonhard Foeger

De rol van de Golfstaten

Een lezer vraagt zich af waarom we in deze crisis eigenlijk maar niks horen van de rijke landen in de regio, zoals Saoedi-Arabië. Buitenlandredacteur Toon Beemsterboer zegt hierover het volgende:

"In tegenstelling tot andere landen in de regio, hebben Saoedi-Arabië en de Golfstaten helemaal geen Syrische vluchtelingen op. Terwijl ze zich wel voortdurend opwerpen als beschermheren van het ‘Syrische broedervolk’, en de Syrische burgeroorlog met geld en wapens voeden, hebben ze allerlei bureaucratische obstakels opgeworpen om een toestroom van Syriers te voorkomen. Ze zijn bezorgd dat er onder de vluchtelingen ook leden van de Moslimbroederschap zijn, of moslimextremisten, die onder hun eigen bevolking voor onrust kunnen zorgen. Het gebrek aan solidariteit heeft deze week tot de nodige kritiek geleid in de Arabische wereld. Ruim 33.000 Arabische Twitteraars gebruikten de hashtag #Welcoming Syrian refugees is a Gulf duty om de regimes onder druk te zetten."

Tijdelijk alle Syriërs opvangen?

Mieke Wiegerinck stelt de vraag waarom Nederland en andere Europese landen voorlopig niet "gewoon" alle Syriërs opvangen en later een beroep op ze doen (of ze misschien verplichten) terug te gaan "als het in hun eigen land weer veilig is". "Zo kunnen ze ook de opbouw van hun eigen vaderland helpen want het lijkt erop dat alle hoogopgeleide mensen er weggaan."

Europaredacteur Wilmer Heck reageert op deze suggestie:

"Nederland geeft Syrische vluchtelingen al in veruit de meeste gevallen asiel, net als veel andere Europese landen. Een beroep op ze doen om na de oorlog terug te keren en het land weer op te bouwen zou een idee kunnen zijn, al is het natuurlijk de vraag of mensen dat willen als ze hier eenmaal een legale status hebben en eventuele kinderen hier al jaren naar school toe gaan. Over alleen een tijdelijke status voor oorlogsvluchtelingen wordt wel nagedacht. De ChristenUnie stelde dat vorig jaar voor. Nu al kan een verblijfsvergunning in de eerste vijf jaar weer worden ingetrokken als de situatie in het land van herkomst weer veilig is. Wel is het nu nog zo dat vluchtelingen na die eerste vijf jaar een verzoek voor een permanente verblijfsvergunning mogen indienen."

Waarom is toestroom juist nu zo groot?

Meerdere lezers, onder wie Pier Goudappel, vragen zich af waarom de vluchtelingenstroom nu pas zo heftig is geworden. "De oorlog in Syrië is al meer dan 4 jaar gaande en er vluchten al langer mensen uit die regio", schrijft Goudappel. "Wat is er de laatste weken veranderd waardoor die stroom richting Europa zo groot is geworden? Is er wetgeving anders geworden of is er een gevoel onder de Syriërs dat het nu nog voor de winter moet?"

Buitenlandredacteur Toon Beemsterboer geeft de verklaring:

"Sinds de Syrische burgeroorlog vier jaar geleden begon zijn ruim 4 miljoen Syriers hun land ontvlucht. Veruit de meesten worden opgevangen in de buurlanden, met name Turkije (officieel 1,9 miljoen), Libanon (1,1 miljoen) en Jordanië (630.000). Maar die landen kunnen de toestroom simpelweg niet meer aan. De omstandigheden waarin de vluchtelingen daar leven, in overvolle kampen of in de Turkse steden verslechteren. Bovendien is er geen enkel perspectief dat hun situatie verbetert of dat er snel vrede komt. Veel vluchtelingen zien Turkije, Libanon en Jordanië als een tussenstop, niet als landen waar hun kinderen een toekomst hebben. Vandaar dat de toestroom naar Europa de afgelopen maanden is gegroeid. Naar schatting zijn dit jaar 300.000 Syrische vluchtelingen naar Europa getrokken."

Waarom kiezen migranten de gevaarlijke route?

Lezer Serge Mohr heeft een vraag over de weg die migranten afleggen naar Europa. "Als vluchtelingen € 10.000 per persoon kunnen betalen om naar Europa gesmokkeld te worden, dan kunnen ze toch ook een retourticket voor een vliegtuig en een hotel boeken. Zo kunnen ze als toerist binnenkomen. En dan zijn ze er. Of niet?"

Europaredacteur Wilmer Heck legt uit dat het zo simpel niet is:

"Het punt is dat voor migranten uit veel landen, waaronder Syrië en Eritrea, een visumverplichting voor de Schengenzone geldt. Dat visum krijgen ze niet zomaar, omdat gevreesd wordt dat ze na het verlopen ervan niet meer terug gaan. Ze moeten voor zo’n visum kunnen aantonen dat ze tijdelijk in de Schengenzone moeten zijn, bijvoorbeeld voor zaken. Kunnen ze dat niet, dan krijgen ze geen visum en kunnen ze dus niet naar de Europese Schengenlanden vliegen."

Foto Reuters / Dimitris Michalakis

Een groep bootvluchtelingen uit Syrië arriveert op het Griekse eiland Lesbos. Foto Reuters / Dimitris Michalakis

Vraag over de rol van Frontex

Lezer Boudewijn Piscaer noemt vanuit Griekenland Frontex, het Europese agentschap dat migranten van de Europese kusten moet weghouden en patrouilleert voor de kust van Noord-Afrika, "de enige professionele organisatie die hier aanwezig is". "Waarom zorgen zij niet voor de volledige afhandeling die nu door slecht functionerende Griekse leger, coast guard en politie gebeurt? Een gezamenlijke Schengen-grens zou toch gezamenlijke bevoegdheid moeten bieden?"

Buitenlandredacteur Marc Leijendekker geeft antwoord:

"Frontex is, in ieder geval op een aantal eilanden, betrokken bij de registratie. Maar meestal gebeurt dat inderdaad door de Griekse autoriteiten. Volgens de huidige regels is registratie van migranten een verantwoordelijkheid van het land van binnenkomst. Als er een gemeenschappelijk asielbeleid zou komen, zou Frontex in principe ook die registratietaken kunnen verrichten."

Waarom reageert Europa zo traag?

Lezer Jelle Deurloo vraagt zich af waarom Europa nu pas nadenkt over de vluchtelingenproblematiek. "Het is pas vijf jaar aan het rommelen in Syrië. [...] Kortom we hadden het aan kunnen zien komen, maar blijkbaar is dat niet het geval, hoe kan dat?"

Correspondent Stéphane Alonso reageert vanuit Brussel:

"Tja, het antwoord op deze vraag zou waarschijnlijk ook naadloos passen bij een vraag over de eurocrisis, of welke crisis dan ook in Europa. De EU is een in de geschiedenis uniek, op vrede en welvaart gebouwd samenwerkingsverband, met maar liefst 28 lidstaten, met een eigen nationale politiek, cultuur of taal. Dat klinkt als een wonder, en dat is het vaak ook, maar de keerzijde daarvan is dat besluiten traag worden genomen en vaak pas op het moment dat het écht niet anders kan. Het vluchtelingenprobleem staat al jaren op de radar, het is nu alleen urgent geworden, door de relatief grote aantallen migranten die nu arriveren en de duizenden doden die daarbij vallen in de Middellandse Zee. Wil je dit soort problemen vóór zijn dan heb je waarschijnlijk een gemeenschappelijk buitenlands beleid nodig en gemeenschappelijk asielbeleid en grensbewaking. De eerste stappen hiertoe zijn of worden ook wel gezet, maar lidstaten dragen niet graag taken over aan Brussel. Dat voelt als machtsoverdracht, en dat ligt weer heel gevoelig."

Waar is president Assad gebleven?

Willemina Zaal en Ger Naaktgeboren vragen per mail waarom "we niets meer vernemen van de heer Assad: het gaat toch om Syrische burgers?"

Onze buitenlandredacteur Toon Beemsterboer, die schrijft over het Midden-Oosten, geeft antwoord:

"President Assad probeert zoveel mogelijk de schijn op te houden dat hij alles onder controle heeft, om de bevolking gerust te stellen. Op zijn Instagram-account worden bijvoorbeeld voortdurend foto’s gezet die de indruk wekken dat er geen oorlog is. President Assad die studenten ontmoet, de opening van een nieuw theater etc. Uit eigen beweging mengt hij zich dan ook niet in de Europese discussie over de Syrische vluchtelingen. In interviews wordt hem soms wel naar het onderwerp gevraagd, maar dan geeft hij de terroristen, zoals hij de rebellen stelselmatig noemt, de schuld van de exodus van zijn bevolking. Zo vroeg Paris Match in december 2014: Volgens de VN zijn er 3 miljoen vluchtelingen in de buurlanden. Dit is een achtste van de Syrische bevolking. Zijn zij allemaal gelieerd aan terroristen? 'Nee, nee', antwoordde Assad. 'Degenen die Syrië hebben verlaten, zijn over het algemeen gevlucht voor terrorisme. Er zijn degenen die terrorisme steunen, en er zijn mensen die de staat steunen maar gevlucht zijn vanwege de veiligheidssituatie. Er is ook een behoorlijk aantal dat geen van beide partijen steunt.'"

Waarom stellen vluchtelingen eisen?

Lezer Naomi Jenny vraagt zich af waarom vluchtelingen uit Syrië boos zijn als ze niet wegkunnen uit Hongarije. "Het is toch de bedoeling dat ze Syrië uit zijn? Waarom stellen ze nog eisen?"

Correspondent Roeland Termote antwoordt vanuit Boedapest:

"Vluchtelingen vertellen doorgaans dat ze een land willen waar ze welkom zijn en kansen krijgen om een goed leven uit te bouwen. Volgens peilingen wil in Hongarije 39 procent van de mensen geen vluchtelingen. Van degenen die wel willen overwegen vluchtelingen toe te laten, wil 78 procent geen Arabieren. De regering verklaart van haar kant dat Hongarije geen enkele migrant uit het Midden-Oosten of Afrika nodig heeft. Dat terwijl veel van de migranten die in Hongarije gestrand zijn, net uit Syrië en Irak komen. Werkgelegenheid is sowieso een probleem in Hongarije, maar voor migranten is het extra lastig. Zowel de moeilijke arbeidsmarkt als regelgeving omtrent werken voor mensen in de asielprocedure, maken het niet vanzelfsprekend om hier (legaal) geld te verdienen. Gezien de beperkte mogelijkheden om te werken, discriminatie op de huurmarkt en een te kleine huurtoelage om goed te kunnen wonen in Boedapest (een ietwat migrant-vriendelijker stad), is ook het vinden van onderdak een ernstig probleem. Zowel veel migranten als Hongaren zijn het in dat verband eens: Hongarije is een transitland, maar niet geschikt als bestemming."

Onderscheid vluchtelingen en migranten

Een lezer stelt dat 'we' vroeger onderscheid maakten tussen echte vluchtelingen, "onderdrukt of uit oorlogsgebieden zoals Syrië nu", en mensen op zoek naar een beter leven. "Nu vinden wij blijkbaar dat iedereen die zich aan de poorten van Europa meldt dezelfde rechten heeft en opgevangen moet worden en dat vermindert het draagvlak voor die opvang. Waarom wordt dit onderscheid niet meer gemaakt?"

Onze buitenlandredacteur Marc Leijendekker reageert:

"Dat onderscheid wordt nog steeds gemaakt. En juist omdat echte vluchtelingen rechten hebben op basis van verdragsverplichtingen, pleiten hulporganisaties ervoor om onderscheid te maken. Lang niet alle migranten zijn vluchtelingen. De VN-organisatie voor vluchtelingen UNHCR waarschuwde eind vorige week dat de termen ‘migrant’ en ‘vluchteling’ niet verward mogen worden. Dat 'kan publieke steun voor vluchtelingen en het instituut asiel ondermijnen. […] We moeten ervoor zorgen dat de mensenrechten van migranten worden gerespecteerd. Tegelijkertijd moeten we ook een passend juridisch antwoord bieden aan vluchtelingen, wegens hun hachelijke situatie.' En Irin, een nieuwsorganisatie die zich omschrijft als een persbureau voor ‘humanitair nieuws, schreef: 'Het is incorrect om alle migranten vluchtelingen te noemen.’’ Dat leidt volgens Irin ook tot onduidelijkheid. De rechten die vluchtelingen hebben gelden niet voor alle migranten. En als de Europese Unie debatteert over de spreiding, gaat het om mensen die als vluchteling zijn erkend, niet om alle groepen mensen die met een boot naar Italië of Griekenland zijn gekomen.'

Foto Reuters / Dimitris Michalakis

Een vrouw maakt het zwemvest los van een Syrisch kindje dat in een boot naar het Griekse eiland Lesbos is gekomen. Foto Reuters / Dimitris Michalakis


Verdeling over de Europese landen

Lezer Jodi Rabin heeft een vraag over de opvang van de vluchtelingen in de Europese lidstaten:

"Er komt nu een grote stroom vluchtelingen Duitsland binnen, waardoor dit land ineens een behoorlijke taak op zich neemt. Wordt er in Europees verband gekeken of deze en nieuwe vluchtelingen kunnen worden ‘herverdeeld’ over de verschillende lidstaten, kijkend naar draagkracht / ruimte / mogelijkheden?"

Correspondent Stéphane Alonso antwoordt vanuit Brussel:

"Inderdaad, wat op landelijk niveau misschien heel voor de hand ligt, ligt op Europees niveau al snel heel gevoelig. In mei stelde de Europese Commissie voor om 40.000 vluchtelingen uit Syrië en Eritrea, zogenoemde ‘kansrijke asielzoekers’, mensen dus die echt op de vlucht zijn voor oorlog en geweld, eerlijk te herverdelen over de EU. Op die manier konden landen als Italië en Griekenland, waar de meeste vluchtelingen voet aan wal zetten, wat worden ontlast. Maar zelfs over die 40.000, een verwaarloosbaar aantal op een continent van 500 miljoen mensen, ontstond felle discussie. Dat kwam vooral omdat Brussel met verplichte quota voor elk EU-land wilde werken. Lidstaten houden niet van vergaande Europese bemoeienis. In juni besloten EU-leiders dat de quota vrijwillig zouden worden, maar dat werkt in de praktijk niet. Op vrijwillige basis werd plek gevonden voor niet meer dan 32.000 vluchtelingen. Intussen is het vluchtelingenprobleem geëxplodeerd. Grote landen als Duitsland en Frankrijk zijn daardoor gaan kantelen. Volgende week, zo is de verwachting, zal de Europese Commissie daarom voorstellen om nog eens 120.000 vluchtelingen over de EU te herverdelen, middels verplichte quota. Lidstaten die om evidente redenen niet in staat zijn om het aan hen gevraagde steentje bij te dragen, omdat ze bijvoorbeeld nog niet de vereiste opvangcapaciteit bezitten, krijgen de mogelijkheid om op een andere manier solidariteit te tonen, bijvoorbeeld met geld. Althans, dat is een mogelijkheid die de commissie nu overweegt. Of het allemaal zover komt, moeten de komende weken en maanden blijken. Fraai wordt het debat niet. Solidariteit is in Europa niet vanzelfsprekend of in elk geval niet meer."

Het Verdrag van Dublin

Lezer Maaike vraagt zich af waarom landen als Hongarije en Griekenland niet aan het Verdrag van Dublin worden gehouden. De Europese Dublin-verordening, die die nu onder vuur ligt door de vluchtelingencrisis, legt de verantwoordelijkheid voor het afhandelen van een asielaanvraag bij het Schengenland waar een vluchteling het eerst geregistreerd is.

Onze correspondent in Hongarije Roeland Termote:

"Hongarije wordt eigenlijk wel aan het verdrag van Dublin gehouden: andere landen verlangen dat het migranten registreert en niet zomaar doorstuurt. Dat doet het ook in grote mate. Al luidt de kritiek van mensenrechten-activisten dat het vervolgens niet voldoende voorziet in waardige opvang voor asielzoekers. Bovendien heeft het parlement een wet goedgekeurd waardoor het mensen die via Servië de grens overstreken kan terug sturen. Een ander aspect van ‘Dublin’ is de mogelijkheid dat andere landen mensen die in Hongarije geregistreerd zijn, terugstuurt. Maar dat gebeurde tot nu toe slechts met mondjesmaat. Nu ‘Dublin’ zelf zo sterk bekritiseerd wordt en er gepraat wordt over herverdeling van vluchtelingen, is het waarschijnlijk dat Hongarije niet verantwoordelijk zal gehouden worden voor een groot deel van de mensen die het registreerde."

Foto EPA / Valdrin Xhemaj

Vluchtelingen steken de grens tussen Griekenland en Macedonië over.Foto EPA / Valdrin Xhemaj
Foto EPA / Valdrin Xhemaj

Het voorbeeld van Australië

De derde vraag is voor onze Brussel-correspondent Stéphane Alonso. Lezer Mattias van Speijk vraagt zich af waarom door Europese leiders niet het Australische voorbeeld wordt gevolgd. Australië stuurde lange tijd boten met vluchtelingen terug en heeft daarmee de migratiestroom weten in te perken. Alonso:

"Veel Europese politici, ook in Nederland, halen het Australische voorbeeld graag aan. Dat land stuurt migranten die in bootjes arriveren rigoureus terug, zelfs als het legitieme vluchtelingen zijn, en betaalt andere landen, zoals het eilandje Nauru, om deze mensen op te vangen. Mensen die aldaar een asielstatus weten te bemachtigen, zouden niet naar Australië worden gebracht, maar, opnieuw tegen betaling, naar landen als Camobodja. De Verenigde Naties heeft veel kritiek op die praktijk. En de vraag is: zou zoiets hier werken? De problemen met bootvluchtelingen zijn daar kleiner: voordat de deur goed en wel op slot ging in Australië ging het om enkele tienduizenden migranten per jaar. In Europa gaat het intussen om honderdduizenden migranten die zich wagen aan de oversteek van de Middellandse Zee. Australië stuurt vluchtelingen bovendien terug naar landen die niet in oorlog of in ieder geval redelijk stabiel zijn, zoals Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en Nauru. Een opvangkamp in het politiek zwaar instabiele Libië, waar voor veel migranten de oversteek naar Europa begint, is op dit moment moeilijk voorstelbaar. Tot slot is het niet duidelijk of het model wel écht werkt. De Australische regering is terughoudend in het geven van informatie. De toegang tot de kampen, die door privébedrijven worden gerund, is beperkt en in een recent rapport van de Australische Senaat wordt gesproken over seksueel misbruik en prostitutie. Bovendien kiezen Afghaanse migranten die voorheen naar Australië nu liever voor een andere bestemming: Europa."

Zijn de Europese leiders wel eerlijk?

Lezer Ernst Horwitz heeft een vraag over de houding van de Europese leiders in de hele kwestie:

"Waarom denkt u dat geen van de verantwoordelijke politici (met uitzondering nogmaals van Merkel, die het overigens vooral over de boeg van het menselijke gooit) openlijk zegt dat we er alleen niet uitkomen? Met alleen bedoel ik ieder land voor zich."

Het antwoord komt van Europaredacteur Wilmer Heck:

"Er zijn wel politici die zeggen dat we er alleen niet uitkomen. Vorige week nog in deze krant bijvoorbeeld Diederik Samsom die opriep tot Europese aanmeldcentra voor migranten in onder andere Italië en Griekenland en betere spreiding van vluchtelingen over Europa. Sowieso dringt in Europa steeds meer het besef door dat er beter moet worden samengewerkt, al tekent zich daarbij wel een scheidslijn tussen Oost- en West-Europa af, waarbij diverse Oost-Europese landen voorlopig huiverig zijn voor het opvangen van grote aantallen vluchtelingen."

Vraag over 'dubbele' houding Hongarije

De eerste vraag gaat over Hongarije, het land dat de afgelopen dagen veel in het nieuws was vanwege de situatie rond het station in Boedapest. Een lezer schrijft:

"Hongarije is duidelijk niet blij met en kampt met de migtantenstroom. Desalniettemin lijkt het land doorstroming naar andere landen, met name Duitsland tegen te werken, getuige de sluiting van stations en "afvoer" naar opvangcentra in plaats van laten doorreizen. Op het eerste gezicht lijkt dat niet met elkaar te rijmen. Wat is hiervoor de verklaring?"

Onze correspondent in Boedapest Roeland Termote geeft antwoord:

"Hongarije is niet blij met de stroom, maar houdt zich aan de Europese regels. Premier Orbán vaart immers graag en vaak uit tegen de bemoeienissen van ‘Brussel’, maar is ook afhankelijk van Europese fondsen en bereidwilligheid. Zowel Duitsland als Oostenrijk voeren druk uit op de Hongaren om mensen te blijven controleren en niet zomaar door te sturen richting Wenen of München."